Recensie The great warmachine – Joachim Robbrecht

‘Als dit de Apocalyps is, ben ik helemaal mee.’ ‘Geschiedenis is het afval van die menselijke beschaving.’ ‘Duiven waren de drones van de Eerste Wereldoorlog.’ ‘De soldaat van de toekomst zou een hybride moeten zijn: strijder en filosoof.’

Ze zijn net een beetje te optimistisch, de drie personages in de voorstelling ‘The great warmachine’ van regisseur Joachim Robbrecht. Game-ontwerpers zijn het, technieknerds die hun filosofieën bij elkaar gegoogled lijken te hebben. Vanuit hun comfortabele bureaustoelen van het soort dat door computergamers wordt gebruikt, vuren de twee jongens (Louis van der Waal en Tashi Iwaoka) en het meisje (Aitana Cordero) de ene optimistische vooruitgangsgedachte na de andere af op het publiek. Ze vinden dat we niet zo moeilijk moeten doen over de onvoorspelbaarheid van het leven, dat oorlog ook een kans is, dat kunstenaars de soldaten van de toekomst zijn, omdat fictie en werkelijkheid steeds meer door elkaar lopen. Er spoelen zoveel meningen en mogelijkheden over de toeschouwers heen dat het moeilijk is om greep te krijgen op waar die drie nou eigenlijk heen willen. De vraag is of de personages het zelf wel weten. Ze zien vooruitgangsdenken vooral als een groot virtueel computerspel, een sandboxgame waarin alles mogelijk is.

Dat spel spelen de drie met een aanstekelijk plezier. Maar aan hun optimisme zit ook een verontrustend naïef randje. Wat de mens menselijk maakt, de rol die geschiedenis speelt: het gaat allemaal wel heel snel als ouderwets en ongewenst het raam uit. Tegelijkertijd laat regisseur Robbrecht het filosoferen van de drie subtiel evolueren tot ook een fysiek spel, waarin het publiek – op kussens rond de spelers gedrapeerd – en het speelvlak als spelmateriaal worden gebruikt. Andere mensen zijn vooral pionnetjes in hun speelse, maar gevaarlijke filosofietjes.

Hoewel de Engelstalige tekst van ‘The great warmachine’ veel te lang is en bij tijd en wijle onverstaanbaar, omdat de drie acteurs alle drie geen Engels-sprekers zijn, blijft de voorstelling fascineren. Op een prettig intuïtieve manier brengt de voorstelling een aantal belangrijke thema’s over deze tijd bij elkaar. Een tijd waarin de techniek al onze problemen lijkt te kunnen oplossen. Waarin werkelijkheid en fictie steeds meer op elkaar gaan lijken. In het denken over al die zaken lijken onze gamer-filosofen echter het zicht verloren op een klein dingetje: de mens van vlees en bloed die toch de kern van al die vooruitgang zou moeten zijn.

foto: Sofie Knijff

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.