Recensie Recht zal zijn wat ik zeg! – Theater Malpertuis

foto: Paul de Cloedt
foto: Paul de Cloedt

“Niet kwaad worden”, staat er in hanenpoten op de flipover. En: “Op de zelfstandige voornaamwoorden letten.” Het zouden aanwijzingen kunnen zijn voor een toneelrepetitie. Of de tips van een politieke spindoctor aan zijn cliënt vlak voor een optreden.

In de voorstelling ‘Recht zal zijn wat ik zeg!’ van de jonge Vlaamse acteurs Thomas Janssens en Matthias Meersman blijft onduidelijk waar die flipover precies staat: de ruimte lijkt nog het meest op de kleedkamer van een theater of van een televisiestudio. In die zich buiten het publieke zicht bevindende ruimte beginnen Janssens en Meersman vanuit het niets een politiek debat. Een waar gebeurd debat van tweeduizend jaar geleden van twee Atheense politici die elkaar betichten van machtsmisbruik en populisme.

Als volleerde klassiek-Griekse retorici vuren de acteurs de ene spitsvondig geformuleerde volzin na de andere af. Dat betekent voor het publiek flink aanpoten, want het 20e-eeuwse gehoor is niet geheel meer afgesteld op bloemrijke en meanderende retorische hoogstandjes. Welsprekendheid is een metier dat hedendaagse politici zijn verleerd. Die zijn veeleer gespitst op oneliners en soundbites.

In die verschillen, maar vooral in de overeenkomsten tussen de antieke en de hedendaagse politiek, vindt ‘Recht zal zijn wat ik zeg!’ zijn kracht. Het debat tussen de oude Grieken raakt aan vraagstukken die nog steeds actueel zijn: bestaat er een wil van het volk, wanneer wordt het persoonlijke belang persoonlijk en welke verantwoordelijkheid heeft de kiezer bij het controleren van politici? Maar ook het verdacht maken van de concurrent of hem populisme verwijten, blijken van alle tijden.

De tijdloosheid van het populisme en van politieke hypocrisie tonen Janssens en Meersman slim door hun politici als professionele acteurs hun verweren te laten repeteren in de kleedkamer. Ze misbruiken de op het toneel aanwezige technicus om zichzelf beter en de ander slechter over het voetlicht of op televisie te krijgen. En lijken ze voor de camera gezworen vijanden, daarachter stemmen ze hun verhalen op elkaar af en spelen ze samen een potje tafeltennis.

Aan het politiek debat is en was kortom niets spontaans. Het is in de kleinste details gerepeteerd om het publiek in te pakken. Hoe goed dat werkt laten de heren aan het slot nog even zien in hun zacht gesproken slotpleidooien, waarin de tranen hen bijkans in de ogen lijken te staan. Zelfs nadat ze ons alle politieke machinaties hebben getoond, is het moeilijk er niet door geraakt te worden. Alleen grote politici krijgen dat voor elkaar. Of verdomd goede acteurs.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.