Terug naar nul – Beckett All Inclusive (DNA)

foto: Jean van Lingen

Overleg op de vloer. Op de vrijwel lege speelvloer vormen de acteurs een kringetje. Titus Muizelaar neemt het woord. “We moeten terug naar het soort fundamentalisme, van waaruit die stukken ook geschreven zijn”, zegt hij. Met die stukken bedoelt Muizelaar de drie korte stukken van Beckett die theatergroep De Nieuw Amsterdam in een voorstelling wil samenbrengen: ‘Beckett All Inclusive.’ En de conclusie van Muizelaar is dat ze – anders dan in de repetitie de vorige dag – niet meer door elkaar verweven gespeeld zullen worden. Het worden weer gewoon drie losse stukken. Omdat de stukken daar om vragen.

Het zijn dan ook weerbarstige dingen, de toneelstukken van de Ierse toneelschrijver Samuel Beckett (1906-1989), maar hij won er wel de Nobelprijs voor Literatuur mee. Zijn meest bekende stuk is ‘Wachten op Godot’, waarin twee zwervers wachten op een zekere Godot met wie ze een afspraak schijnen te hebben. Ondertussen doden ze de tijd met spelletjes en eindeloze discussies over niets. Wat Becketts werk zo intrigerend maakt is dat hij het klungelige menselijke bestaan en het bijbehorende pijnlijke onvermogen ook maar iets van de wereld en de ander te begrijpen weet vast te leggen in schijnbaar simpele scènes die bestaan uit ware taalkunstwerkjes.

“Becketts gebruik van taal is dan ook wat me zo aan zijn stukken fascineert”, vertelt Sabri Saad El Hamus na de repetitie op zijn kantoortje. El Hamus is artistiek leider van De Nieuw Amsterdam, regisseert ‘Beckett All Inclusive’, maar speelt ook zelf mee. “Beckett heeft soms nauwelijks woorden nodig. Hij heeft zijn hele carrière geprobeerd om steeds economischer gebruik te maken van taal. Geconcentreerde, kale taal. Een van zijn stukken, ‘Breath’, bestaat alleen uit het geluid van ademen. Maar met die weinige woorden zegt hij wel heel veel. Zijn stukken zijn stuk voor stuk een universum.” El Hamus vertelt hoe hij in eerste instantie het publiek een reis wilde laten maken door de taaluniversums van Beckett, waarin steeds minder wordt gezegd om uiteindelijk te eindigen met de totale afwezigheid van taal in ‘Breath’.

Maar El Hamus had buiten de erven van Beckett gerekend die berucht zijn om hun havikachtige beschermzucht op de vierkante centimeter. Er mag niets in de tekst veranderd worden en Becketts mannenrollen mogen bijvoorbeeld niet door vrouwen worden gespeeld. Zonder traditionele boom met een enkel blad op het toneel mag ‘Wachten op Godot’ niet opgevoerd worden. El Hamus plan van die reis zagen ze niet zitten en de toestemming werd beperkt tot drie stukken: ‘Rough for theatre I’, ‘Rockaby’ en ‘Krapps last tape’. El Hamus: “Krapp is wel een van mijn meest favoriete stukken.”

El Hamus speelt de zonderlinge Krapp zelf. In een witte pyama met bretels, zittend achter een grote tafel van strak gestapelde boeken, stalt hij een oude taperecorder en wat rollen tape uit. De tapes blijken geluidsdagboeken die Krapp gebruikt om naar zijn oude zelf te luisteren en terug te verlangen naar zijn jeugd. Opgenomen taal als toegang naar het verleden. Die rol speelt taal ook in ‘Rockaby’, een knap door Saar Vandenberghe gespeelde monoloog in een schommelstoel. Schommelend en in korte, herhalende, bijna bezwerende zinnen herinnert een vrouw zich langzaam hoe ze haar moeder in de schommelstoel heeft zien sterven. ‘Rough for Theatre I’ is een absurde dialoog tussen een manke (El Hamus) en een blinde (Titus Muizelaar) in een apocalyptisch landschap.

In eerste instantie wilde El Hamus ‘Rough for Theatre I’ buiten op straat spelen. El Hamus: “Maar dat stuk bleef gewoon niet overeind buiten de donkere theaterzaal. Bovendien was de gang van het publiek van binnen naar buiten en weer terug teveel gedoe. Becketts stukken zijn ‘hardcore’. Daar moet je echt voor gaan zitten. Ze vragen om een concentratie die je met alles wat je teveel doet verbreekt. Daarmee ontkracht je zijn stukken.”

Dus toen de groep in de theaterzaal probeerde de drie stukken met elkaar te verweven en ze door elkaar te spelen, kwamen ze er ook niet uit. Vandaar dat de groep deze middag tijdens de repetitie besluit er weer drie losse delen van te maken. Niet alleen de erven, ook Beckett zelf verzet zich blijkbaar tegen teveel polonaise aan zijn stukken. El Hamus: “Hij lijkt niet te willen dat je zijn stukken door elkaar speelt of opknipt. Daar verzet hij zich tegen. En uiteindelijk denk ik zelf ook dat je de stukken daar niet verder mee helpt. Dus daarom hebben wel besloten om Beckett zichzelf als schrijver te tonen door trouw – maar zeker niet slaafs – te zijn aan zijn stukken.”

Een eigen toevoeging is daarom gebleven. Actrice Ibelisse Guardia doet een zwijgende en enigszins angstaanjagende dans in een grote berg glasscherven wat niet geheel ongevaarlijk is. Maar juist de combinatie van beangstigend en poëtisch, in combinatie met het evenzo poëtisch-gevaarlijke geluid van brekend glas, geeft die dans inderdaad iets Beckettiaans. Ook omdat in veel van Becketts stukken een dreiging zit van een post-apocalypische wereld waarin er niets meer is, behalve geluid, taal en dolende mensen. El Hamus: “Daar lijkt Beckett uiteindelijk naar toe te willen: dat er niets meer is. Ik vind het in ‘Rough for Theatre I’ heel ontroerend als de blinde man aan de kreupele vraagt: ‘Hoe is het met de bomen?’, terwijl er geen bomen meer zijn. Dus liegt die ander als hij zegt: ‘Het is moeilijk te zeggen… Het is winter, weet je…’. Beckett brengt uiteindelijk alles terug naar nul, maar in dat niets zit alles besloten. Dat zie je ook terug in de manier waarop je zijn stukken het beste kunt spelen. Hoe minder je doet, hoe schoner je zijn stukken speelt, hoe intenser ze zijn. Dat is soms zwaar en heftig. Maar het is wel wat het is.”

‘Beckett All Inclusive’ van De Nieuw Amsterdam. Tournee van 8 november tot en met 21 december.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.