Generatieconflict tussen idealisten – interview Lizzy Timmers

Aan het Rotterdamse Schouwburgplein wordt hard geschroefd, geschuurd en getimmerd. Op de plaats van de voormalige bioscoop Calypso verrijst een grote rode flat die eveneens ‘Calypso’ gaat heten. En die in de tijden van crisis grote kans heeft leeg te blijven staan, nadat hij straks is opgeleverd.

De flat wordt ook het decor van de nieuwe voorstelling van theatermaakster Lizzy Timmers (1980) waaraan ze aan de overkant van het plein, in een studio van de Rotterdamse Schouwburg, aan het repeteren is. Niet geheel toevallig gaat die voorstelling ook ‘Calypso’ heten. Of liever ‘Calypso & the new cool kraak revival.’
Het probleem van leegstand fascineerde haar, vertelt Timmers. “Ik vind het bizar dat er nog steeds kantoorgebouwen worden gebouwd, terwijl er al zoveel leegstaat. Het gaat om enorme aantallen vierkante meters. Een enorm landschap van lege kantoorruimtes waar je dagenlang doorheen zou kunnen lopen.”

In haar voorstelling trekt een groep hedendaagse krakers van leegstand gebouw naar leegstaand gebouw om daar allerlei burgerinitiatieven te ontplooien. “Ze twinkelen door de stad en laten een spoor van creativiteit na.” Een hen heeft een vader die vroeger ook kraker was, maar die teleurgesteld is geraakt is, omdat het te langzaam ging om een vrijstaat op te richten. In de voorstelling ontmoeten de twee generaties idealisten elkaar. “Op die manier kun je het verleden aanraken en de parallellen laten zien tussen de idealen van de jaren 80 en nu.”

Maar het blijken vooral ook verschillen te zijn tussen de generaties waar ‘Calypso’ vragen bij wil stellen. Timmers: “Wij zijn opgegroeid met allerlei verworvenheden waar onze ouders voor hebben gevochten: vrijheid, vrede, emancipatie. Ik vraag me wel eens af: als die verworvenheden straks door de crisis onder druk komen te staan, gaat mijn generatie daar dan wat aan doen? Vinden we ze nog van waarde of zijn ze zo gewoon geworden dat ze hun waarde hebben verloren. Moet ik gaan vechten tegen het verlies van die verworvenheden of blijf ik gewoon lekker op de bank liggen met mijn Ipad?”

Hoe die ontmoeting tussen de generaties afloopt weet Timmers nog niet. Er wordt in de repetitiestudio nog veel materiaal uitgeprobeerd dus het kan nog verschillende kanten op. “Ik doe vooral wat in me opkomt. Hoewel, ik weet tijdens het repeteren wel waar ik heen wil, maar ik ken de weg daar naar toe nog niet. Soms verdwaal je. En dan vind je even later de weg weer terug.”

In de studio wordt dus nog driftig uitgeprobeerd. Acteur Arend Pinoy en de decorontwerper proberen van lange, blanke houten latten een fantasievolle constructie in elkaar te zetten die regelmatig omvalt. Ondertussen maakt muzikant Jens Bouttery muziek achter een marimba en vraagt het personage van actrice Janneke Remmers zich wanhopig af hoeveel vergunningen er nodig zijn voor het verbouwen van een courgette. De groep zoekt naar een muzikale overgang van de ene scène naar de andere. Timmers ziet het aan vanaf de kant, stelt vragen, geeft aanwijzingen, maar laat ook heel veel over aan de acteurs zelf. “Wat vinden jullie?”, vraagt ze dan. Een complexe technische aanwijzing laat ze volgen door een opgewekt “okidoki”.

Het bouwen met verschillende talen – muziek, dans, tekst, beeldende kunst – is wat Timmers het liefste doet. Ze volgde dan ook – als een van de eersten – de performanceopleiding aan de Maastrichtse toneelschool. “In die opleiding staat niet het spelen van een rol in iemand anders zijn regie centraal, maar vooral het zelf maken en het performerschap. Het is meer autonoom, zoals beeldende kunst dat is, maar wel geworteld in het theater. Tijdens de opleiding viel er iets van me af. Ik hoefde niet de nieuwe Halina Reijn te worden. Als pionier voel ik me vrij. Ik kan in het theater mijn eigen wetten bepalen. Daarom werk ik ook zo graag met verschillende disciplines. Arend is oorspronkelijk een danser. Janneke brengt het talige in. Jens is muzikant. Iedereen brengt zijn eigen expertise in. We spelen op elkaars terrein en op dat terrein ontstaat iets. Ik vind dat opwindend. Dat is rock ‘n’ roll.”

Juist die open vorm stelt haar beter in staat om met haar voorstellingen te vertellen wat ze wil dan wanneer ze een klassieke theatertekst zou regisseren. “Ik heb een honger om juist iets naast die traditie te plaatsen. Een toneeltekst van Ibsen is voor mij niet het juiste vervoermiddel om iets over het nu te zeggen. Er zijn anderen die dat veel beter kunnen. Ik wil juist graag de realiteit proberen beet te pakken en de fictie in proberen te trekken.”

Vandaar dat ze ‘Calypso’ speelt in een echte, lege flat. “Het gebouw is een teken van de tijd. Het vertelt een deel van je verhaal zonder dat je dat hoeft uit te leggen. Het legt de werkelijkheid onder het sprookje van de krakers.”
Ze heeft de voorstelling zo gemaakt dat ze hem gemakkelijk ook op andere plekken zou kunnen spelen, vertelt ze. “Het liefst zou ik in nog veel meer van dit soort gebouwen spelen. Zodat we, net als onze krakers, als een soort nomaden door de stad kunnen trekken.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.