De heks als verdringingsmechanisme – Macbeth

Fedja van Huet als Macbeth bij Toneelgroep Amsterdam. Foto: Jan Versweyveld

Ieder jaar krijgt de toneelbezoeker weer een groot aantal Klassieke Teksten voorgeschoteld. Maar zijn die oude toneelteksten eigenlijk nog wel van nu? Trouw zoekt dit theaterseizoen de waarde achter het toneelrepertoire. Vandaag: ‘Macbeth’ van William Shakespeare (1605-1606).

We zijn er altijd heel vlug bij om de ander of de omstandigheden de schuld te geven van ons eigen gebrek aan moraal. Graaiende bankiers wijzen graag op het gebrek aan toezicht of, cynischer, op de domheid van hun klanten om hun zelfverrijking aan zichzelf en anderen te verkopen. Politici leggen de schuld van hun draaikonterij graag bij die andere partij die zijn verantwoordelijkheid niet neemt, of bij de media. Criminelen verwijzen naar hun slechte jeugd of hun tragische levensomstandigheden. Want onder ogen zien dat je zelf, uit vrije wil, immoreel bent geweest, dat nooit.

Blijkbaar is dat mechanisme van alle tijden, want het is een van de (vele) thema’s in een van Shakespeares bekendste stukken: ‘Macbeth’. Macbeth is een dappere veldheer van de Schotse koning Duncan. Na een gewonnen veldslag loopt hij samen met zijn vriend en medestrijder Banquo op de hei drie heksen tegen het lijf. Zij beloven hem dat hij koning van Schotland zal worden. “If chance will have me king, why chance may crown me without my stir” (“Als het lot wil dat ik koning wordt, dan zal het lot mij zonder mijn inmenging kronen”), roept de ambitieuze Macbeth uit. Maar dat blijkt toch niet helemaal waar. Samen met zijn minstens zo ambitieuze vrouw doodt hij niet veel later koning Duncan om zelf koning te kunnen worden. Niet het lot, maar Macbeth pleegt de moord, waarmee de voorspelling van de heksen uitkomt. Hij heeft het helemaal zelf gedaan.

Dat beseft Macbeth ook en dat zit hem niet helemaal lekker. “Macbeth will sleep no more” (“Macbeth zal nooit meer slapen”), is zijn conclusie als hij het bloed van Duncan op zijn handen ziet: “Kan Neptunus grote zee dit bloed van mijn handen spoelen? Nee, mijn hand kleurt eerder de vele zeeën rood.”

Maar de ene moord sleept de andere achter zich aan. Want niet alleen voorspelden de heksen dat Macbeth koning zou worden – en dat blijkt uit te zijn gekomen -, ze voorspelden ook dat Banquo een bloedlijn van koningen zou voortbrengen. Wil Macbeth dat ook zijn nageslacht koning blijft, dan zal hij zijn vriend en diens zoon uit de weg moeten ruimen. Anders blijkt zijn kroon immers een “vruchteloze kroon”. En dus sterft zijn vriend, al ontsnapt de zoon. Niet door de hand van Macbeth zelf, overigens. Inmiddels heeft die het bloederige werk – en daarmee de verantwoordelijkheid voor Banquo’s dood – uitbesteed aan een groep huurmoordenaars. Maar ook al probeert Macbeth de verantwoordelijkheid voor zijn tweede moord af te schuiven, hij weet dat hij als enige echt schuldig is. Dat wordt hem bovendien ook nog eens van hogerhand ingewreven op het banket ter ere van zijn kroning waar de geest van Banquo plots op zijn troon blijkt te zijn gaan zitten.

De geestverschijning en het feit dat Banquo’s zoon nog leeft, wakkeren Macbeths paranoia alleen maar aan, wat uitmondt in een dictatoriaal en bloederig bewind waarin niemand zijn leven meer zeker is. Macbeth blijft zich bewust van het feit dat hij niet deugt, maar hij meent ook dat hij, nu hij al zoveel op zijn geweten heeft, niet meer terug kan. “Het is beter met de doden te leven die wij – om zelf rust te krijgen – eeuwige rust gaven, dan met de geesteskwelling van een rusteloze, bedwelmende waanzin”, zegt Macbeth. Beter blijven door moorden, dus, dan stil te staan bij je geweten. Want hoeveel voorspellingen, heksen, vijanden, ambitieuze echtgenotes of andere verzachtende omstandigheden Shakespeare ook voor zijn hoofdpersoon creëert, ze weten allebei dat Macbeth en Macbeth alleen verantwoordelijk is voor het bloed waar hij doorheen moet waden om aan de macht te blijven.
‘Macbeth’ is dus vooral een stuk over de menselijke moraal en de sluipende manier waarop we die kunnen verliezen. Tegelijkertijd roept Shakespeare in ‘Macbeth’ de vraag op wat nu de natuurlijke stand van zaken is: is het een natuurlijk proces om onze moraal op te geven, of is dat juist een onnatuurlijke ontwikkeling? Of: is de mens van nature nou juist goed of slecht?

Vlak voor haar dood, zegt Lady MacDuff, een van Macbeths slachtoffers: “Ik weet dat ik in een wereld leef waarin slecht doen vaak geprezen wordt, en goed doen wordt gezien als een gevaarlijke domheid. Waarom zou het dan zin hebben om mezelf als een vrouw te beschermen door te zeggen dat ik niemand ooit kwaad gedaan heb?”
Maar Shakespeare zet de verhouding tussen natuurlijk en onnatuurlijk nog meer op scherp door een veelheid aan spookverschijningen, heksenbijeenkomsten en andere onnatuurlijke geheimzinnige gebeurtenissen te laten plaatsvinden. Een van de bekendste daarvan is – naast de heksen – natuurlijk de geheimzinnige dolk die Macbeth vlak voor de eerste moord ziet verschijnen (“Is this a dagger I see before me, the handle towards my hand?”). Maar het is niet die dolk die koning Duncan doodt, net zomin als de heksen Macbeth opdracht geven tot wat dan ook.

Je kunt je zelfs afvragen of die dolk, de heksen of de geest van Banquo zich niet gewoon in Macbeths knagende geweten bevinden. Als ‘natuurlijke’ verdringingsmechanismen om de werkelijkheid maar niet onder ogen te hoeven zien. Ook Macbeth vraagt zich dat af: “Of ben je slechts een dolk in mijn verbeelding, een valse schepping die voortkomt uit een verhit brein?” Zo gezien zijn de onnatuurlijke verschijnselen net zo onbestaand als die domme klanten of het gebrek aan toezicht van de graaiende bankier, of die altijd-alles-verdraaiende media van de politicus. Leuk bedacht, maar ze bevinden zich toch echt vooral in het hoofd van degene die zijn eigen twijfelachtige handelen niet onder ogen wil of kan zien. Waarmee, in ieder geval in het geval van Macbeth, een vicieuze cirkel ontstaat van waaruit niet meer te ontsnappen is. Is de eigen verantwoordelijkheid van het moreel juist handelen immers ‘uit handen gegeven’, probeer dan nog maar eens op je schreden terug te keren.

‘Macbeth’ van Toneelgroep Amsterdam, regie: Johan Simons. Te zien vanaf 10 juni.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.