Recensie Kleine Eyolf – NT / Susanne Kennedy

foto: Carli Hermès

Alsof ze een geestverschijning is uit de 19e eeuw, uit zo’n kippenvel-griezelfilm, sleept Rita (Marlies Heuer) zich over het toneel. Voorover gebogen, bleek met holle ogen, haren in natte strengen over haar schouders. Als ze haar man Alfred roept, doet ze dat met een griezelige, bovennatuurlijke galm. Maar ook de andere personages uit ‘Kleine Eyolf’ van het Nationale Toneel hebben iets spookachtigs over zich. Schijnbaar onsamenhangend lijken ze bepaalde zinnen telkens te herhalen. Alsof ze na hun overlijden vast zijn te komen te zitten in de tijd, of in Henrik Ibsens toneelstuk. En alsof niet anders kunnen dan steeds maar weer hetzelfde zeggen.
Wie verwacht een keurig gespeelde klassieker te zien te krijgen, is bij regisseur Susanne Kennedy aan het verkeerde adres. Net als ze eerder deed bij stukken als Ibsens ‘Hedda Gabler’ of Lessings ‘Emilia Galotti’ scherpte Kennedy haar scalpel en ontleedde Ibsens toneelstuk over een scheurend huwelijk en het kind dat daar het dodelijke slachtoffer van wordt, tot enkel de meest noodzakelijke kernzinnen overbleven. De resterende korte scènes wisselde ze af met korte hoofdstuktitels en treurigstemmende citaten van Nietzsche over het slechte wezen van de mens.
Dat lijkt ook de kern van Kennedy’s versie van ‘Kleine Eyolf’ te zijn. Hoewel de personages verheven gedachten hebben over het opvoeden van hun gehandicapte kind, over de verheffing van het volk, over het huwelijk, stromen daaronder zaken die minder verheffend zijn: jaloezie, incest, verlangen naar de dood van jezelf of van een ander. Cynisch eindigt Kennedy met een hypocriete heiligverklaring van de dode Eyolf door zijn ouders, terwijl hij juist door hun donkere kanten om het leven is gekomen.
Om die naargeestige gebeurtenissen en haar visie daarop te tonen, trekt Kennedy effectief de trukendoos van de spookfilm open: bleke, onnatuurlijk bewegende en sprekende personages, eng giechelende meisjes, griezelig krakende hobbelpaarden en omgekeerd afgespeelde muziek. Ook in eerdere voorstellingen gebruikte ze de vormentaal van de griezelfilm, maar niet eerder deed ze dat met zoveel technische perfectie en met zo’n hypnotiserende werking. Thematisch klopt het bovendien als een bus. “Misschien vangen we als we onze blik omhoog richten een glimp op van de geesten van hen die we verloren zijn”, zegt Alfred vroom aan het slot. Maar het zijn juist hij en zijn familie die als geesten in het vagevuur zijn blijven hangen, als straf voor hun burgerlijke hypocrisie. Dan hadden ze beter, als Ibsens tijdgenoot Nietzsche, kunnen erkennen dat de mens een vuil wezen is.

‘Kleine Eyolf’, door Het Nationale Toneel, regie: Susanne Kennedy, gezien 3 mei 2012, NTGebouw, Den Haag

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.