Recensie Flow My Tears – Veenfabriek en Wunderbaum

foto: Bowie Verschuuren

De bandleden komen op verkleed als indianen. Met zwarte pruiken en van die leren lintjes aan hun kleding. De bassist draagt zijn strijkstokken in zijn pijlenkoker en de hoofdman (Jeroen Willems) draagt een enorme verentooi. Maar niemand lijkt echt gelukkig met zijn uitdossing of met de situatie. Behalve misschien de vrouw van de hoofdman (Marleen Scholten), die trots uitlegt dat haar man een krijger is en dat ze deze andere indianen hebben ontmoet op een indianenbeurs in Den Bosch. Sindsdien treden ze samen op.
De muziekvoorstelling ‘Flow my tears’ van het Leidse muziektheatergezelschap Veenfabriek en theatergezelschap Wunderbaum is veel eerder een theatraal concert dan een voorstelling in de traditionele zin van het woord. Toch schept het gegeven van het amateur-musicerende indianenechtpaar een mooi, geestig en ook ontroerend theatraal kader voor de renaissance-liederen die de groep ten gehore brengt.
Natuurlijk hebben indianen vrij weinig te maken met de muziek van de Engelse componist John Dowland (1563-1626) – de titel verwijst naar een lied van hem -, net zo min als dat het echtpaar of de band echt indiaans is. De indianenoutfit en de band blijken voor de twee slechts een manier te zijn om de alledaagse werkelijkheid te ontvluchten, om ergens bij te horen. De samenleving waar het echtpaar graag bij wil horen, is een geïdealiseerde samenleving waarin mensen echt samenleven en waarin droom en werkelijkheid op dezelfde waarde geschat worden. Waarin samen wordt gedanst en gemusiceerd.
Zoals alle voorstellingen van regisseur Paul Koek is ook ‘Flow my tears’ rafelig en grillig geregisseerd en laat hij veel over aan de verbeelding van de toeschouwer. Al geeft de enorme Nederlandse vlag boven het toneel wel een duidelijk hint. Welbeschouwd is de Oer-Nederlandse samenleving waar sommigen naar terugverlangen net zo illusoir als de Oer-Indiaanse samenleving van het echtpaar. De grenzen die we om die samenleving willen trekken zijn net zo van bordkarton als het decor van de band dat te pas en te onpas omvalt. Maar zulke illusies zorgen wel voor een gevoel van thuis dat het moeilijk leven wat draaglijker maakt. Net als het samen maken van muziek kan troosten, of je nou een Ojibweg-indiaan bent of John Dowland heet.
‘Wat ben ik dan, waar hoor ik bij?’, vraagt de man zich vertwijfeld af als de indianenillusie definitief is doorbroken. ‘Bij mij’, zegt de vrouw. En samen zingen ze, voor even, de pijn weg.

‘Flow my tears’, door Veenfabriek. Regie: Paul Koek. Gezien: 8 februari, Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee tot en met 27 april.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *