Strijd tussen massa en elite – ‘Freule Julie’ van August Strindberg

Wendell Jaspers als Freule Julie, foto: Roel van Berckelaer

Zonder armen geen rijken. Niet alleen moet je minder bedeelden in je buurt hebben om een beetje op te vallen met je rijkdom. Je moet toch iemand hebben die je laarzen poetst, je auto wast of je eten serveert. Maar wat nu als die armen misschien ook wel zouden willen wat die rijken willen?

Het is slechts een van de problematische machtsverhoudingen die de Zweedse schrijver August Strindberg (1849-1912) beschrijft in zijn ‘Freule Julie’ (‘Fröken Julie’), een van de bekendste naturalistische toneelstukken. Op het midzomernachtfeest flirt de jonge adellijke Julie met knecht Jean in de keuken van het landhuis. Jean, die Julie een mooie vrouw vindt, speelt het spelletje mee. Als de twee in hun onderonsje betrapt dreigen te worden door het andere personeel vluchten ze naar Jeans kamer, waar ze de liefde bedrijven. Beseffend hoezeer ze zichzelf daarmee in de nesten hebben gewerkt, probeert Jean er een financieel slaatje uit te slaan door Julie over te halen met haar vaders geld met hem te vluchten. Julie wordt steeds wanhopiger als ze beseft dat haar te vrije omgang met mannelijke personeel haar eer en haar positie heeft aangetast. Uiteindelijk laat ze Jean haar bevelen zelfmoord te plegen, waarna ze met een scheermes de schuur inloopt.

Voor Strindberg was ‘Freule Julie’ een geslaagde poging om een zo naturalistisch mogelijk toneelstuk te schrijven dat dicht bij het echte leven stond. Voor hem geen platte kluchten, waarin de personages zich allemaal gedragen alsof ze knettergek zijn, schrijft hij in zijn inleiding, maar ook geen tragedies waarin de Helden worden getroffen door een onontkoombaar lot. “Er is in de eerste plaats niet zo iets als het absolute kwaad”, schrijft hij “Het leven steekt niet zo idioot wiskundig in elkaar dat alleen de grote dieren de kleine eten; het is net zo normaal dat een bij een leeuw doodt, of hem in ieder geval tot waanzin drijft.”

Precies daarom zijn Julie en Jean in ‘Freule Julie’ ook geen simpele psychologische personages, maar complexe wezens die niet alleen met elkaar een psychologische machtsstrijd aangaan, maar ook met zichzelf. Personages die – uniek voor Strindbergs tijd – soms niet uit hun woorden komen, herformuleren, van gedachten veranderen en niet-rationele beslissingen nemen. Net als in het echte leven.

Het is voor Strindberg die borrelende, onvoorspelbare mengeling van gedachten, motieven en karaktertrekken die het gedrag van de mens bepalen. Die zijn daarmee ook de oorzaak van de verschillende verweven machtsworstelingen in ‘Freule Julie’ waarvan de uitkomst lange tijd onbeslist blijft: die tussen man en vrouw, tussen arm en rijk, tussen verstand en emotie, tussen eerbesef en lust.

De worsteling tussen de verschillende standen is in deze tijd misschien nog wel weer het meest actueel: de massa begrijpt de elite niet en vice versa. Toch wil de massa het liefst elitair of rijk zijn en de elite begrepen worden door de massa. Julie wil vrij zijn in haar gedrag, zich losmaken van hoe het hoort en zich mengen in de massa, zonder dat ze beseft wat anderen daarvan zullen vinden. Jean zou graag hogerop komen in het leven – koste wat kost -, maar heeft ondertussen een hekel aan hen die zich hogerop bevinden en bij wie hij dus eigenlijk zou willen horen.

“Ik droom soms”, zegt Julie, “dat ik op de top van pilaar zit waar ik met geen mogelijkheid vanaf kan klimmen. Ik word duizelig als ik naar beneden kijk, maar ik durf niet te springen. Ik kan niet blijven waar ik ben en ik verlang er zo naar te kunnen vallen en me dan in de grond te kunnen verbergen. Kun je je dat voorstellen?” “Nee”, antwoordt Jean. “Ik droom meestal dat ik onder een hoge boom lig. Ik wil naar de top klimmen om naar het uitzicht te kijken en het nest met de gouden eieren te plunderen. Ik klim en ik klim, maar de stam is glibberig. Maar ik weet, dat als ik de eerste tak bereik, ik als in een ladder naar boven kan klimmen. Ik heb die tak nog niet bereikt, maar ik weet dat hij komt.” Voor Jean is Julie die eerste tak. Voor Julie is Jean de grond om zich in te verbergen. Maar als ze elkaar eenmaal hebben gebruikt, blijkt ze dat niet dichter tot elkaar te hebben gebracht.

Jean schept er echter een gemeen genoegen in om Julie in paniek te zien over haar status als gevallen vrouw en om haar vervolgens in het rond te kunnen commanderen. Om te zien, kortom, dat de elite kwetsbaar is: “Ik kan niet ontkennen plezier te hebben te zien dat wat ons hier beneden verblindde slechts nepgoud is. Dat de rug van havik ook grijs is, die fijne wang bepoederd, en de verzorgde nagels zwart onder de randen. Tegelijkertijd spijt het me dat waar ik naar verlangde niet hoger of meer waardevol was.” Uiteindelijk moet Jean zich weer neerleggen bij zijn positie en gehoorzamen als knecht. Toch lacht hij het laatst. Door Julie als enig kind aan te zetten tot zelfmoord maakt hij een einde aan de adelijke lijn. Jean vernietigt uiteindelijk de elite. Of beter: zet die aan tot de eigen vernietiging. Maar veel beter is hij er niet van geworden.

‘Freule Julie’, door Toneelschuur Producties, regie: Thibaud Delpeut. Tournee tot en met 12 januari.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.