Dertigers op TF

Marjolijn van Heemstra in Family '81, foto: Anna van Kooij

Vandaag begint in Amsterdam het Nederlands Theater Festival. Daarvoor selecteerde een jury de beste producties van het vorig seizoen. Met daarin opnieuw een opvallende hoeveelheid theatermakers van in de dertig. Nemen de dertigers het theaterlandschap over?

Susanne Kennedy, Laura van Dolron, Thibaud Delpeut, Eric de Vroedt en de acteurs van acteurscollectief Wunderbaum zijn allemaal in de dertig. Vorig jaar vielen ze op met een bijzondere voorstelling en daarom zijn ze dit jaar geselecteerd voor het prestigieuze Nederlands Theater Festival (TF). Niet alleen de onafhankelijke jury koos producties van dertigers, ook TF-directeur Jeffrey Meulman selecteerde voorstellingen van dertigers Marjolijn van Heemstra en Nasrdin Dchar.
En dat is niet voor het eerst, vertelt TF-directeur Jeffrey Meulman. “Ik denk niet dat er exceptioneel meer dertigers geselecteerd zijn dan de afgelopen jaren.”
Meulman heeft gelijk: Kennedy, De Vroedt, Wunderbaum en Van Dolron werden al eens eerder geselecteerd. Net als andere makers van dezelfde generatie. Kunnen we concluderen dat de afgelopen jaren een nieuwe generatie theatermakers zich een vaste plek in het theaterlandschap heeft verworven?
Volgens Marijn Lems, jurylid van TF en dertiger, is dat inderdaad het geval. “Als jury selecteren we niet op leeftijd, maar op kwaliteit. Onze opdracht is om de beste, of de meest indrukwekkende voorstellingen van afgelopen seizoen te selecteren.” Dat daar nu standaard een grote jonge groep tussen zit, zegt dus wat over hun kwaliteit. Lems: “Dertigers bevinden zich inderdaad steeds meer op de voorgrond.”
Volgens Meulman vallen de jonge theatermakers ook meer op, omdat ze steeds vaker in de grote theaterzalen voorstellingen kunnen maken. “Het heeft even geduurd voor deze mensen een plek kregen in de grote zaal. Maar nu zie je het steeds vaker gebeuren, zoals Thibaud Delpeut bij Toneelgroep Amsterdam en Susanne Kennedy bij het Nationale Toneel.”
Maar ook in het kleinere circuit lieten de dertigers zich afgelopen theaterseizoen gelden. Opvallend was daar dat de vorm van het ‘ego-document’ zich definitief vestigde. Het is een theatervorm waarbij de theatermaker zichzelf speelt en zijn eigen leven of eigen persoon als uitgangspunt neemt. Zo maakt Laura van Dolron voorstellingen die ze ‘stand-up-philosophy’ noemt en waarin ze op het toneel haar eigen gedachten laat botsen met die van verschillende filosofen. In de geselecteerde voorstelling ‘Sartre zegt sorry’ ging Van Dolron een gesprek aan met Jean Paul Sartre (gespeeld door acteur Steve Aernouts). Nasrdin Dchar maakte samen met schrijfster Maria Goos ‘Oumi’, een voorstelling gebaseerd op een interview met zijn eigen Marokkaanse moeder. Ook hij speelde in de voorstelling zichzelf. Marjolijn van Heemstra ging voor haar voorstelling ‘Family ‘81’ internationaal op zoek naar mensen die op dezelfde dag geboren waren als zij. Die zoektocht naar overeenkomsten en verschillen tussen de leeftijdsgenoten presenteert ze bijna als een lezing met veel humor en zelfspot.
De laatste twee voorstellingen werden niet op grond van hun kwaliteit geselecteerd, maar omdat de trend van het ego-document dit jaar zo opvallend was. Meulman: “Daarom heb ik er voor gekozen deze voorstellingen buiten de competitie om alsnog te tonen. Ik geef geen kwaliteitsoordeel – dat doet de jury -, maar wil wel laten zien wat er in het veld aan de hand is.” Daarom is er naast de voorstellingen tijdens het festival ook een debat over het ego-document.
Hoe komt het dat dertigers relatief vaak kiezen voor die theatervorm? Lems: “Onze generatie is opgegroeid met realityshows en met sociale media. Daarin staat het persoonlijke centraal. Het is voor dertigers een logische manier om een verhaal te vertellen. We zijn het zo gewend.”
Ook Meulman ziet de invloed van de sociale media, maar hij wijst ook op iets anders. “Ik denk dat mensen in een ingewikkelde wereld, die verhardt, behoefte hebben aan persoonlijke verhalen. Dat heeft ook te maken met het zoeken naar identiteit: het wordt steeds moeilijker te bepalen waar je eigenlijk voor staat. Dat zag je bijvoorbeeld heel mooi terug in de voorstelling ‘Oumi’, waarin het ging over culturele identiteit.”
Wat ook opvalt in de selectie van TF is het grote (politieke) engagement van de meeste voorstellingen. Meulman: “Kunst staat niet los van de samenleving. Kunst is de samenleving. Als er in een samenleving veel gaande is, dan vertaalt zich dat in het werk van de kunstenaar. De ego-documenten zijn daar een verschijnsel van. Maar ook de rest van de selectie laat de stand van het land goed zien.” Zo maakte Eric de Vroedt met ‘Mightysociety8’ een voorstelling over de rol van kunst in een populistische samenleving. Maar ook niet-dertiger Ivo van Hove bevraagt in ‘Kinderen van de Zon’ de verhouding tussen elite en massa. ‘Freetown’ van Dood Paard gaat over een groepje vrouwen dat op vakantie gaat naar Afrika om daar mooie zwarte jongens als luxeproduct aan de haak te slaan. Lems: “Ik vind het mooi om te zien dat in een tijd waarin men zich steeds meer afvraagt wat de waarde van kunst is binnen een samenleving, de theatermakers de handschoen oppakken om die waarde te laten zien. Ook de dertigers.”
Maar, stelt Lems vast, die generatie is er nog niet. “We hebben de boel nog niet overgenomen, al spelen we steeds vaker een belangrijke rol in het culturele debat. Als makers, maar ook als journalisten en programmeurs. We mogen ons niet te snel tevreden stellen met de status quo. Er zijn nog genoeg generatiegenoten die ook de kans moeten krijgen om door te breken.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.