Steeds opnieuw je bestaan rechtvaardigen – Interview Theu Boermans

foto: Carli Hermès

Elke nieuwe voorstelling is een nieuw begin, vindt regisseur en artistiek leider Theu Boermans. In 2008 stopte de subsidie van zijn succesvolle groep de Theatercompagnie. Na drie jaar keert hij terug als artistiek leider bij het Nationale Toneel

Terwijl we zitten te praten stroomt de theaterfoyer met uitzicht op het militaire vliegveld Valkenburg langzaam vol. Voor de zoveelste avond op rij is de hitmusical ‘Soldaat van Oranje’ stampvol uitverkocht en genieten twaalfhonderd bezoekers van de voorstelling waarvan de regie voor toneelregisseur Theu Boermans een tussenhalte was tussen twee artistiek leiderschappen. Hij rolde er toevallig in, had de film niet gezien en ook nog nooit een musical geregisseerd. Het succes verbaast hem zelf nog steeds. Maar het toont voor hem ook aan bij het maken van een nieuwe voorstelling altijd opnieuw begint. En dat je van te voren nooit weet waar je uitkomt. “Pas als je ergens je voet neerzet wordt het grond. Dat is mijn adagium altijd geweest.”

De eigenwijsheid van hoofdpersoon, Engelandvaarder en verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema sprak hem aan, vertelt hij. Uiteindelijk was dat voor hem het basisthema van de musical en daarop werd ook script toegespitst. “Met die eigenwijsheid en die opstandigheid had ik iets. Ik kan slecht tegen onrechtvaardigheid. Ik heb ook de slechte eigenschap om er tussen te springen als ik op straat iets zie gebeuren. Dat is heel dom, maar er gaat iets op zwart. Er komt dan zo’n stoot van verontwaardiging vrij…”

Ook eigenwijsheid kan Boermans niet ontzegd worden. Sterker nog, het was die eigenwijsheid die hem bij het toneel deed belanden. “Mijn middelbare schoolopleiding was zo rampzalig dat het volstrekt onduidelijk was wat ik daarna moest gaan doen. Ik was me niet bewust van enig talent, had nog nooit enig toneelstuk gezien. Toen er geen land meer met me te bezeilen was en ik nogal vaak met de politie in aanraking kwam, heeft mijn vader me aangemeld bij de toneelschool.”

En het was opstandigheid tegen onrecht die, zegt hij, leidde tot een langslepend conflict met het Fonds Podiumkunsten. In 2008 wees het Fonds de aanvraag van Boermans Theatercompagnie af, waardoor zijn gezelschap zonder subsidie kwam te zitten. Die afwijzing gebeurde op oneigenlijke gronden en hij vocht de beslissing aan. Het leverde een langslepende rechtszaak op die hem uiteindelijk in het gelijk stelde: de afwijzing was onterecht geweest. Maar toen had hij zijn personeel al moeten ontslaan en was zijn Theatercompagnie feitelijk al ontmanteld. Een geschiedenis van meer dan twintig jaar kwam daarmee ten einde.
Ondertussen zat hij echter niet helemaal stil. “Ik heb tussen de rechtszaken door geregisseerd in het buitenland, ik heb Soldaat van Oranje gedaan. Nadat we in het gelijk zijn gesteld heb ik met mijn stichting het Derde Bedrijf enkele voorstellingen gemaakt. En toen begonnen alweer de voorbereidingen voor het artistiek leiderschap bij het Nationale Toneel.”

Met de Theatercompagnie (en diens voorganger De Trust) kon Boermans onder zijn eigen voorwaarden theater maken. Nu is de man die eigenwijs zijn weg buiten de grote structuren zocht, ineens directeur van een van de grootste instellingen binnen het Nederlandse theaterbestel. Ziet hij die functie als een nieuw begin? “Uiteraard. Je zou kunnen zeggen dat ik de laatste van mijn generatie regisseurs ben, die de overstap maakt van zijn eigen gezelschap naar de gevestigde structuur. Ik heb mijn eigen groep en mijn eigen theater nog lang en tegen de klippen op overeind weten te houden. Ik heb lang geopereerd aan de randen van het bestel. Omdat ik me daar toch het prettigste bij voelde en daar het beste kon doen wat ik wilde doen.”

Beleidsmatig wil Boermans met het Nationale Toneel daarom graag doen wat hij in zijn Theatercompagnie en het bijbehorende eigen theater al in het klein deed: met het model van het Duitse stadstheater als inspirerend voorbeeld een zo groot mogelijk publieksrendement uit de voorstellingen halen. Dit door nauw samen te werken met het theater waarin je speelt – in dit geval de Koninklijke Schouwburg – en zo stukken lang op het repertoire te houden. Maar er wordt ook gereisd om de rest van het land te bereiken. “Je ziet dat Toneelgroep Amsterdam en de Stadsschouwburg dat al jaren voorbeeldig doen. Dat moet in Den Haag ook gaan gebeuren. Want ik vind dat je als theatermaker niet alleen verantwoordelijk bent voor de voorstellingen, maar ook voor je publieksbereik. Je kunt heus een volle zaal trekken met de dingen die jij als kunstenaar noodzakelijk vindt om te maken.”

Hoewel Boermans vragen heeft bij de manier waarop er de komende tijd op de kunsten bezuinigd gaat worden, vindt hij meer nadruk op cultureel ondernemerschap niet zo verwonderlijk. “Ik ben altijd al cultureel ondernemer geweest en heb altijd hard moeten vechten.. Ik ben wat dat betreft gepokt en gemazeld. Voor mij vergt het dus geen enorme omslag in het denken. Ik weet ook uit ervaring dat crises ook iets creatiefs voort kunnen brengen. Al zal nog moeten blijken of het nieuwe beleid een zegen of een vloek is. Ook zonder bezuinigingen had er wat moeten gebeuren aan het feit dat het theater te losgezongen is geraakt van de samenleving. Het heeft zijn belangrijke rol als hofnar, als platform voor reflectie verloren. Dat moeten we weer terugveroveren. De samenleving, en zeker ook de politiek zal de kunst nog hard nodig hebben op het moment dat alle morele ijkpunten kwijt zijn geraakt in de chaos.”

Juist in Den Haag waar politiek, maar ook het internationale recht een grote rol in de stad spelen is theater enorm belangrijk, vindt Boermans: “Als je gelooft in mensenrechten en in democratie dan zal je de fundering daarvoor ergens vandaan moeten halen.” Voor hem ligt die fundering in de rijke toneeltraditie: “Alle dilemma’s die de politici van nu hebben en alle worstelingen van de huidige mens liggen al in het toneelrepertoire verankerd. Die moet je telkens opnieuw weer laten zien. De denkende mens, niet alleen de genietende en consumerende mens, moet zich ergens aan kunnen ijken. De repertoirestukken die ik regisseer hebben voor mij altijd actualiteitswaarde. Is dit stuk nu noodzakelijk? Maar hoe dan? Wat kan de meerwaarde zijn? Het begint allemaal bij de noodzaak van dat stuk. En elke voorstelling begin je feitelijk weer bij nul.”

Hoewel hij de eerste regisseur wordt bij het Haagse gezelschap is toneelleiderschap voor Boermans echter meer dan regisseursschap. “Dat is voor mij niet hetzelfde. Dat ik de eerste regisseur ben binnen het huis, betekent niet dat ik dat huis ondergeschikt moet maken aan wat alleen ik wil. Talentontwikkeling van jonge regisseurs, maar ook van het acteursensemble is heel belangrijk. Want met een hoop topspelers heb je nog geen elftal. Het gaat erom dat het publiek – net als bij FC Barcelona – denkt: wat speelt die club toch goed samen. Dat is ook de verdienste van een trainer. Mijn elftal is in de basis al heel goed. Nu moeten ze getraind worden, met tegenstanders in de vorm van nieuwe stukken. En natuurlijk zullen ze moeten wennen aan hun nieuwe trainer.”
Niet alleen door zijn komst breekt er voor het Nationale Toneel een nieuwe tijd aan, denkt Boermans. “We zitten in een tijd waarin alles verandert, de hele samenleving. Dus ook het toneel en de functie daarvan. Daar moeten wij als gezelschap in meedenken. Dat is je verplichting als gezelschap. Daarom wordt je gesubsidieerd. Je moet telkens opnieuw je bestaan rechtvaardigen.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.