Visie

foto: Julia Solis, www.abandonedtheaters.com

“Een nieuwe visie op cultuurbeleid”, staat er boven het eerste hoofdstuk van de plannen voor de cultuur van staatssecretaris Halbe Zijlstra. Daarna is het flink zoeken, want er staat heel veel in die tientallen pagina’s, maar geen visie. Met een visie geef je een vergezicht, een blik op de horizon, een inspirerend plan voor de toekomst. Die is in Meer dan kwaliteit niet te vinden. Het ademt meer een soort van platte kruideniersmentaliteit.

Wat er in Nederland en vooral ook in de Nederlandse politiek mist, is een fundamenteel debat over waarom we kunst belangrijk vinden. Of niet belangrijk vinden. Wat we als maatschappij verwachten van onze kunstenaars. Dat debat wordt niet gevoerd met dus ook een visieloze sloop als resultaat.

Het is dat wat de kunstensector vooral steekt. Niet dat ze meer moeten inleveren dan welke sector ook, niet het besef dat er misschien wel veel aanbod is en teveel kunstenaars worden opgeleid en dat dat dus wel wat minder kan. Daar komt de sector wel weer – zij het met pijn en moeite – overheen. Het is volstrekte visieloze zinloosheid die het meest pijn doet.
Dat je – net als de VVD-fractievoorzitter Stef Blok – kunst hetzelfde vindt als een zak patat en dat daar dezelfde marktregels voor zouden moeten gelden, is dommig, maar het is een visie. Dat je vindt dat de burger zelf moet weten waar hij zijn geld aan wil uitgeven en daarom liever de kunstsubsidies stopt en de belastingen verlaagt, zoals de PVV graag wil, is treurigstemmend, maar het is wel een visie.

Als Halbe Zijlstra een echte vent was geweest, dan had hij zijn echte visie op cultuur op papier gezet. Dan had hij Stef Blok en Martin Bosma volledig moeten navolgen en zeggen: “Wij zien het verschil niet tussen een zak patat en een kunstwerk en een zak patat subsidiëren we ook niet. Wij vinden alleen dat belangrijk en waardevol dat door de grote massa gewaardeerd wordt. Dus trekken wij nu alle subsidie terug en laten de markt zijn werk doen. Zoals het hoort. Punt.” Het zou verschrikkelijk zijn, maar het is wel een visie.

Maar dat durft Halbe Zijlstra niet te zeggen. Omdat dat het CDA echt te gortig zou zijn, omdat er toch nog veel VVD’ers in besturen van kunstinstellingen zitten, of omdat hij eigenlijk helemaal niet zo heel goed over zijn plannetjes heeft nagedacht, maar ze toch maar een visie heeft genoemd. Het stuk hinkt op twee benen en is daardoor volstrekt hypocriet. De inleiding ronkt van het maatschappelijk belang van kunst, gevolgd door de gratuite stelling dat het anders moet, omdat er te weinig ondernemerschap is en door een hoop maatregelen die volstrekt met het vorige in tegenspraak zijn.

Ten eerste zit dat in het volstrekt negeren van de (overigens eigen) cijfers. In Trouw zei Zijlstra stevig dat het toch volstrekt normaal zou moeten zijn dat je van elke 1000 euro minstens 170,50 euro zelf verdiend. Dat klopt. Dat vindt de sector ook. Die 17,5 procent was namelijk al een eis en vrijwel alle culturele instellingen halen die norm of gaan er ver overheen (Oerol verdient bijna 80% zelf). Om instellingen daartoe aan te zetten heb je dus geen grootschalige sloop nodig. Daarbij doet de overheid juist nog meer om het de cultureel ondernemers moeilijker te maken. De maatregelen die er waren om instellingen bij de ontwikkeling van hun cultureel ondernemerschap te helpen worden wegbezuinigd, de belastingvoordelen voor culturele giften die er waren zijn in afwachting van een vage geefwet afgeschaft en de btw wordt met 13% verhoogd. Sterker nog, het wordt festivals onmogelijk gemaakt om te programmeren (en met die programmering geld te verdienen) als het aanbod waar ze afhankelijk van zijn wordt wegbezuinigd.

Want daar zit de tweede rare tegenspraak tussen ‘visie’ en beleid. Zijlstra vindt dat de markt meer het werk moet doen, maar dat iets wat evident zelf moeilijk geld kan verdienen, en door zijn vernieuwende waarde wel belangrijk is, wel geborgd zou moeten worden. Maar wie krijgen in Zijlstra’s plannen het meeste geld? Juist die instellingen die door hun grootte en door hun toegankelijkheid zelf goed in staat zouden moeten kunnen zijn om sponsoren te kunnen vinden of anderszins geld uit de markt te kunnen halen. Die instellingen worden nauwelijks gekort, terwijl daar nog enige korting zonder schade mogelijk zou zijn. Maar Zijlstra zet wel het mes in het meer avontuurlijk aanbod, de productiehuizen en de kleine gezelschappen. Zij zijn (al was het maar door hun grootte) juist minder in staat om zelf geld meer geld te verdienen (ook al komen zij vaak ook al boven de 17,5% uit). Die zijn dus volstrekt kansloos. Kortom: Zijlstra vindt dat er meer geld uit de markt kan komen en dat het daarom met subsidie wel wat minder kan en doet vervolgens het tegenovergestelde: hij stopt het geld daar waar het meer uit de markt zou kunnen komen en haalt het weg waar dat minder het geval is.
Zeg dan gewoon dat je PVV-partner al dat linkse (nationaal)-socialistische kunstzinnige gewauwel in de marge zat is, omdat Henk en Ingrid het niet begrijpen. Dat je denkt dat er voor alles wat moeilijker is dan “Ik hou van Holland” geen maatschappelijk draagvlak is. Daar kunnen we het met zijn allen wel niet mee eens zijn, maar het is wel een visie.

Dat zegt Halbe Zijlstra niet, er volgt nog een heel verhaal over internationale top. Maar de kraamkamer van die top (de kleine instellingen, de productiehuizen voor jong talent, cultuureducatie) wordt door hem gesloopt. Een top kan niet zonder basis. Het zijn trouwens de straks wegbezuinigde jeugdtheatergezelschappen, locatietheatermakers, vernieuwende theatermakers en dansgezelschappen, die in het buitenland het meest op handen worden gedragen. Die kleinschalige diversiteit is namelijk uniek in de wereld. De landen om ons heen kijken jaloers naar ons systeem. Zij hebben een paar grote behoudende stadstheaters met een piepkleine marge. Daar gaan wij nu ook naar toe en slopen daarmee wat juist het Nederlandse cultuurlandschap zo bijzonder maakt. Zeg dan dat je graag behoudend stadstheater wil en minder gemuts in de kleine zaal. Dat is treurig, maar wel een visie. Zeg niet het een, terwijl je het ander doet.

Dat doet Halbe wel en de reden daarvan is pure machtspolitiek. Door de grote instellingen relatief te sparen, de rest naar het Fonds te sturen en daar flink op te korten, maakt visieloze, maar politiek ambiteuze Halbe namelijk geen vuile handen. Het zijn immers de grote instellingen, zoals het Nationale Ballet, het Residentie Orkest, de Nederlandse Opera en het Nederlands Danstheater die Halbe eigenhandig flink zou moeten korten als hij echt voor het zakelijkheidsargument ging. Maar die hebben leden van het Koninklijk Huis en VVD’ers in het bestuur en kunnen zo voor heel veel nare publiciteit zorgen. De opmerking dat de Residentie Orkest een regionaal orkestje zou worden, begon al op een publicitair goedwerkende one-liner te lijken. Bovendien kunnen die invloedrijke VVD’ers in de besturen, zo schrijft Kees Vuyk terecht, voor een abrupt einde zorgen aan Halbe’s politieke carrière.

Door het Fonds het vuile werk op te laten knappen, is dat straks dus de slechterik. Want Halbe weet ook – de geschiedenis geeft hem daarin gelijk – dat al die bedreigde instellingen straks weer onderling ruzie gaan maken, boze brieven over het Fonds en de grote instellingen gaan schrijven en met rechtszaken gaan dreigen. En dat past prima in Halbe’s publicitaire plaatje, die boze, op geld beluste kunstenaars. Verdeel en heers, Halbe kent zijn Machiavelli.

Dat is politiek handig, maar het is geen visie. Een visie gestoeld op een idee over de waarde van kunst. De kans op een maatschappelijk debat over die waarde zou nu gevoerd moeten worden. In deze tijd van schreeuwerige factfree gelijkhebberigheid lijkt me de kans echter klein dat dat gaat gebeuren. Maar zonder dat daar over gesproken is, wordt er straks onherstelbare schade aangericht. Dat is erg. Dat dat gebeurt zonder enig idee, visie of inhoud en met oneigenlijke argumenten en tegenstrijdige maatregelen is nog veel erger. Dat is een schoffering en een trap na naar al die mensen die zich decennia kapot hebben gewerkt om de Nederlandse kunst te maken tot wat hij is. En niet te vergeten hun publiek.

Comments

  1. Hoi Robert, als je dit geplaatst zou krijgen zou het ons al zoveel helpen! Ik bel je later deze week na het overleg met de productiehuizen.

  2. nou robbert, je spreek uit mijn hart. bedankt voor je duidelijke woorden! het is trouwens in mijn ogen ook jammer dat kunstenaars zelf nu in het debat vaak verzeild raken in een oppervlakkig discours over voetbal subsidie etc. terwijl juist nu het moment zou zijn om uitwisseling aan te gaan over wat kunst betekent in de maatschappij. wat de heel specifieke kwaliteiten ervan zijn. een werkelijk inhoudelijke discours ontbreekt volledig. of mis ik iets?

  3. Mooie analyse.
    Conclusie: Halbe Zijlstra vertegenwoordigt een regering die alleen gezond (en gezond blijvende) mensen wil verzekeren, alleen kassuccessen wil ondersteunen, alleen onderwijs wil aanbieden aan bovengemiddelde intelligentsia, alleen voor topsporters faciliteiten wil creeëren en de opbrengst van dit alles doorspeelt aan de toplaag van de rijksten.
    Dit heet gewoon NEO-LIBERALISME of te wel het recht van de sterkste.

    En de bekende Henk & Ingrid maar denken dat ze het hierdoor veel beter zullen krijgen. Zielig toch.

    Voor kunstenaars blijven maar twee wegen over, staken, maar dan ook echt en langdurig, of naar het buitenland vetrekken.

    Maak van Nederland een culturele woestijn!!!

  4. geweldig en spathelder stuk. dit zou voorgelezen moeten worden voor elke voorstelling. ik hoop dat de verenigde productiehuizen en napk gezelschappen dit oppikken in die zin, en daar hun publiek mee bereiken. en dat de grote gezelschappen toch ergens een gebaar maken. hier ligt een handvat voor klaar.

  5. Vergeet niet dat die zak patat trouwens zwaar gesubsidieerd wordt… Er gaan miljarden om in de landbouwsubsidies.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.