Wankelende Zekerheden – Interview Susanne Kennedy

Scènefoto Emilia Galotti, regie: Susanne Kennedy. Foto: Deen van Meer

In de kale, aftandse huiskamer die het decor gaat vormen van de voorstelling Het Verjaardagsfeest van het Nationale Toneel zoekt actrice Ariane Schluter naar een houding. Ze moet op een bepaald moment het publiek in kijken en snapt niet zo goed waarom. ‘Maar wat speel ik dan precies?’, vraagt ze aan regisseur Susanne Kennedy op de tribune. Kennedy legt uit dat ze zoekt naar een beweging of een blik die de realistische situatie op het toneel doorbreekt en dat er niet per se een psychologische reden is voor de blik in het publiek. ‘Maar hoe verkoop je dat dan?’, vraagt Schluter. ‘Het voelt teveel als een kunstmatige afspraak.’ Kennedy: ‘Daar ben ik het niet mee eens.’

Later, na de repetitie, als de acteurs aan het eten zijn, komt het moment weer ter sprake. Kennedy: ‘Ik spreek niet altijd de taal van de acteurs. Ik ben geen regisseur die voor de acteurs een psychologische lijn of een motivatie uitstippelt voor hun personages. Ze moeten het voor zichzelf logisch maken. Dat is voor een acteur soms heel moeilijk. Omdat het voelt als een door mij opgelegde vorm die hij dan maar zelf moet invullen. Mijn theater verlegt een deel van de verantwoordelijkheid van de acteur naar het publiek, dat gewend is dat de acteur het verhaal van de voorstelling vertelt. En dat werkt bij mijn voorstellingen niet zo.’

Susanne Kennedy (1977) is geboren Duitse. Ze kwam door de liefde in Nederland terecht en studeerde daar theaterwetenschap en vervolgens aan de regie-opleiding van de Amsterdamse Theaterschool. Inmiddels werkt ze alweer enkele jaren bij het Haagse Nationale Toneel waar ze zich kon ontwikkelen tot een van de grootste regietalenten van dit moment. Haar voorstelling Over Dieren werd in 2010 geselecteerd voor het Theaterfestival. Dat jaar won ze tevens de Erik Vosprijs voor grootste aanstormend regietalent. Inmiddels werd ze ook in Duitsland en Vlaanderen uitgenodigd om voorstellingen te maken.

Kennedy’s voorstellingen zijn ongemakkelijk, ze schuren en kruipen onder de huid van de toeschouwer. Groteske personages die soms weggelopen lijken te zijn uit een griezelfilm confronteren de toeschouwer met de zwarte kanten van wat toch een toneelklassieker leek te zijn, zoals Hedda Gabler (2008), waarin ze de recalcitrante Hedda neerzette als een verlopen rockster en die ze al aan het begin van de voorstelling zelfmoord liet plegen in plaats van aan het eind. Of Emilia Galotti (2010), waarin lelijk bepruikte personages mechanisch en met zichtbare tegenzin Lessings romantische tragedie speelden. Eigenlijk totaal anders dus, dan het enigszins bedaagde repertoiretoneel dat het NT normaal maakt. ‘Ik denk’, lacht Kennedy, ‘dat ze bij het NT niet helemaal doorhadden wat ik maakte toen ze me aannamen. Dat hebben ze snel genoeg gemerkt. Ik ben hier de vreemde eend in de bijt. Maar ik heb hier wel het platform gehad om me rustig te ontwikkelen en de faciliteiten om mijn voorstellingen te kunnen maken.’

Nu regisseert Kennedy Het Verjaardagsfeest van de Engels schrijver Harold Pinter. Daarin dienen zich twee merkwaardige mannen aan bij het Bed & Breakfast van Petey en Meg. Ze nemen al gauw de boel over en ontvoeren uiteindelijk Stan, de vaste gast. Wie ze zijn en waarom ze Stan ontvoeren, wordt nooit duidelijk. Ondertussen proberen Petey en Meg vol te houden dat er niets geks gebeurt in hun eigen huis. Kennedy: ‘Hoe reageer je als je ineens in zo’n positie terecht komt? Ik kan me wel voorstellen dat je net doet alsof er niets aan de hand is. Veel gesprekken in het stuk gaan dan ook over koetjes en kalfjes. Toch vallen er gaten in die gesprekken. De normale sociale omgangsvormen lijken niet meer werken. Door die falende alledaagsheid wordt de situatie akelig en bedreigend. Unheimlich, niet-meer-huiselijk. De houvast die je dacht te hebben, omdat het vertrouwd was, blijkt er niet meer te zijn. Het unheimliche gevoel dat zekerheden gaan wankelen, vind ik spannender dat het verhaaltje zelf.’

Het is niet de taak van de kunst, vindt Kennedy, om slechts verhalen te vertellen. ‘Natuurlijk kun je op het toneel mooie verhalen vertellen, maar dat vind ik niet interessant. Op het toneel en in de film zie je in die verhalen toch vaak een conventioneel mensbeeld terug, waarin de zaken mooier worden voorgesteld dan ze zijn. Waarin een mooie opbouw zit en alles psychologisch klopt. Wij denken dat we als mensen heel complex zijn, dat we diepgaande emoties hebben, dat we een eigen wil hebben, dat we hogere wezens en het middelpunt van alles zijn. Daar zet ik vraagtekens bij. Zo werkt het in het dagelijks leven helemaal niet. Kijk bijvoorbeeld naar de liefde, dat is de nieuwe religie van deze tijd. Daarom heen verzinnen we allemaal verhalen, waarin we onszelf zien, zoals we onszelf graag willen zien. We zijn constant op zoek naar make-believe.’

Een kunstenaar, vindt Kennedy, moet juist reflecteren op een bepaald mensbeeld in plaats van het te bevestigen. Daarom zet ze in haar voorstellingen graag vraagtekens bij de manier waarop we verhalen vertellen en waarop we als mensen via die verhalen naar onszelf kijken. Het romantische vrouwbeeld in de 18e-eeuwse klassieker Emilia Galotti werd door Kennedy ongenadig gefileerd en ontmaskert als uitermate seksistisch. Ook in haar andere voorstellingen wil ze dat het publiek zich bewust wordt van de vorm waarin een verhaal gegoten en morrelt graag aan beelden en gedachten die als bekend werden verondersteld. ‘Ik wil een soort twilight zone creëren waarin je als toeschouwer intellectueel onzeker gemaakt wordt.’ Daarom kiest ze in haar voorstellingen nooit voor psychologisch realisme, maar voor personages die bijna mechanisch lijken als poppen en die het publiek constant in de gaten houden en creëert ze beelden die door hun ambiguïteit onder de huid kruipen. ‘Doordat ik een onconventionele vorm kies en het publiek op een andere manier aanspreek, moet het opeens een extra stap maken om bij het verhaal te komen. Het moet daarin zijn eigen weg vinden. Mijn voorstellingen laten zich dan ook nooit in een eenduidige interpretatie vatten. Dat vraagt misschien veel van het publiek. Sommige mensen raken geïrriteerd en haken af. Maar dat is dan maar zo.’

In Het Verjaardagsfeest, merkt ze op, is ze wel op zoek naar een iets andere stijl, waarin het groteske plaatsmaakt voor meer realisme. In de repetitie lijkt de toon bovendien lichter, als van een absurde sitcom, al blijft er een naargeestige leegheid in de personages zitten die zo eigen is aan de stijl van Kennedy.

Van de noodzaak om ook minder mooie dingen te laten zien en het belang van het stellen van vraagtekens, komt het gesprek uiteindelijk ook op het nieuwe kunstbeleid, waarin de publiekscijfers en niet meer de kwaliteit van belang zijn. ‘Op dit moment wordt alles in Nederland beoordeeld op zijn marktwaarde. De hele samenleving is doortrokken met: wat voor nut heeft het eigenlijk? Levert het wel iets op? Ik vind dat afschuwelijk. Ik kan niet anders theater maken dan ik nu eenmaal doe. Als kunstenaar heb ik nu eigenlijk de neiging om mijn kop in het zand te steken. Ik maak mijn ding en ik zie wel. Ik ben niet iemand die gaat demonstreren. Daar voel ik mee heel ongemakkelijk bij. Ik laat me horen door een voorstelling te maken.’ Lacht: ‘Waar dan zogenaamd niemand naar komt kijken.’

Het Verjaardagsfeest van Het Nationale Toneel, regie: Susanne Kennedy. Ten zien 12 mei tot en met 18 juni 2011 in Den Haag en Amsterdam.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.