Hoe groen is jouw theater? Duurzaamheid en de podiumkunsten

In Groot-Brittannië is een serieus begin gemaakt met duurzaamheid in de theaters, gebouwen waar enorme hoeveelheden energie doorheen gaan. Ook in Nederland dringt de noodzaak tot een verstandiger energiegebruik tot de theaters door. Een inventarisatie.

Afgelopen november organiseerde de VPT (Vereniging voor Podiumtechnologie) een interessant experiment in de Rotterdamse Schouwburg. Twee keer kreeg het publiek dezelfde dansvoorstelling voorgeschoteld. Een keer werd ze belicht met duurzaam licht, een keer met conventioneel licht. Aan het publiek vervolgens om uit te maken of het verschil zag. Het is een van de initiatieven die duurzaamheid in de podiumkunsten nastreven en die steeds vaker opduiken.

Duurzaamheid en de podiumkunsten gaan prima samen. Dat was de blijde boodschap die Ben Todd afgelopen seizoen verkondigde op de conferentie What’s art got do with it in de Brakke Grond en op het congres van de VSCD. Todd is technisch directeur van het Londense Arcola Theatre, een vrijwel volledig duurzaam theater. In zijn lezingen schetste hij hoeveel er mogelijk is op het gebied van duurzaamheid door de aanstelling van een technisch directeur naast de artistieke en zakelijke leiding, een beetje bluf, creatief denken, een open (en opportunistische) houding naar subsidiegevers en een hoop inventiviteit. Dat klinkt allemaal hoopvol. Maar hoe staat het met de duurzaamheid van theaters en theatergroepen in Nederland?

Vervuilers

In november 2009 verschenen in het tijdschrift voor theatertechniek Zichtlijnen de resultaten van een nogal droevig stemmend onderzoekje, waaruit naar voren kwam dat bij podia nog nauwelijks over duurzaamheid wordt nagedacht. Zo gebruikt slechts eenderde van de theaters die de enquête van Zichtlijnen invulden groene stroom. Bij tweederde van de respondenten is de verlichting niet centraal geregeld, waardoor lampen in ongebruikte gangen nodeloos energie verbruiken. Niet zo gek dat in zulke simpele oplossingen niet eens is voorzien als je bedenkt dat 69 procent van de podia geen specifiek beleid voert op het gebied van duurzaamheid.

Daarin moet verandering komen, vonden diverse organisaties binnen de podiumkunstensector, waaronder de NAPK (de brancheorganisatie voor de podiumkunsten), de VPT (Vereniging voor Podiumtechnologie) en de VSCD. Zij richtten daarom een werkgroep duurzaamheid op.

Erica van Eeghen, zakelijk leider van de Toneelmakerij en lid van de werkgroep, zwengelde een en ander twee jaar geleden al aan bij de VNT. Volgens haar staat buiten kijf dat de sector bewust moet verduurzamen. Van Eeghen: ‘Na het zien van de film Cradle to cradle, waarin wordt getoond hoe je producten kunt hergebruiken, ben ik eens naar onze sector gaan kijken. In die sector werken allemaal idealisten, mensen die het ’t beste met de wereld voorhebben. Maar we zijn zulke vervuilers! Veel commerciële bedrijven zijn veel verder dan wij in het opzetten van een duurzame bedrijfsvoering. Maar je kunt niet in een keer de hele sector veranderen. En je moet dingen ook vooral praktisch aanpakken. Uiteindelijk kun je dat het beste samen doen.’

De werkgroep komt nog sporadisch bij elkaar om zaken af te stemmen, maar de leden vertonen vooral individueel een gedreven ijver. Zo organiseerde de VPT tijdens de Theatervakbeurs begin 2010 duurzaamheidsworkshops. Ook ging de vereniging aan de slag met duurzame verlichting, waarvan het experiment in de Rotterdamse Schouwburg een uitvloeisel was. Uit heel Europa werden de nieuwste verlichtingstechnieken aangerukt om de in Rotterdam verzamelde technici te laten zien wat er al allemaal mogelijk is, vertelt VPT-directrice Els Wijmans. In een laboratorium werden alle lampen doorgemeten om te zien wat de precieze technische effecten zijn. Kosten: 350.000 euro, deels opgebracht door de bedrijfsleden van de VPT en deels betaald uit het duurzame innovatiepotje van het ministerie van Economische zaken. In december staat het VPT-symposium Duurzaamheid on stage! in het teken van duurzaamheid. De resultaten van het lampenexperiment (het Rotterdamse publiek werd gevraagd een enquêteformulier in te vullen) worden bekendgemaakt en de aanwezige technici zullen de duurzame lampen zelf kunnen uitproberen.

En er valt nog veel meer te verduurzamen, meent Eline Kleingeld, VSCD-beleidsmedewerker Het Duurzame Podium. Nagedacht kan worden over isolatie, over klimaatinstallaties die voor de voorstelling de zaal verwarmen om die tijdens de voorstelling weer af te koelen, over de noodzaak en het gebruik van papier en inkt voor flyers en ander drukwerk, over wat er met decors gebeurt na een voorstellingenreeks en over de manier waarop, in het kader van de spreidingsgedachte, decors, technici en acteurs door het land worden vervoerd. Zo maakt de VSCD inmiddels afspraken met de UNETO-VNI, de koepelorganisatie van installatiebedrijven, om te kijken of er een handboek kan komen waarmee theatertechnici en installateurs gezamenlijk de warmte-installatie zo optimaal mogelijk kunnen afstellen. Ook loopt er een pilot in drie theaters om bezoekers efficiënter hun reis naar het theater te laten plannen op het moment dat ze op internet een kaartje kopen. Kleingeld: ‘In Nederland wordt op jaarbasis vijf miljoen kilometer gereden alleen al door de bezoekers van theaters, vooral in de regio. Daar kun je concreet iets mee doen. Het is allemaal niet spectaculair, maar het levert uiteindelijk wel winst op.’

Van Eeghen vraagt zich bij elke aankoop van de Toneelmakerij af of deze wel duurzaam is voor ze haar handtekening zet. ‘We moeten binnenkort een vrachtwagentje vervangen. Het nieuwe moet dan wel schoon zijn. Al was het maar omdat het anders Amsterdam niet in mag.’

Investeren

In Rotterdam zijn ze al een stapje verder. Daar heeft een aantal podia en groepen afgelopen seizoen met de gemeente afgesproken samen te onderzoeken hoe ze de Rotterdamse sector kunnen verduurzamen. Inmiddels wordt, als eerste stap, de ecologische voetafdruk van de sector bepaald. Daarna wordt gekeken welke verbeteringen mogelijk zijn.

Het project wordt getrokken door Femke Bouwer-Van Schie van stichting Achter de Wolken. Zij werd daartoe geïnspireerd door het Londense Green Theatre Project, waarvan Ben Todd van het Arcola Theatre de initiatiefnemer is. Achtenveertig Londense theaters krijgen de komende drie jaar samen een half miljoen pond van de gemeente Londen om hun theaters te verduurzamen. Daarmee moet de CO2-uitstoot van de theaters in 2025 met zestig procent zijn verminderd. Bouwer: ‘Als Londen dat kan, dan kunnen wij het ook, dacht ik. Dus heb ik in Rotterdam een dergelijk idee aangezwengeld bij de sector en de gemeente. Veel instellingen willen wel duurzaam werken, maar weten niet goed hoe. Allereerst wilde ik daarom zoveel mogelijk spelers bij elkaar krijgen om met elkaar te bespreken wat de mogelijkheden zijn met ieders beperkte financiële middelen. De gemeente kan een rol spelen door te helpen duurdere investeringen te financieren. Met een nulmeting willen we vaststellen hoever we nu zijn, vervolgens willen we bepalen waar we willen komen en moeten we afstemmen hoe we dat gaan bereiken. Zo kunnen we onze kennis bundelen. De maatregelen die theaters nu al nemen blijven toch vaak binnen het eigen theater. Samenwerken heeft ook als voordeel dat je een bedrijf als Eneco, dat zegt graag te investeren in duurzaamheid, zo ver kunt krijgen dat het je sponsort. Dat lukt een enkel theater niet.’

Elektriciteitsrekening

Volgens alle betrokkenen is het niet alleen bevorderend voor hun ‘groene voetstap’ dat podia en gezelschappen meer werk zouden moeten maken van duurzaamheid. Investeringen zijn ook weer terug te verdienen, bijvoorbeeld omdat het scheelt op de elektriciteitsrekening een slimmer klimaatsysteem aan te leggen en ledlampen te gebruiken. Daarbij komt dat de kans groot is dat de subsidiërende overheden de komende jaren steeds meer milieubesparingseisen zullen gaan stellen. Gemeenten, veelal eigenaar van podia, stellen nu al steeds strengere eisen aan hun eigen vastgoed. Kleingeld: ‘Als die eisen op tafel worden gelegd, dan kun je er maar beter klaar voor zijn. Dat geldt overigens ook voor de eisen van sponsors en fondsen.’

Bouwer merkt nog op dat het verstandig is je als sector met die beleidsvorming op overheidsniveau te bemoeien. ‘Laat zien dat je geïnteresseerd bent, dat je voorop wilt lopen.’ Zo kun je voorkomen dat je door de overheid allerlei maatregelen krijgt opgelegd die helemaal niet of lastig toepasbaar zijn op de theatersector.

Van alle mogelijkheden die er zijn, ligt milieuvriendelijke belichting misschien wel het gevoeligst. Bouwer: ‘Lichttechnici willen best duurzaam werken, maar ze willen niet inleveren op artistieke kwaliteit.’ Dat was dan ook precies de reden voor de VPT om haar experiment te houden en daarvoor ook vooral technici uit te nodigen om aan hen het verschil te laten zien. Bovendien huren veel gezelschappen hun lampen in. En verhuurbedrijven zijn huiverig om te investeren in duurzame lampen. De aanschaf is duur en het financiële voordeel van de lagere elektriciteitsrekening is niet voor het verhuurbedrijf maar voor de huurder of het theater waar ze worden gebruikt.

Het zijn allemaal weerstanden en dilemma’s waarover nu nog moeilijk wordt gedaan, maar die vanzelf zullen oplossen, denken de betrokkenen. Met de arbowetgeving was dat niet anders, zegt Wijmans. ‘Daarover werd door sommigen ook gezegd dat ze te duur was, of onuitvoerbaar. Maar nu is iedereen eraan gewend.’

Ook Kleingeld trekt een dergelijke parallel: ‘Duurzaamheid wordt straks net zo’n logisch onderdeel van de culturele instellingen als ICT. Daar moesten bedrijven in eerste instantie ook aan wennen. Toch denk ik dat het op gang brengen van denken over duurzaamheid niet met regels gepaard moet gaan. De drive moet vanuit de instellingen zelf komen. Dat duurt misschien langer, maar uiteindelijk heb je daar meer aan. Duurzaamheid is niet alleen iets technisch. Het hangt ook samen met andere aspecten van je beleid. Het gaat bovendien om bewustzijn. Je kunt binnen je bedrijf al van alles doen aan duurzaamheid zonder dat daar investeringen voor nodig zijn.’

Daarom heb je binnen organisaties mensen nodig die het thema willen oppakken en die verbindingen willen leggen. Kleingeld: ‘Je hebt enthousiasme en leiderschap nodig om verder te komen. Als je een enthousiaste directeur hebt, kan er iets op gang komen dat je wellicht duurzaam management kunt noemen. Als je het gesprek aangaat met mensen binnen je bedrijf, kom je erachter, zeker in de culturele sector, dat mensen het een belangrijk aandachtspunt vinden. Dat enthousiasme moet je aanwakkeren. Je hebt iemand als Van Eeghen nodig.’ Van Eeghen: ‘Ik merk inderdaad dat mensen binnen het bedrijf blij zijn dat het binnen het bedrijf op de agenda staat.’

Voorbeeldfunctie

Over de vraag of de hele sector binnen afzienbare tijd klimaatneutraal te krijgen is, zijn de meningen verdeeld. Els Wijmans denkt dat het wel zou moeten kunnen, Kleingeld twijfelt. ‘We krijgen nooit de hele sector klimaatneutraal. Je hebt voortrekkers, zoals de Rotterdamse theatersector, en dan heb je de grote middenmoot. En er zijn natuurlijk ook altijd achterblijvers.’

Die achterblijvers zijn overigens niet alleen bij de instellingen te vinden, maar ook bij de gemeenten. Terwijl Rotterdam tijd en geld in duurzaamheid wil steken en daar zelfs een heel bureau voor heeft opgericht, voert Amsterdam op dat vlak nog nauwelijks beleid. Van Eeghen: ‘Toen wij voor de gemeente een onderhoudsplan moesten maken voor ons gebouw, viel me op dat in die papieren nergens naar duurzaamheid wordt gevraagd. Terwijl je daar wel kosten voor moet maken. Daar heb ik wel een opmerking over gemaakt.’

In zijn lezing wees Ben Todd erop dat, los van alle milieuwinst die een klimaatneutrale podiumkunstensector oplevert, culturele instellingen ook een publieke voorbeeldfunctie hebben. Alle betrokkenen zijn het daarover met hem eens. Van Eeghen: ‘Je werkt als theatergezelschap met subsidiegeld in het maatschappelijk veld. Dan moet je ook maatschappelijk verantwoord bezig zijn. Je kunt en moet dus ook aan je publiek duidelijk maken wat je allemaal doet.’ Bouwer: ‘Theater heeft een grote communicatieve kracht. Bovendien is het publiek vaak hoogopgeleid. Er zitten managers tussen, denkers, mensen met maatschappelijke invloed. Het nettoresultaat van een duurzaam Luxor Theater staat in geen enkele verhouding tot wat een bedrijf als Shell aan duurzaamheid zou kunnen doen. Maar als je het publiek aan het denken zou kunnen zetten, dan ben je al een eind op weg.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.