“Beyond the black box and the white cube” – Idema en Van Herpt

Curve Theatre, Leicester, foto: Will Pryce

Op dit moment stuiteren er in het debat over de kunstsubsidies allerlei vooroordelen over de kunsten door elkaar. Kunst zou elitair zijn, alleen voor rijke mensen uit de linkse grachtengordel, er worden subsidies geslurpt en van dat belastinggeld maken die rare kunstenaars ook nog eens wanstaltige prutswerken waarvoor je gestudeerd moet hebben om te begrijpen wat het is. De kunstensector wringt zich in allerlei bochten om de hardwerkende Nederlander duidelijk dat bovenstaande allemaal niet waar is. Terwijl het nog veel simpeler zou kunnen zijn: laat in de openbaarheid zien wat er gebeurt in die cultuurtempels. Want teveel sluiten de kunstenaars zich op in donkere theaters en moeilijk te vinden galeries die voor het gewone publiek toch een drempel opwerpen om naar binnen te gaan.
In hun rijk geïllustreerde boek Beyond the black box and the white cube laten Johan Idema en Roel van Herpt (beide werkzaam bij cultureel adviesbureau LaGroup) zien hoe theatergebouwen en musea die drempel zouden kunnen slechten. De veranderende samenleving en de bijbehorende veranderende behoeftes van het publiek, leiden er toe, schrijven de auteurs, ‘dat musea en theaters meer willen, kunnen én moeten met hun gebouw: andere manieren van presenteren, veelzijdigere activiteiten, een betere bediening van het publiek, een grotere betekenis voor de stad, enzovoort. Hierdoor wordt het gebouw steeds bepalender voor het succes van musea en theaters en dus voor de zichtbaarheid, toegankelijkheid en aantrekkingskracht van kunst en erfgoed.’ Omdat ze vinden dat theaters en musea daarom opnieuw moeten nadenken over de functies van hun gebouw verzamelden de auteurs een groot aantal aansprekende voorbeelden van theater- en museumarchitectuur wereldwijd die het publiek op een nieuwe manier tegemoet treden. Ze sorteerden die op de verschillende benaderingen die daarin te kiezen zijn. Zo worden in het hoofdstukje ‘Slow Stay’ gebouwen gepresenteerd die door hun openbare karakter mensen binnenlokken die niet per se kunst bedoelden te consumeren en/of de bezoeker verleiden om zich langer in het kunstgebouw op te houden. Dat kan door horeca en theater soepel in elkaar over te laten lopen, zoals in de Stadsschouwburg in Amsterdam of de Verkadefabriek in Den Bosch. Het Guggenheimmuseum in New York of Pinakothek der Moderne in München hebben openbare rotunda’s van waaruit een potentiële bezoeker al een blik kan werpen in de tentoonstellingszalen, maar waarin het ook op zichzelf prima toeven is.
Andere aansprekende voorbeelden zijn te vinden onder het thema ‘Achter de schermen’, waarin gebouwen aan bod komen die aan de voorbijgangers tonen waar ze voor bedoeld zijn en wat er binnen gebeurt. Zo is het Curve Theatre in het Engelse Leicester zo gebouwd dat vanaf de straat alle aspecten van het theater maken te zien zijn. Voorbijgangers zien de repetitieruimtes, het publiek, het laden en lossen, en zelfs, tussen de coulissen door, de voorstelling die bezig is.
Het doel van Beyond the black box and the white cube, schrijven Idema en Van Herpt, was om de sector en bezoeker op een frisse manier te laten kijken naar theater- en museabezoek. Daarmee is het ook een pleidooi voor vernieuwing van de sector. Dat pleidooi komt op het precies het goede moment en in een zeer aantrekkelijke en inspirerende vorm: het boek is kleurrijk, toegankelijk en enthousiasmerend. Ik zou zeggen, schouwburgdirecteuren: doe er wat mee!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.