De negatieve framing van Halbe Zijlstra

Deze week kwam VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra met zijn uitgangspuntenbrief. Bovendien kwam hij bij Pauw en Witteman de gedachten daarachter uitleggen. En daar lukte het de VVD opnieuw om de kunstenwereld als een verzameling subsidieverslaafden te framen. Jammer alleen dat Zijlstra’s feiten niet deugden.

Dat weet Halbe zelf ook wel. Het ging hem er bij Pauw en Witteman vooral om nog eens het vooroordeel te bevestigen van de kunstensector als een stelletje wereldvreemde subsidieafhankelijke sukkelaars die niets van de 21e-eeuwse markt begrepen hebben. En die je daar dus een beetje bij moet helpen door eens flink in die subsidie-infusen te snijden. Het gevaarlijke is dat Zijlstra na het geblaat van de PVV over ‘subsidieslurpers’ en ‘beroepstoeteraars’ overkomt als de redelijkheid zelve. Daardoor blijft het frame dat de PVV en de VVD de kunsten willen opplakken om er korte metten mee te kunnen maken zelfs bij de meer genuanceerde televisiekijker plakken: daar heeft die Zijlstra toch maar mooi een punt. Dat Zijlstra’s feiten niet kloppen en dat hij dus helemaal geen punt heeft, doet er dan al niet meer toe.
Het is interessant om de uitzending te bekijken als een schoolvoorbeeld van hoe makkelijk een frame wordt opgebouwd. Zeker als er nogal losjes met de feiten wordt omgesprongen. Toch is het niet al te moeilijk om Zijlstra’s optreden bij Pauw en Witteman te toetsen op zijn feitelijk juistheid. Hieronder een poging. De tijdscodes verwijzen naar die in het fragment hierboven.

1.01: Zijlstra: “Maar ik heb ook wel eens gekscherend gezegd […] het werd ook wel een beetje Nederland schreeuwt … Cultuur schreeuwt om subsidie.”

Dat is feitelijk onjuist. Bij elke speech, bij elke gelegenheid heeft de kunstsector uitgelegd dat ze best wil bezuinigen in tijden van crisis. Het gaat de sector niet om de bezuinigingen per se, maar om de disproportionaliteit ervan. De kunstensector moet 4x meer bezuinigen dan welke sector dan ook (hooguit 5% in de andere sectoren ten opzichte van 20% in de kunsten). Dat kan niet zonder onherstelbare schade aan te richten. Het protest was vooral ook gericht tegen het wegzetten van de kunst als hobby of als elitespeeltje en de hoge toon waarmee dat gebeurt. Over subsidie ging het tijdens de protesten nauwelijks.
Als binnenkomer is het van Zijlstra wel een slimme. In zijn eerste zin zet hij meteen de sector weg als mensen die zeuren om geld. Opvallend is nog zijn verbetering. Hij wil zeggen “Nederland schreeuwt om subsidie”, maar daarmee zou hij de effectiviteit van zijn opzetje te niet doen. Immers, als heel Nederland om subsidie schreeuwt, dan zou er een breed draagvlak zijn. Hij herstelt zich en maakt ervan: “De cultuur”, waarmee hij de sector slim kenschetst als een apart clubje, los van de samenleving, dat om geld mekkert.
Die frame heeft hij nodig voor zijn volgende redenering.

1.13 Zijlstra: “Dat is precies waar het om gaat, namelijk dat die vanzelfsprekendheid dat subsidie automatisch verstrekt wordt tot in lengte van jaren, dat we daar wat aan willen doen.”

Bovenstaande sluit precies aan bij het beeld dat veel mensen toch van de kunsten lijken te hebben. Zijlstra suggereert dat je als kunstenaar je hand maar hoeft uit te steken en je krijgt als vanzelf tot het einde der tijden bakken met geld van de overheid. Dat is een mooi populistisch plaatje, maar het is niet waar.
Ten eerste: subsidie is helemaal geen vanzelfsprekendheid en je krijgt het al helemaal niet automatisch. Er zijn strenge aanvraagprocedures, waarvoor je aan allerlei eisen moet voldoen. Die eisen zijn opgesteld door de overheid en zijn er al jaren. Zo moet je in je aanvraag al aangeven hoe je ook zelf voor eigen inkomsten gaat zorgen en hoe je een breed publiek denkt te gaan bereiken. Een commissie besluit uiteindelijk over de vaststelling van de subsidie en de meeste aanvragen worden afgewezen, omdat het budget beperkt is. Van automatische verstrekking is dus op geen enkele manier sprake.
Ten tweede: die subsidiebedragen zijn vrijwel nooit tot in lengte van dagen geldig. Er zijn in Nederland maar een beperkt aantal instellingen die “tot in lengte van dagen” subsidie krijgen: de Rijksmusea, de Nederlandse Opera en twee dansgezelschappen. De rest van de instellingen moeten het doen met de tijdelijke aanvragen die we in Nederland kennen: projectmatig, tweejarig en vierjarig. Na die periode houdt het geld op en moet je opnieuw een aanvraag doen. Dan is niet zeker dat je opnieuw geld krijgt.
Overigens is het idee van langjarige subsidiëring relatief nieuw. Het werd twee jaar geleden ingevoerd door minister Plasterk. In dat nieuwe stelsel is het ook nog eens zo dat net afgestudeerde theatermakers geen subsidieaanvragen mogen doen. Zij moeten onderdak vinden bij een gezelschap of een productiehuis.
Helemaal opvallend is dat Zijlstra niet vermeld dat in zijn uitgangspuntenbrief waarvoor hij bij Pauw en Witteman is aangeschoven juist het onderscheid tussen vierjarige en langjarige subsidie wordt opgeheven. Instellingen die straks nog overheidsgeld krijgen, krijgen dat juist van Zijlstra tot in lengte van jaren, in tegenstelling tot de huidige situatie.

2.21 Zijlsta: “Cultuur doet een forse bijdrage. Maar dat komt, omdat er een gedachte achter zit. Die afhankelijkheid van overheidssubsidies die eigenlijk vanaf de jaren zestig de rol van het particulier initiatief heeft verdrongen, dat we die willen weghalen.”

Ook in zijn uitgangspuntenbrief heeft Zijlstra het over de jaren zestig. Dat is merkwaardig, want het subsidiestelsel hebben we, in verschillende gedaantes, al vanaf de oorlog. Vanaf de jaren zestig kwam er in de kunsten meer ruimte voor experiment in de subsidiëring. Maar dat er toen iets fundamenteels veranderde tussen overheid en particulier initiatief is gewoon niet waar.
Sterker nog: Zijlstra suggereert dat vroeger particulieren wel veel meer geld gaven de kunsten, maar dat die initiatieven door de overheidsbemoeienis sinds de jaren zestig zijn verdrongen. Dat is apert onjuist. Het klopt dat voor de oorlog (dus niet voor de jaren zestig) burgerinitiatieven om bijvoorbeeld een schouwburg neer te zetten veel vaker voorkwamen. Dat was, omdat de overheid toen de kunsten helemaal niet steunde. Na de oorlog hebben we met zijn allen echter een verzorgingsstaat opgebouwd, waarin de overheid diverse taken van de burgers overnam die daarvoor in ruil meer belasting betaalden. Een van de taken die de burgers overdroegen aan de overheid was de zorg voor kunst en cultuur. Daar zat ook het idee achter dat kunst voor iedereen was, niet alleen voor de rijke burgerij. Daar kun je het wel of niet mee eens zijn, maar het is onzin dat de overheid het initiatief van de burgers heeft afgenomen. Het is omgekeerd: de burgers hebben ooit, in ruil voor hogere belastingen, het initiatief en verantwoordelijkheid bij de overheid gelegd.

3.16 Zijlstra: “Wat wij doen is zorgen dat die sector in de toekomst niet meer aan het overheidsinfuus zit. Dat zij niet meer het automatisme hebben dat ze bij de overheid het geld moeten ophalen. Maar dat ze, zoals ook in het buitenland gebeurt, de afhankelijkheid afbouwt en probeert andere gelden binnen te halen.”

Zijlstra’s framing gaat vrolijk door. Opnieuw zet hij (vooral ook met het woord infuus) het beeld van een zieke sector neer die blijkbaar iets niet goed doet, omdat hij niet zelf meer geld kan verdienen.
Ten eerste is de kunstmarkt echt een andere, dan de autobranche. Zelfs met uitverkochte zalen is het voor een toneelgezelschap of een orkest moeilijk om (veel) winst te behalen. Dat heeft niets met slecht zakendoen te maken, maar met de aard van het beestje. Bij die kunstvormen staan avond aan avond hoogopgeleide kunstenaars live op het toneel. Dat is nu juist de charme van een concert of een voorstelling. Maar dat is wel heel erg duur, zeker als je die kunstenaars een beetje fatsoenlijk wil betalen. En dan hebben we nog niet over de repetities die in die sectoren nodig zijn: periodes waarin de acteurs of muzikanten wel werken, maar geen geld in het laatje brengen.
Het is niet waar dat er in de sector nu niet wordt nagedacht over hoe er meer geld uit de markt moet komen. Alsof kunstenaars vies zouden zijn van meer inkomsten. Zoals eerder gezegd is het standaardvraag bij subsidieaanvragen hoe de aanvrager zelf meer geld denkt te verdienen. Al onder minister D’Ancona werd in de jaren ‘80 van de subsidieontvanger geëist dat een percentage van de inkomsten zelf verdiend moest worden. Dat percentage is onder Plasterk nog verhoogd en alle gesubsidieerde instellingen halen dat percentage.
Ook werden er door Plasterk maatregelen genomen om het voor de kunsten makkelijker te maken zelf geld te verdienen, zoals een matchings- en innoveringsfonds en fiscale korting voor duurzaam en cultureel beleggen. Juist die maatregelen worden door Zijlstra afgeschaft. En de eerste 13% die de kunstenaars zelf extra uit de markt weten te halen, wordt door de overheid weer ingenomen in het kader van de btw-verhoging. Die verhoging lijdt waarschijnlijk ook tot vraaguitval, waardoor het moeilijker wordt gemaakt de zalen uitverkocht te krijgen.
Kortom: suggereren dat kunstenaars niet zakelijk zijn is bezijden de waarheid, helemaal als je als staatssecretaris vooral maatregelen neemt om de zakelijkheid die er is te dwarsbomen.
Dan het fabeltje van het buitenland, dat Zijlstra tussen neus en lippen door introduceert. Nederland geeft vergeleken bij het buitenland relatief weinig uit aan kunst en cultuur (ongeveer 0,5% van de Rijksuitgaven, terwijl in Europa de standaard van 1% geldt). Duitsland, Frankrijk en Denemarken geven veel meer geld uit per inwoner aan cultuur dan Nederland. Voor Europa gaat Zijlstra’s opmerking dus niet op. De gedachten gaan dan al gauw naar Amerika. Daar nemen, dankzij de crisis, de giften aan culturele instellingen juist in rap tempo af, in plaats van dat ze meer worden, zoals Zijlstra suggereert.

5.40: Witteman: “Film is iets wat in Nederland gesubsidieerd wordt.”. Zijlstra: “Voor een deel.”

Het gaat goed met de Nederlandse film, maar die is niet mogelijk zonder subsidie. Het komt natuurlijk niet in Zijlstra’s frame van pas dat zo’n succesvolle sector niet zonder subsidie kan en daarom probeert hij de uitspraak van Paul Witteman te nuanceren. Als Zijlstra bedoelt dat een deel van de Nederlandse film wordt gesubsidieerd en een ander deel niet, dan is dat feitelijk onjuist. Geen enkele Nederlandse film kan zonder een bijdrage van de overheid, simpelweg omdat ons taalgebied zo klein is. Als hij bedoelt dat een deel van het geld voor films van de overheid komt en een ander deel niet, dan heeft hij gelijk, maar dat geldt ook voor de sectoren waarvan hij eerder nog verklaarde dat ze aan het overheidsinfuus hingen. Zoals gezegd moeten alle gesubsidieerde instellingen van de overheid al geld uit de markt halen, dus gaat de opmerking “deels” ook voor andere sectoren op.

6.03: Zijlstra: “Waarom kan het dat de ene instelling bijvoorbeeld met 50 euro subsidie per bezoeker toe kan en een vergelijkbare instelling het dubbele nodig heeft.[…] Het moet niet zo zijn dat de overheid bijspringt als jij het kennelijk slechter doet dan je collega’s.”

Zijlstra gaat met dat subsidiebedrag per stoel bewust aan de hoge kant zitten. Zo gaat het volgens cijfers van de NAPK bij jeugdtheater om €24,60 subsidie per bezoeker. Bij theater gaat het inderdaad om €50,-. Dat geld wordt echter niet alleen door het Rijk opgebracht. De provincies en vooral de gemeenten dragen daar veel meer aan bij. Zijlstra doet alsof het verschil tussen de instellingen vooral komt door het gebrekkig zakeninstinct van de instellingen. Maar feitelijk worden die verschillen vooral door andere omstandigheden bepaald. De belangrijkste daarvan is de regio waarin instellingen zich bevinden. Voor instellingen in de Randstad is het veel makkelijker om een groot publiek te bereiken dan voor instellingen in de provincie. Die verschillen zijn inderdaad groot, hoewel het dubbele, zoals gesuggereerd door Zijlstra, overdreven is. Bijvoorbeeld: orkesten in de Randstad hebben € 77,09 subsidie per bezoeker nodig, in de provincie € 117,95.
In de uitgangspuntenbrief van Zijlstra staat dat de grootste klappen in de Randstad zullen vallen. Daar zitten immers de meeste instellingen. Maar hij wil hoogwaardig aanbod in de regio behouden. En laten daar nu juist de instellingen zitten die hij verwijt slecht zaken te doen, omdat ze meer subsidie nodig hebben dan hun collega’s in de Randstad. Die doen het niet slechter, omdat ze slecht zaken doen. Die doen het slechter omdat we in Nederland een cultureel spreidingsbeleid hebben dat in alle uithoeken van Nederland hoogwaardige cultuur wil brengen, ook in de minder rendabele hoekjes. Dat is beleid dat door Zijlstra zelf wordt voortgezet. Dat kan hij de instellingen dus niet verwijten.
De opmerking is bovendien behoorlijk hypocriet. De vraag waarom de overheid moet bijspringen als je slecht zaken doet, wordt nauwelijks gesteld in het betaald voetbal dat ook wordt gesubsidieerd. Daar wordt een totale schuld van 90 miljoen van slecht zakendoende voetbalclubs voor een deel door de gemeenten opgelost. Zoveel schulden zou niemand van de kunsten pikken.

8.18: Zijlstra: “Voor een stabielere toekomst voor de culturele sector moeten we zorgen dat de sector zijn middelen uit een veel bredere bron haalt: privaat, particulieren, bedrijven, noem te maar op.

Als er nou iets niet goed is voor een stabiele toekomst van de sector, dan het om die afhankelijk te maken van de nukken van de vrije markt. Zoals eerder opgemerkt dalen in de Verenigde Staten de inkomsten van de culturele sector juist in een alarmerend tempo, omdat ze vooral leunen op bedrijven en private giften. Een beetje crisis en je inkomsten halveren. De Nederlandse kunstensector doet het internationaal redelijk goed, juist omdat ze in redelijke continuïteit kunnen werken.

13.50 Zijlstra: “Peerreview is toch een beetje verworden tot: ik vind jouw aardig, vind je mij ook aardig en dan wordt de subsidieverlening aan elkaar toegewezen.”

In Zijlstra’s poging om de kunstensector te framen als een plek waar iedereen elkaar een bak met geld toeschuift, is dit een treffende opmerking. Maar het is een karikatuur van hoe het systeem werkt. Het systeem is bedacht vanuit het idee dat degenen die het beste de artistieke kwaliteit van kunstenaars kunnen beoordelen, andere kunstkenners zijn. Ook omdat de overheid vindt dat zij geen oordelaar mag zijn van de kwaliteit van kunst, is die beoordeling uitbesteed aan deskundigen. Dat zijn niet alleen kunstenaars, maar bijvoorbeeld ook recensenten en dramaturgen. De commissies worden samengesteld op hun expertise, niet op basis van de vriendjes die ze van wie dan ook zijn.
De keuzes die de commissies moeten maken zijn vaak scherp, omdat het budget beperkt is. Juist, omdat de schijn van vriendjespolitie aanwezig is, en de belangen voor kunstenaars zo groot, wordt er van alles aan gedaan om zo zorgvuldig mogelijk te werk te gaan. De commissies worden bewust zo samengesteld dat ze een divers karakter hebben. De beoordelingen gaan volgens strikte procedures volgens vooraf opgestelde criteria die controleerbaar zijn. Dat moet ook wel, want de beoordeling moet juridisch getoetst kunnen worden. Juist om te voorkomen dat vriendjespolitiek en eigenbelang invloed krijgen op de beslissing. Een afgewezen kunstenaar kan altijd naar de rechter en dat gebeurde de afgelopen jaren ook een paar keer. Dat bevriende kunstenaars elkaar een beetje geld zitten toe te schuiven is gewoon niet waar. Met het bekt wel lekker populistisch natuurlijk.

13.24 Jeroen Pauw: “Is de oproep om te stoppen met het gebruik van de term Linkse Hobby ook een oproep aan de PVV-fractie?” Zijlstra: “Het gekke is dat ik die fractie afgelopen tijd niet heb horen roepen over Linkse Hobbies.”

Dan heeft Zijlstra, zoals vervolgens ook aan tafel wordt gesuggereerd, niet echt op zitten letten. Bij de presentatie van het regeerakkoord zei Wilders letterlijk dat hij blij was dat “… die linkse cultuurbobo’s er last van gaan krijgen, want daar wordt een paar honderd miljoen op bezuinigd.” Bovendien heeft de PVV in Zijlstra een ideale staatssecretaris. Hij neemt het negatieve frame van de PVV moeiteloos over en brengt die vooroordelen met een aangename redelijkheid. Dat er geen bal van waar is, boeit VVD noch PVV nauwelijks. Hoe beter ze het frame van hand ophoudende sukkelaars immers overeind weten te houden, hoe makkelijker het immers snoeien is.

Comments

  1. Het komt mij zo vreemd voor dat subsidie gegeven zou moeten worden aan activiteiten die veel publiek trekken. Die zouden zich, lijkt mij, juist het gemakkelijkste zelf kunnen (gaan) bedruipen. Die subsidies zijn misschien niet zo nodig. Mij lijkt dat die subsidies nog het dichts komen bij “weggegooid geld”
    Subsidies lijken mij nu juist nodig om een ruimer aanbod te krijgen dan “meer van hetzelfde”. Dat zijn de activiteiten dus die nog helemaal niet toe (kunnen) komen aan “goed zakendoen”
    Kortom, ik moet iets gemist hebben.
    Jan Pieters, 8 december 2010, Leiden

  2. Fijn om te merken dat iemand de moeite neemt puntsgewijs in te gaan op de ergerlijk domme uitlatingen van onze nieuwe staatssecretaris voor cultuur. Jammer alleen dat het veel meer tijd kost om de schade (van de desinformatie, suggestieve beeldvorming en het als redelijk verkopen van een rancuneus beleid) te repareren dan om die te veroorzaken. Zo veel tijd is er niet in het format van het snelle, quasi-informatieve amusementsprogramma Pauw en Witteman.

  3. Wederom een goed en scherp artikel! Ik ben alleen bang dat deze framing een perfecte afleidingsmanoevre is: door de bankencrisis is het financieringsoverschot van 6 miljard omgeslagen in een tekort van 30 miljard, nu wordt weer riant winst gemaakt, nu de samenleving hun onbetaalde rekeningen heeft overgenomen. Van de grote kwesties als woningmarkt, hypotheekrenteaftrek, exploderende zorgkosten, exhibitionistische zelfverrijking die gewoon doorgaat, allemaal niets! Dan maar de cultuur ( en de natuur, het milieu en vul maar in) offeren op het altaar van de god van de economie, om hem gunstig te stemmen. Pure afgoderij. Ga eens Iets doen aan de echte problemen!

  4. Beste Robert van Heuven,

    Dank voor deze heldere en volledige reflectie op dit optreden van Zijlstra. Ik heb het interview met gebalde vuisten aangehoord maar vind het vaak moeilijk om gelijk te kunnen formuleren waarom de uitingen van politici als hij zo leugenachtig lijken en zijn. Bedankt voor je hulp daarbij.
    Het lijkt me nou heerlijk als iemand tegenover hem had gezeten daar aan tafel die bovenstaande zinnen gelijk op tafel had kunnen gooien!

  5. Dank je wel voor deze uitgebreide, heldere feitelijkheid. Dank voor de investering in het debat. Van verbijstering om teveel onverschilligheid en arrogantie stilvallen is niet echt handig, maar wel wat mij deze maanden te vaak gebeurd. Waardevolle bijdragen als deze en als die van Erik Vos in de Volkskrant van 8 dec. j.l., geven de burger (lees kunstenaar) weer moed.

  6. Wat ontzettend knap om zo gefundeerd en gedetailleerd korte metten te maken met onze staatssecretaris van (anti)cultuur. Het wekt mijn grote bewondering. En woest, woester, woestst lees ik, nee beleef ik de woede, het onrecht, de machteloosheid. Zou je de metten nog korter kunnen formuleren? Niet dat ik dat zou willen, maar ALS je zou moeten ‘bezuinigen’ op deze prachtig beschreven tirade en de tekst zou omzetten in enkele woorden, wat blijft er dan over? GOED LIEGEN IS OOK EEN KUNST? of AFZEIKEN IS GEEN KUNST? Hoe dan ook is Jouw verhaal in één zin noodzakelijk voor die oenen, die te lui of te dom zijn om hun oren te wassen, hun mond te spoelen en hun ogen te openen.

  7. Goed stuk. Ik moet bekennen dat ik het optreden van Zijstra bij P&W niet heb gezien, omdat ik daar niet naar kijk omdat ik me stoor aan de ongeïnteresseerdheid van P&W. Ze vragen zo weinig dóór, zijn zo weinig kritisch. Het zijn slechte, gezapige interviewers geworden. Zeker bij leden van dit horrorkabinet wil ik dan tegengas zien en die komt niet (wél trouwens eerder, bij een integere man als Wubbo Ockels, die werd weggezet als een wereldvreemde milieufanaat).

    Dus dank voor deze analyse. Klinkt als een schandelijk optreden, in stijl met het walgelijke jij-bakken van Stef Blok tegen Femke Halsema. Zijlstra zet zelfs een hele sector weg als onbekwaam. Ongelofelijk. En dat terwijl in het buitenland belangrijke delen van de Nederlandse cultuursector hoog aanzien hebben (orkesten, musea, ballet, toneel, design, mode, diverse takken van de beeldende kunsten). Die sector gaat geofferd worden, maar het gaat de samenleving juist geld kósten, niet opleveren. Er zullen veel banen verdwijnen, ook bij leveranciers, horeca, enz. Zo dom, dom, dom.

    Als dat de stijl is van het nieuwe kabinet krijg ik heimwee naar Balkenende. Dit kabinet zet groepen tegen elkaar op en dat is het wel het láátste wat we nodig hebben in Nederland.

  8. Begrijp ik goed dat Jan Smit subsidie subsidie gaat krijgen?
    Of is hij ook een linkse hobby voor de PVVD?

  9. Een buitengewoon helder antwoord door Robert van Heuven. Waarschijnlijk hebben ‘trainers’ hun werk goed gedaan bij de staatssecretaris, zelf natuurlijk niet gespeend van talent voor kletskoek verkopen. De neerbuigendheid waarmee deze man de kunst- en cultuursector wegzet is stuitend. Het wordt ook met een ‘flinkheid’ gebracht die hoogst irritant en arrogant is. De tegenargumenten snijden hout en ik hoop dat dit verder komt dan dit artikel.
    Ik vind ook dat deze regering erg handig is in de aandacht afleiden van waar de schuld en schuldigen werkelijk zitten. In de financiële wereld, waar de bonussen nog steeds als zoete broodjes over de toonbank gaan op kosten van de belastingbetaler. Perversiteit ten top, gatverdamme!

  10. Beste Robert van Heuven,

    Bedankt voor de heldere uiteenzetting.
    Ik vroeg me nog af of je dit dan ook naar Halbe stuurt of aan leden van de oppositiepartijen.

    groeten
    Willemijn

  11. Over framen gesproken: Wilders had het niet over ‘linkse hobby’s’, Zijlstra had dus gelijk. Nog een voorbeeld: Zijlstra had ook over de subsidie per operastoel kunnen spreken. Met die vijftig euro zat hij dan aan de – zeer – lage kant. De opmerking over afgewezen kunstenaars die naar de rechter kunnen stappen is een interessante, jammer dat je daar niet wat verder op ingaat, het toont namelijk aan dat het systeem vriendjespolitiek in de hand werkt. Voorbeeld is Ab Gietelink, die van de rechter gelijk kreeg toen hij klaagde over de manier waarop zijn subsidieverzoek werd geweigerd. De rechter gaf hem gelijk, omdat was gebleken dat de commissie in kwestie nooit (!) een voorstelling had bezocht. Welke criterai wel werden gebruikt laat zich raden. Zo zijn er meer voorbeelden. Ook is het jammer dat je niet wat meer aandacht besteedt aan de vraag, waarom cultuur so wie so ondersteund zou moeten worden, waarom in alle hoeken en gaten cultuurcentra moeten staan. Zo wordt het een beetje een discussie over de eigenschappen van God, voetstoots aannemend dat Hij bestaat. Als ik tenslotte Bart Chabot gisteren hoor sneren over de smaak van de staatssecretaris weet ik wel hoe het komt dat een groot deel van de Nederlandse bevolking de buik vol heeft van een zelfbenoemde elite die wel even zal vertellen wat je mooi mag vinden. Tactisch niet sterk. Als de kunstensector wil overleven en blijven bloeien, dan is zomaar wat roepen vanuit het eigen veronderstelde gelijk contraproductief.

  12. @alle reageerders: dank voor de reacties. Excuses voor de vertraging, ik was dit weekend niet in staat de reacties de modereren.
    @de witt: Zeker weten dat Wilders het over ‘Linkse Hobby’s’ heeft gehad, al was dat niet bij de regeringsverklaring. Wat betreft de operastoelen: klopt, maar dat is echt het uiterste uiteinde van de schaal. Het gemiddelde is veel en veel lager. Bovendien leg ik duidelijk uit hoe het komt dat die stoelen zo duur zijn. Ik ga overigens expres niet in op de vraag waarop kunst gesubsidieerd moet worden. Dat om twee redenen. Ten eerste omdat Zijlstra daar – helaas – niet op ingaat. Ten tweede omdat ik vind dat we het – voordat we het gaan hebben over het waarom – eerst eens over de feiten moeten hebben. Zolang de politiek en de onderbuik het nodig vindt om steeds maar met ongecheckte feiten discussie te voeren, kom je aan die vraag niet eens toe.
    Wat betreft Gietelink: dat was inderdaad een vervelend incident, maar niet meer dan dat. Wat daar vooral jammer aan is, is dat het inderdaad voer is voor mensen die (verder ongefundeerd) vinden dat het systeem niet deugt.
    Over de uitspraken van Chabot heb ik geen mening, die zijn voor deze discussie ook verder niet relevant.
    Tot slot: wat ik probeer te doen, is laten zien dat er inderdaad vooral geroepen wordt vanuit het veronderstelde gelijk. Maar dan bedoel ik vooral de staatssecretaris en de GeenStijlers van deze wereld die roepen dat het met die rare kunst wel allemaal wat minder kan, terwijl ze geen enkel idee hebben waar ze het over hebben en nog nooit een theater van binnen hebben gezien. Dat geldt ook enigszins voor uw uitspraken: ik ben wel benieuwd naar de cijfers waaruit blijkt dat de Nederlandse bevolking genoeg heeft van een zelfbenoemde elite die vertelt wat je mooi moet vinden. Ook dat is zomaar een uitspraak, die niet gefundeerd is (en overigens niet waar, je mag nog altijd zelf beslissen waarvoor je een kaartje koopt).

  13. Wordt zo moe van de minachting van dhr. Zijlstra voor zijn eigen departement. De staatssecretatis van volksgezondheid zet zich in voor betere volksgezondheid, de staatssecretaris van innovatie maakt zich hard voor, je raadt het al, meer innovatie. En zo verder. De staatssecretaris van cultuur echter, zet zich in voor minder cultuur en een slechtere culturele sector. Een verkeerde man op de verkeerde plek.

  14. Gietelink was zeker geen incident, ik heb zelf onderzoek gedaan naar de situatie in mijn eigen provincie en daaruit kwam een ontluisterend beeld van vriendjespolitiek en dedain voor alles wat naar inhoud zweemde. Dat is precies ook mijn bezwaar: ik ben voor het serieus kijken naar het systeem, juist omdat ik een groot kunstliefhebber ben, en met lede ogen moet toezien hoe schaarse middelen op oneigenlijke gronden naar derderangs namaak (of erger) gaan.

  15. @ de Witt: ik weet niet precies hoe het met de provincies zit, maar ik weet wel hoe de commissies van het Fonds functioneren en ook die van Amsterdam. Daarbij afgezet was Gietelink echt een incident, maar dat hij bij de rechter zijn gelijk kon halen, geeft al aan dat er sprake is van juridische toetsing.
    Overigens zou ik helemaal niet tegen een evaluatie zijn van het peerreview systeem en er zitten ook problematische kanten aan, maar ik zou eigenlijk niet zo snel een alternatief weten voor dit systeem.
    Waar het mij in het artikel vooral om ging, is dat de uitspraken van de staatssecretaris niet stroken met de werkelijkheid, al zullen er altijd incidenten en uitzonderingen zijn.

  16. Martin Bosma dacht ook dat de PVV cultuursubsidies niet bij de ‘linkse hobbies’ schaarde.
    Helaas voor Bosma staat het op de website van de PVV

    http://www.pvv.nl/index.php/in-de-media/opinie/2094-geert-wilders-kabinet-stop-met-al-die-linkse-hobbys.html

    Hij sloeg een behoorlijk belachelijk figuur in het debat afgelopen maandag. Gelukkig.
    Heel hypocriet heeft de PVV heeft het niet over de subsidie die ze zelf krijgen.
    Wel over o.a. subsidie voor ‘lelijke schilderijen’. Platter dan plat. Deze mensen helpen dit land regeren.

  17. Ik wil toch ook even ingaan op die zogenaamde Nederlandse bevolking die genoeg heeft van de elite die voorschrijft wat je mooi moet vinden. Ik vraag me af wanneer die elite dat dan doet. Domineert kunst het publieke domein? Nee. Wordt kunst onderwezen op scholen? Nee. Is kunst zichtbaar in de maatschappij? Nee (je moet er naar zoeken of ervan weten). Wordt kunst de Nederlandse bevolking door de strot geduwd? Nee. Gaat er veel belastinggeld naar de kunsten? Nee (vergelijk het eens met omringende landen…)Wat domineert wel: sport en voetbal in het bijzonder (enorme geldverslinder overigens… misschien valt daar ook wel wat te bezuinigen). Reality tv. Social media… en ga zo maar door. Dus nogmaals: wanneer en hoe domineert die zogenaamde elite? Ik persoonlijk merk er (helaas) niets van. Men zegt gewoon na wat Wilders zegt, zonder dat die uitspraken op enige waarheid berusten. Maak de kunstenaars en de intellectuelen monddood en je regeert een land…. waar kennen we dat ook alweer van?

  18. Dank je voor je analyse. Knap om op het tijdstip van uitzending P&W nog zo alert te zijn. Ofwel: veel mensen zullen helaas wel beïnvloed zijn door dit staaltje negatieve beeldvorming.

  19. Interessant artikel. Wat mij alleen zo tegenvalt is dat er
    zo weinig creatief wordt omgegaan met de toekomstige situatie. Het
    blijft zo “hangen” bij het innemen van stellingen over en weer
    (framen). Helemaal eens over de uitstraling van Zijlstra, maar is
    dat ook niet zijn rol als politicus en zeker op het Pauw &
    Witteman podium? Ik vond het interessant genoeg om hierover op mijn
    eigen (vrij nieuwe) blog verder te borduren :
    http://www.co-producers.nl/?p=350.

  20. Knappe analyses, waar geen speld tussen te krijgen is. Ben
    alleen bang dat Halbe Zijlstra slechts de halbe waarheid wil horen
    en zich gesterkt voelt door de discussie die er rondom zijn botte
    uitspraken zijn ontstaan. Ongetwijfeld zal deze politicus zich er
    weer uit redden met de goedkope opmerking dat het juist zijn taak
    is om de discussie op gang te brengen. Ach ja, zijn onkunde en
    gebrek aan kennis zullen hem vermoedelijk ook weinig overlast
    bezorgen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.