Interview Boogaerdt/VanderSchoot

foto: Cornelie Tollens

De keuken van de repetitie oogt warm en huiselijk. De thee is net gezet, de ontbijtkoek met boter staat klaar op de houten tafel. Buiten wordt gevoetbald. De boze buitenwereld lijkt ver weg op deze maandagmiddag in september. Toch speelt die boze buitenwereld een belangrijke rol in de nieuwe voorstelling Ponyclub, geen Trojaanse vrouwen van theatermakers Bianca van der Schoot en Suzan Boogaerdt. In de voorstelling heeft een groepje vrouwen, gebaseerd op de vrouwen uit de Griekse tragedie Trojaanse Vrouwen, moeite met het grote wereldleed en vragen ze zich af wat ze daar aan kunnen doen. Van der Schoot: ‘We doen Trojaanse Vrouwen, maar ook weer niet. In de tragedie lijden de verslagen Trojaanse vrouwen op de puinhopen van hun verwoeste stad. De Trojaanse oorlog was een overzichtelijke oorlog in een overzichtelijke wereld. Het lijden in onze tijd is anders, omdat de wereld veel groter en veel onoverzichtelijker is. Onze vrouwen proberen om te gaan met die grote wereld: moeten we het wereldleed aanvaarden, of moeten we uit onze stoel komen om er wat aan te doen. Is het een fijne gedachte dat als we zo doorgaan de mensheid vanzelf wel ophoudt te bestaan? Maar hoe kun je dan nog een kind op de wereld zetten?’

Daarmee gaat de voorstelling meteen ook over de kunstvorm theater zelf, vindt Van der Schoot: ‘Is het genoeg om het publiek een avondje mee te laten janken met mensen die al tweeduizend jaar dood zijn, of wil je als het theatermaker van zijn stoel afkrijgen om de wereld een beetje beter te maken?’ Beide makers neigen naar de tweede optie. Het was een van de redenen om een aantal vrouwen van nu een monoloog te laten schrijven op basis van een van de antieke personages. Zo krijgen de vrouwen van toen een verbinding met vrouwen van nu. Zo koppelt Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren in haar bijdrage de vloek van Cassandra die wel in de toekomst kon kijken, maar door niemand geloofd werd, aan de klimaatproblematiek. Van der Schoot: ‘Klimaatwetenschappers roepen al vanaf de jaren tachtig dat we de foute kant opgaan. Als je weet wat die mensen weten, durf je nauwelijks meer een kop koffie te drinken.’ Boogaerdt: ‘De vooruitzichten zijn zo verschrikkelijk, dat mensen elke twijfel, elke spelfout in een klimaatrapport aangrijpen om maar niet in de klimaatcrisis te hoeven geloven.’

Op het moment dat we elkaar spreken, wordt er nog druk gerepeteerd en wordt er druk gepuzzeld op de vraag hoe de teksten van de tragedie en die van de moderne vrouwen een plek moeten krijgen in Ponyclub. Dat zij slechts de basis zullen vormen van een beeldend-fysieke voorstelling ligt in de lijn der verwachting. Boogaerdt en Van der Schoot zijn beide bewegingstheateractrice. Ze studeerden allebei aan de Amsterdamse mime-opleiding en werken al tien jaar samen. Ook de andere speelsters in Ponyclub komen uit het bewegingstheater. Waarom zijn de makers dan toch zo geïnteresseerd in klassieke theaterteksten? Boogaerdt: ‘Wij maakten onze voorstellingen altijd rond een thema, daar improviseerden we dan materiaal bij. Op een gegeven moment vroegen we ons af hoe het zou zijn als we ons nu eens zouden baseren op een tekst en die als rode draad zouden gebruiken. Vooral ook omdat we ons meer wilde verhouden tot de grotere buitenwereld, onze blik naar buiten wilden richten.’ Van der Schoot: ‘Vroeger vonden we klassiekers uit recalcitrantie gewoon stom. Maar daarmee gooi je ook het kind met het badwater weg. Er zitten zulke mooie verhalen bij die niet voor niets steeds opnieuw verteld worden.’ Zo maakten ze eerder voorstellingen op basis van Tsjechovs Drie Zusters en Albee’s Who’s afraid of Virginia Woolf. Van der Schoot: ‘Door zo’n klassieker als kader te gebruiken, krijg je meer diepgang. Zo liggen in het bewegingstheater personages vaak dicht bij jezelf, omdat je nu eenmaal jezelf als uitgangspunt neemt in improvisaties. Nu moet je je verhouden tot een personage uit een toneelstuk, wat weer nieuwe mogelijkheden oplevert en je net weer even wat verder wordt geduwd.’ Boogaerdt: ‘Het levert een totaal nieuw gebied aan mogelijkheden op.’

Het gesprek komt terug op vrouwen en de wereld. Kijken vrouwen anders het leven in dan mannen? Boogaerdt: ‘We kiezen in de ze voorstelling voor de vrouwelijke blik, omdat we natuurlijk vrouwen zijn. Maar we kozen ook voor dit serieuze thema en voor tragedie, omdat we onszelf nu eens serieus wilden nemen in plaats van onszelf steeds te relativeren’ Is dat dan iets typisch vrouwelijks? Van der Schoot: ‘Mannen durven veel stelliger en rechtlijnig te zijn. Vrouwen wegen steeds alles af, zijn empathisch, relativeren heel vaak. Daarom zijn die retorisch begaafde vrouwen van Euripides zo fascinerend. Ik zou graag eens een vrouw bij Pauw en Witteman willen kunnen zien, zonder dat ik me van de inhoud laat afleiden.’ Boogaerdt: ‘Je kijkt dan toch naar een soortgenoot. Dan denk ik: zou ze dit jasje speciaal voor deze uitzending hebben gekocht? Heb jij dat als man nooit?’

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.