Recensie Huid – Schweigman& en Slagwerk Den Haag

foto: Sofie Knijff

Een blote vrouwenrug. De strakke huid glimt. Dan trekken de schouderbladen zich samen. De eerst zo strakke huid rimpelt alsof hij plots ouder wordt. Of alsof zich op de schouders spontaan twee vleugeltjes vormen.

Het is een wonderbaarlijk orgaan en zintuig ineen, onze huid. Hij houdt ons binnenste binnen en het buitenste buiten en hij helpt ons die buitenwereld te voelen en te ervaren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Boukje Schweigman, regisseur van voorstellingen en theatrale installaties waarbij de fysieke ervaring immer voorop staat, over die huid een voorstelling wilde maken.

Vooral in haar installaties krijgt de bezoeker een actieve rol. Maar juist in ‘Huid’ wordt die toeschouwer in de theaterzaal op afstand geplaatst en kijkt hij vanuit de veiligheid van de schouwburgstoel naar de vier half-blote lichamen van Schweigmans performers. Die vormen met hun bewegende lijven intrigerende en wonderschone tableaus waarin aanraking in verschillende vormen een belangrijke rol speelt: van wassen tot zoenen, van strelen tot knijpen.

Dat mag op afstand gebeuren, toch is ‘Huid’ een extreem fysieke ervaring, mede dankzij de drie muzikanten van Slagwerk Den Haag. Niet alleen laten zij hun slagwerkinstrumenten – wat is een drum anders dan gespannen huid? – schuren, jeuken, wrijven, raspen, aaien, bonzen en tikken, ze gebruiken ook regelmatig de performers als instrument. Door microfoons dicht bij hun lichamen te houden, kunnen de levende huiden als slagwerkinstrument dienen, al lijken de performers het daar niet altijd mee eens te zijn.

‘Huid’ wordt zo een knappe zoektocht naar manieren om van het voelen muziek te maken en om muziek invoelbaar te maken. Als het plotseling pikkedonker wordt, na een scène waarin de muzikanten met zware basdrums en rollende ritmes de lichamen van de dansers letterlijk over de speelvloer hebben laten stuiteren, en de drums in het duister doorbeuken, voel je als toeschouwer de bassen door je huid golven. Een danseres zien jeuken wordt in combinatie met snerpende klanken van de muzikanten een bijna fysiek ondraaglijke ervaring, zelfs voor de toeschouwer op afstand.

De kracht van Schweigmans werk is dat ze, door van theater een lichamelijke ervaring te maken, verwondering kan oproepen voor zaken waar we in de drukte van alledag niet meer bij stilstaan, zoals het verschil tussen licht en donker, of de wonderbaarlijkheid van een hoek of een cirkel. Dat haar dat met zo’n intiem onderwerp als aanraking opnieuw lukt in een grote theaterzaal toont eens te meer aan wat voor een unieke theatermaker zij is.

foto: Sofie Knijff 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *