Over idealen en opportunisme – interview Troje Trilogie

foto: Sanne Peper

Het valt stil in het repetitielokaal. Regisseur Paul Knieriem rijdt peinzend, handen achter zijn hoofd gevouwen, op zijn bureaustoel op en neer. Actrice Janneke Remmers rommelt op de speelvloer met de hendel van het rolkoffertje dat ze als rekwisiet gebruikt. Ze speelde zojuist met haar collega Loek Peters hoe de Trojaanse Andromache Neoptolemos ontmoet, de Griek die haar na de verovering van Troje als slavin heeft buitgemaakt. Andromache legt zich bij die nieuwe status niet zo gemakkelijk neer, tot grote frustratie van Neoptolemos. Maar hoe die ontmoeting precies te spelen? Naturalistisch en dramatisch alsof we ons in het oude Griekenland bevinden? Of toch in het hier en nu en op het publiek gericht?

De groep werkt voor Toneelschuur Producties aan de voorstelling ‘Troje Trilogie’. Toneelschrijver Koos Terpstra schreef en regisseerde de losse delen tussen 1989 en 1994 om ze uiteindelijk als een stuk achter elkaar te plaatsen. De complete trilogie werd in 1994 geselecteerd voor het Theaterfestival, maar werd daarna nooit meer professioneel opgevoerd.

Wat de tekst lastig maakt om te regisseren, hangt samen met Terpstra’s voorliefde voor de Duitse regisseur en schrijver Bertolt Brecht. Brecht zocht naar een acteerstijl waarin de acteur zijn rol niet speelde, maar ‘demonstreerde’, door achter het personage ook altijd de acteur te laten doorschemeren. Op die manier moest de toeschouwer kritisch blijven ten opzichte van wat er werd getoond, in plaats van emotioneel teveel met die fictie mee te leven. Ook in de teksten van Terpstra is het niet altijd duidelijk of het de acteur is die aan het woord is en daarmee zijn personage of de hedendaagse samenleving becommentarieert, of het personage. Of dat we ons nu in een fictief Griekenland, of juist in het hier en nu en in het theater bevinden. En daarin lopen de makers van Toneelschuur Producties nu even vast.

Regisseur Knieriem maakt zich na de repetitie weinig zorgen. Momenten van twijfel horen bij het repetitieproces en hij is overtuigd van de kwaliteit van Terpstra’s tekst. ‘Wat fijn is aan de tekst van ‘Troje Trilogie’, zegt hij, ‘is dat je merkt dat hen een echt “speelstuk” is. Het is niet veel minder een poëtische taalconstructie, zoals bijvoorbeeld de stukken van Thomas Bernard die ik eerder regisseerde bij de Toneelschuur. Deze tekst is meer geschreven in spreektaal om er acteurs mee tot spelen aan te zetten.’

Terpstra schreef de tekst om er zelf als regisseur met zijn acteurs mee aan de slag te gaan. De schaduwkant daarvan is dat hij een precies idee had van hoe de tekst zou moeten worden opgevoerd en dat idee schemert door in de tekst. Daar moet je als nieuwe regisseur die het wellicht anders wil doen mee om zien te gaan. En dat blijkt, getuige de repetitie, niet altijd even makkelijk. Het is een van de redenen dat de tekst sinds de regie van Terpstra niet meer professioneel is opgevoerd.

Toch koos Knieriem voor de tekst. Omdat die, vindt hij, na meer dan twintig jaar nog steeds actueel is. De Trojaanse Andromache maakt de moord op haar familie en de verwoesting van haar stad mee, waarna ze als slaaf en vreemdeling in een nieuw land terecht komt. Daar blijven de gevolgen van de oorlog haar achtervolgen. Knieriem: ‘Toen Koos de tekst schreef, speelden de Balkanoorlog en de eerste Golfoorlog. Maar omdat hij de Trojaanse oorlog als metafoor gebruikt, wordt het stuk nergens heel expliciet.’ Juist daardoor kan het ook verwijzen naar de oorlogen die nu woeden. ‘Wij verwijzen daar in onze versie ook niet direct naar, maar soms dringen de associaties met het heden zich onontkoombaar op.’

Tegelijkertijd is het soms voelbaar dat de tekst een twee decennia oud is, bijvoorbeeld in het pamflettisme dat hier en daar in de tekst de kop opsteekt, zegt Knieriem. ‘Je zou ‘Troje Trilogie’ kunnen lezen als anti-oorlogsstuk. Bij sommige monologen voel je gewoon: die heeft Koos geschreven op het publiek.’ Voor 21e-eeuwse oren klinken die teksten nogal moralistisch, maar het paste destijds in de trend van theatermakers om politiek stelling te nemen. ‘Koos had echt een boodschap. Daar kom je nu niet meer mee weg. Hij is een product van zijn tijd, zoals ik ook een product van mijn tijd ben. Ik zoek als regisseur veel meer de ambiguïteit op. Ik laat zulke teksten niet meer direct tegen het publiek zeggen, maar door de personages onderling. Een zin als: “Weet je wat het is met oorlog?”, klinkt dan meer als een subjectieve mening van een personage, dan als de mening van de regisseur of de schrijver.’

Die ambiguïteit waar hij naar zoekt, vindt Knieriem vooral terug bij het personage van Andromache. Zij is niet alleen oorlogsslachtoffer, maar net zo goed dader. Terpstra toont dat ingenieus door de trilogie zich in omgekeerd chronologische volgorde af te laten spelen. Daardoor lijkt Andromache in eerste instantie vooral slachtoffer in Griekse gevangenschap, maar ziet het publiek later dat die situatie voortkomt uit de twijfelachtige en egoïstische beslissingen die ze eerder, nog voor de verovering van Troje, nam. Het publiek ziet de gevolgen, voordat het de oorzaken heeft gezien. Knieriem: ‘Je hebt je lot dus deels in eigen hand, maar voor een deel ook niet. Andromache blijkt zelf ook schuldig aan de situatie waarin ze zich bevindt. Maar het is redelijk makkelijk om met terugwerkende kracht te zeggen: had ik het toen maar anders gedaan. Het stuk roept zo ook de vraag op wanneer idealen omslaan in opportunisme. Hoe een groter doel zich verhoudt tot eigen belang.’

Die omgekeerde volgorde maakt het voor de acteurs ook niet per makkelijker spelen. Normaal bouwen zij hun personage ook op volgens een chronologische en causale lijn: omdat mijn personage dit is overkomen, doet ze nu dit. Knieriem: ‘Als acteur moet je dus steeds opnieuw doen alsof de situatie nieuw voor je is. Anders dan de toeschouwer weet je personage immers nog niet wat er gaat gebeuren.’ Het mag lastig spelen zijn, maar juist die tegendraadse chronologie geeft ‘Troje Trilogie’ zijn ambiguïteit, denkt Knieriem. ‘Het beeld op Andromache kantelt continu. Dat maakt het stuk ingewikkeld, maar ook interessant.’

foto: Sanne Peper

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *