Interview Antoinette Jelgersma

foto: Deen van Meer

Het nieuwe theaterseizoen begint voor actrice Antoinette Jelgersma (1955) veelbelovend. Niet alleen is ze genomineerd voor de prestigieuze theaterprijs de Theo D’Or, de prijs voor beste vrouwelijke hoofdrol. De voorstelling Over Dieren waarvoor ze die nominatie kreeg, is komende maand ook op het Theaterfestival te zien. ‘Ik denk nog steeds dat je met kunst de wereld kunt veranderen.’

Elke keer als Antoinette Jelgersma het woord ‘spelen’ in de mond neemt, begint ze te stralen. Tijdens ons gesprek zal ze dat dus ook regelmatig doen. Omdat het plezier in haar werk met jaren alleen maar steeds groter is geworden.‘ Mijn motivatie om te spelen wordt eigenlijk alleen maar groter. De liefde voor het spelen zit in mijn bloed. Ik kan niet anders. Ik zou ongelukkig worden als ik het niet zou doen.’ Daarom is blij met haar nominatie, maar ziet ze die wel in perspectief: ‘Ik speel, omdat ik wil spelen. Dat is mijn bron. Ik speel niet om beroemd te worden of grote prijzen te winnen. Als je je daar afhankelijk van maakt, wordt je hartstikke ongelukkig. Al is die erkenning natuurlijk heel fijn.’

Toch was het in eerste instantie helemaal niet de bedoeling om te gaan toneelspelen. Dansen wilde ze. Maar toen Jelgersma rond haar zestiende geblesseerd raakte, moest ze dat verlangen loslaten. Rond diezelfde tijd zag ze Max Croiset in de schouwburg de rol van koning Lear spelen. ‘Op een gegeven moment riep hij: “Kijk, kijk, een muis.” Dat staat gewoon in de tekst van Shakespeare. Maar ik geloofde meteen in het bestaan van die muis. Toen dacht ik: als je dat kan met woorden en verbeelding, dan wil ik dat ook gaan doen.’ Dus belandde Jelgersma, na wat omwegen, waaronder een stage bij het Onafhankelijk Toneel van Jan Joris Lamers, op de toneelschool in Arnhem. Het waren de jaren tachtig. De jaren van Het Werktheater, De Appel en Baal, idealistische theatergroepen die theater dichter bij de mensen wilden brengen of nieuw repertoire wilden spelen. ‘Al die groepen, hoe verschillend ook, hadden iets vernieuwends en ze hadden iets te vertellen. Daarom wilde ik heel graag bij zo’n groep spelen na mijn afstuderen.’ Ze kwam terecht bij Sater, een groep die in zijn beginjaren nog fabrieksterreinen en havens op was gegaan om de arbeiders met theater te verheffen. ‘Maar toen ik bij de groep kwam, zat het in zijn laatste jaar. Eigenlijk had het al geen richting meer. Dus dat sociaal bewogene was er eigenlijk al wel uit.’

Ze wisselde kleine initiatieven af met het spelen bij grote groepen en kwam via het Ro Theater terecht bij het Nationale Toneel, waar ze inmiddels al zo’n veertien jaar speelt. ‘Op een gegeven moment dacht ik: nu wil ik wel heel graag bij een groot gezelschap spelen. Om me helemaal op het spelen te kunnen richten. Ik wilde me verdiepen. Als je in een groep speelt, werk je vaker met elkaar, je kent elkaar, zodat je niet de helft van een repetitieperiode bezig bent kennis met elkaar te maken.’ Van het veelgehoorde probleem dat het voor oudere actrices steeds minder werk is, omdat er weinig oudere vrouwenrollen zijn, heeft Jelgersma nooit last gehad. ‘Maar het is waar. Er zijn meer rollen geschreven voor actrices tussen de twintig en de veertig. Ik heb me daarom ook wel eens afgevraagd: wil ik wel blijven spelen? Of wil toch iets ander gaan doen? Maar iedere keer kom ik weer bij dat spelen terug.’ In plaats van zich bij het gebrek aan rollen neer te leggen, stapt Jelgersma dan ook actief op mensen af omdat ze met ze wil werken. ‘En gelukkig krijg ik steeds weer kansen. En ik heb bovendien het geluk dat ik het werken bij een groot gezelschap af kan wisselen met producties bij kleinere gezelschappen, zoals het Rotterdamse Bonheur of het Onafhankelijk Toneel of met werk vanuit mijn eigen initiatief Een groot gezelschap is, ondanks de voordelen, ook een soort groot, traag stoomschip, waarin je functie beperkt is tot het spelen van je rol. In een kleinere groep kun je je meer bemoeien met de andere aspecten van het maakproces.’

De liefde voor het samen maken stamt uit de tijd dat ze studeerde: ‘In Arnhem wilden we altijd gezamenlijk, als groep een voorstelling maken. Daarin waren groepen als Het Werktheater en Baal onze grote voorbeelden. Die werkten collectief vanuit een gedeeld maatschappelijk ideaal. Die idealen waren groter dan nu en werden ook door meer mensen gedragen. Het geëngageerde theater uit die tijd bestaat niet meer.’

Dat wil niet zeggen dat er geen geëngageerde regisseurs meer zijn. Suzanne Kennedy, de jonge regisseuse van Over Dieren, waarvoor Jelgersma haar nominatie voor de Theo D’Or ontving, is iemand die met haar voorstellingen wel degelijk maatschappelijke discussie wil oproepen. Daarom wilde Jelgersma dolgraag met haar werken. ‘Bovendien wilde ik me graag verdiepen in de geweldige toneeltekst van Elfriede Jelinek. En ik vond het thema interessant en herkenbaar.’ Dat thema van Over Dieren is, zoals vaker bij de Oostenrijkse Nobelprijswinnares Jelinek, de objectivering van de vrouw. De vrouw als gebruiksvoorwerp, als handelswaar. Voor de tekst van Over Dieren maakte Jelinek gebruik van opnames die de Weense politie maakte, toen ze een escortbureau afluisterden. Dat levert teksten op als ‘Is anale seks zonder condoom inbegrepen of heeft dat een meerprijs?’ en ‘Heeft u ook een extreme grote boezem in dienst?’. De teksten worden gecombineerd met een monoloog van een oudere vrouw (Jelgersma) die een ex-geliefde aanspreekt. Daarin vraagt ze hem om haar te gebruiken, niet alleen als anoniem object maar ook als de vrouw die zij is. Met die combinatie van teksten wil Jelinek laten zien dat vrouwen niet alleen door mannen als handelswaar worden gezien, maar dat zij zichzelf ook kunnen beschouwen als een object dat gebruikt kan worden. En dat escortseks en een gewone man-vrouw relatie daarom niet ver van elkaar af liggen. Jelgersma: ‘Het stuk is een aanklacht tegen die mannelijke blik. Het feit dat je als vrouw bewust of onbewust meedoet met die blik, die altijd te maken heeft met machtsverhoudingen, vind ik wel herkenbaar.’

De teksten van Jelinek zijn niet makkelijk en ze stromen onophoudelijk over de toeschouwer heen. Voor taalliefhebber Jelgersma was het een genot om met die teksten te mogen werken: ‘Jelinek heeft ook geprobeerd de tekst van die vrouw vrouwelijk te krijgen, omdat zij vindt dat taal an sich door mannen wordt gedomineerd. Dat wil ze veranderen. Dat levert een toneeltaal op die begripsmatig moeilijk is, maar die associatief is en daarmee veel meer het gevoel aan spreekt dan de ratio. In tegenstelling tot de taal van die mannen in het escortbureau die veel directer is. Hoe verder we repeteerden, hoe doorzichtiger de tekst voor me werd. En logischer ook, terwijl hij helemaal niet logisch is. Mijn doel was die taal zo toegankelijk te krijgen dat de toeschouwer er in mee kan gaan.’

Toch is Over Dieren, door zijn extreme karakter in taal en vorm niet een voorstelling voor een groot publiek. Is dat erg? Jelgersma: ‘Mijn hart gaat uit naar theater als experiment. Maar voor sommige mensen is dat vernieuwende te onbekend. Of te afstotend. Daarmee jaag je ze alleen maar het theater uit. Daarom is het goed dat er ook traditioneel of toegankelijker theater is.’ Zoals bijvoorbeeld Retour Hollandse Spoor, de vrolijke, muzikale voorstelling over multicultureel Den Haag waar ze voor aan het repeteren is. ‘Retour Hollandse Spoor is veel luchtiger. Het probeert wel iets over de verschillen tussen culturen te laten zien, maar het is zeker geen Jelinek.’

Het experiment waar Jelgersma zo van houdt zal de komende jaren hoogstwaarschijnlijk onder druk komen te staan. In de kunsten dreigen grote bezuinigingen. Wat vindt Jelgersma daarvan? ‘We besteden 0,6 procent van de Rijksuitgaven aan kunst. Dat je daar nog op wil bezuinigen, vind ik van de zotte. Cultuur is heel belangrijk voor een maatschappij. Het geeft nieuwe denkrichtingen aan. Het prikkelt je om buiten je eigen straatje te kijken. Het geeft inzicht in de wereld, in mensen en in hun onderlinge relaties. Die spiegel moet je een maatschappij voor blijven houden.’ Dat kunst zo makkelijk als luxe elitespeeltje kan worden weggezet, heeft volgens Jelgersma deels te maken dat oppervlakkigheid de tendens is. Daarvoor hoef je de televisie maar aan te zetten. ‘Als je op school dan ook niet over kunst leert, word je niet opgevoed tot verder kijken dan je neus lang is. De maatschappij is rechtser en kapitalistischer geworden vergeleken met de jaren zeventig, toen ik begon met de toneelschool. Wij dachten nog dat we met kunst de wereld konden veranderen en dat denk ik eigenlijk nog steeds.’

Over Dieren, 7 en 8 september, Theater Bellevue, Amsterdam
Retour Hollandse Spoor, 31 augustus tot en met 9 oktober, NT Gebouw, Den Haag

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.