“Onder de oppervlakte is de beschaving stuk” – Profiel Milo Rau

De genocide in Rwanda. De dood van de Ceaușescu’s. De toespraak van Anders Breivik in de Noorse rechtszaal. De oorlog in voormalig Joegoslavië. De Belgische kindermoordenaar Marc Dutroux. Het zijn een aantal van de onderwerpen waarin de Zwitserse regisseur Milo Rau (1977) de afgelopen jaren theatraal zijn tanden zette.

Het is een opvallend oeuvre van documentair theater dat Rau de afgelopen jaren opbouwde. Zijn voorstellingen zijn geen theater in de traditionele zin van het woord, maar ze benoemen als documentaires doet ze ook te kort. Rau tast de grenzen van die beide genres af, door de geschiedenis te her-ensceneren, maar met een theatrale ‘twist’. Zo bouwde hij voor zijn voorstelling ‘Hate Radio’ een radiostudio na. Daarin speelden acteurs de radio-uitzendingen na die tussen de vrolijke muziek door de genocide van Hutu’s op Tutsi’s aanwakkerden en op het hoogtepunt ervan lieten weten waar er nog Tutsi’s te doden waren. In de voorstelling werden de rollen van Hutu-presentatoren gespeeld door Tutsi’s. In de voorstelling ‘Breivik’s Statement’ liet Rau de ideologische toespraak die de Noorse terrorist Anders Breivik in de rechtszaal uitsprak, spelen door de Turkse actrice Sacha Ö. Soydan.

Voor Rau is die theatralisering een manier om het heden met het verleden te verbinden, vertelde hij in een eerder interview: “Het verleden is altijd zichtbaar in het heden. Theater kan die dubbelheid beter zichtbaar maken dan welk medium dan ook. Als toeschouwer van de voorstellingen ben je immers live aanwezig in het verleden. In het theater kun je de geest van het verleden oproepen, als het ware een spookrealiteit.”

De geest van het verleden spookt ook door de twee voorstellingen van Rau die de komende weken in Nederland te zien zijn. Performing Arts Festival Spring toont de voorstelling ‘Five Easy Pieces’, waarin Marc Dutroux centraal staat. De hoofdrol wordt gespeeld door een aantal Vlaamse kinderen tussen de acht en dertien jaar oud. In ‘The Dark Ages’ staan verschillende Europese oorlogen centraal, verteld door mensen die die oorlogen hebben meegemaakt.

De historische momenten die hem als theatermaker vooral interesseren, zijn momenten van crisis, vertelt Rau voor een repetitie van ‘Five Easy Pieces’. “Op die momenten worden dingen belangrijk die daarvoor nooit belangrijk waren. Een crisis is het moment waarop het oude al verdwenen is, maar waarvoor er nog niets nieuws is de plaats is gekomen.” Daarmee haakt voor hem de thematiek van de crisis ook aan die van de menselijke beschaving: “Beschaving wordt normaal gesproken gezien als de normale staat van zijn en oorlog als de uitzondering. Ik denk dat het andersom is. Beschaving is een kort moment tussen perioden van chaos.” Een crisis vormt de, soms eerst nog onzichtbare, omwenteling tussen die periodes. “Zo liet Dutroux zien dat onder de oppervlakte te beschaving eigenlijk al stuk was.”

Voor iemand die zo’n zwart beeld van de geschiedenis heeft, is Rau een uiterst beminnelijk persoon. Hij praat graag, lacht veel, en groet zijn kleine hoofdrolspelertjes waarmee de foyer zich tijdens het gesprek begint te vullen amicaal. Zijn voorstellingen gaan over meer dan de zwarte historische gebeurtenis alleen, zegt hij, maar tonen vooral de individuele mens middenin die gebeurtenis. Zo laat ‘The Dark Ages’ zien hoe recente oorlogen nog steeds een belangrijke rol spelen in het leven van grote groepen Europeanen, ook al doen we graag alsof die gewelddadigheden zich in een donker en ver verleden afspeelden. De acteurs vertellen in de voorstelling hun eigen levensgeschiedenis en hoe die werd beïnvloed door oorlog. Zo vertelt de Nederlands-Servische actrice Sanja Mitrovic hoe ze met haar vrienden feestvierden alsof het hun laatste dag was, terwijl NAVO-vliegtuigen Belgrado bombardeerden. De Bosnische Sudbin Musić zich herinnert hoe zijn vader in de Joegoslavische burgeroorlog op een dag verdween en later in een massagraf werd gevonden. Tegelijkertijd gaat de voorstelling over generaties: de vaders van de acteurs spelen in alle anekdotes een belangrijke rol. Rau: “De vaders in ‘The Dark Ages’ zijn allemaal kapot gemaakt in een oorlog. Dat doet ook iets met hun kinderen. Voor mij is dat ook een metafoor voor de vraag welke samenleving we aan onze kinderen achterlaten.”

‘The Dark Ages’ is een sobere voorstelling. In het rommelige kantoortje van Subdin, van waaruit hij andere nabestaanden helpt het lichaam van hun geliefden terug te vinden, vertellen de acteurs onopgesmukt hun getuigenissen, terwijl hun gezicht close-up gefilmd wordt door een camera. Veel meer gebeurt er niet. Ook in andere recente voorstellingen, zoals ‘The Civil Wars’, dat samen met ‘The Dark Ages’ de eerste twee delen van een drieluik vormt, zijn het vooral de biografische verhalen van de acteurs die op de voorgrond staan. “Ik vind dat puristische heel belangrijk. Het theatrale zit voor mij in het feit dat de toeschouwer en de performers samen aanwezig zijn in dezelfde tijd en ruimte. Net zoals dat de verhalen van deze verschillende mensen uit heel Europa in het theater even op dezelfde plek samen kunnen komen.” Daarin schuilt voor hem een zekere vorm van solidariteit. “Wat betekent het om samen te leven en naar elkaar te luisteren? De verhalen van de acteurs zijn niet eens zo speciaal. Het had iedereens leven kunnen zijn.”

‘Five Easy Pieces’ is voor Rau’s doen dan ook een stuk theatraler dan ‘The Civil Wars’ of ‘The Dark Ages’. Maar daar had hij na al dat purisme wel behoefte aan, zegt hij lachend. En dus gebeuren er voor Rau a-typische dingen op het toneel: de kinderen verkleden zich als voor het beroep wat ze later willen uitoefenen, er wordt met decorstukken geschoven. Een van de jongens speelt piano en een van de meisjes blijkt prachtig te kunnen zingen. De voorstelling toont een auditie voor een voorstelling, waarin de volwassen castingdirector steeds dictatorialer trekjes gaat vertonen. Daarmee gaat de voorstelling over de machtsverhouding tussen kinderen en volwassen en over Dutroux. En over Rau die als theatermaker de kinderen gebruikt als zetstukken in zijn eigen toch wat zwarte en politieke voorstelling.

Dat de voorstelling in vorm theatraler is dan in eerdere voorstellingen, heeft ook te maken met de leeftijd van zijn acteurs, vertelt Rau. Normaal dragen zijn acteurs intellectueel bij aan de voorstellingen door vanuit hun eigen biografie materiaal aan te dragen. “Ik hoef de acteurs niet te vertellen wat ze moeten doen of voelen. Ik moet zorgen dat ze het overbrengen van hun eigen gevoelens en verhalen herhaalbaar kunnen maken. Ik neem het materiaal dat ze me aanbieden en orden dat. Ik zoek niet naar mooi spel, maar naar authenticiteit.”

De kinderen hebben uiteraard nog geen groot levensverhaal om als materiaal aan te bieden en hun authenticiteit is nog lekker ongericht. Om ze aan het spelen te krijgen moet Rau met zijn Nederlandse regieassistente en tolk tijdens de repetitie af en toe het toneel op stappen om, soms op zijn hurken, met de kinderen te overleggen wat ze moeten doen. “Met de kinderen kan ik nergens aan refereren, zoals aan een bepaalde speelstijl of bepaalde acteermethode. Het zegt ze niets. Net zo min als de prijzen die ik heb gewonnen of het feit dat er straks recensenten in de zaal zitten die de voorstelling goed moeten vinden. Kinderen willen heel precies weten wat ze moeten doen. Tegelijkertijd willen ze liefst geen monoloog doen of met elkaar zoenen. Dat moeten ze van mij toch. Die ongemakkelijke ogenblikken zijn de authentieke momenten waarnaar ik zoek.”

foto: Ted Oonk

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.