The Kings in Wenen – Reportage Kings of War

Het Weense publiek is hoorbaar enthousiast. Niet iedereen hield het de hele voorstelling vol – door zijn lengte duurde hij tot ver na middernacht – , maar zij die er nog zijn, laten van zich horen. Met geroep en een voorzichtige staande ovatie (wat in Oostenrijk niet standaard is en daardoor veelbetekenend) laten de 700 toeschouwers de acteurs van Toneelgroep Amsterdam tot zes keer toe applaus halen.

Het Amsterdamse gezelschap is voor een week neergestreken in de prachtige Halle E in het Weense MuseumsQuartier. De Barokke gebouwen waarin vroeger de stallen huisden van het Weense hof vormen nu een hippe hotspot van musea, terrassen en een tweetal theaters. Op uitnodiging van de Wiener Festwochen, een belangrijk internationaal podiumkunstenfestival, liet Toneelgroep Amsterdam er zijn nieuwe Shakespearemarathon ‘Kings of war’ in première gaan.

Dat een voorstelling van Toneelgroep Amsterdam buiten Amsterdam in première gaat, is tamelijk uniek. Dat maakt zo’n eerste avond voor het gezelschap extra spannend, vertelt regisseur Ivo van Hove een dag na de première op het terras voor het theater. De publieksreacties zijn immers een stuk minder goed te peilen dan in Amsterdam. “Er zijn, anders dan thuis, bij het publiek nog geen oordelen of vooroordelen over je werk. Maar daardoor wisten we bij de première ook totaal niet wat er zou gebeuren. Ik heb tegen het team gezegd: ‘Ze blijven in ieder geval zitten tot de pauze. Daarna weet ik het ook niet.’ Maar de acteurs voelden tijdens het spelen als snel dat er een bepaalde concentratie in zaal hing.”

Spil

Ook voor de Wiener Festwochen is het bijzonder dat een buitenlands gezelschap met een nieuwe voorstelling in première gaat, zegt Stefan Schmidke, als programmeur verantwoordelijk voor de theatervoorstellingen op het grote Weense podiumkunstenfestival. “Ik toon mijn publiek niet zo snel iets dat ik zelf nog niet heb gezien. Maar met Toneelgroep Amsterdam durf ik dat aan. Het is voor mij het belangrijkste gezelschap van Europa dat een sterk acteursensemble combineert met sterke artistieke ideeën en een spannende vormgeving.”

Schmidke kwam Ivo van Hove toevallig tegen in Londen. Toen Van Hove hem vertelde over ‘Kings of war’, waarin hij Shakespeares koningsdrama’s ‘Henry V’, ‘Henry VI’ en ‘Richard III’ tot een enkele voorstelling wilde samenvoegen, was Schmidke direct geïnteresseerd om het project in Wenen in première te laten gaan. Sterker nog: het vormde de spil van de programmering. “Ik had deze voorstelling als eerste in mijn verder lege planning staan. Ik heb de rest van het festival eromheen geprogrammeerd met als uitgangspunt waar ‘Kings of war’ over gaat: macht.”

De Duitstalige pers is matig enthousiast blijkt als op zaterdag de eerste recensies binnenstromen.  “De voorstelling is actueel, compromisloos en toont het ranzige politieke werk genadeloos.”, schrijft ‘Kurier’. “Ivo van Hove geniet als virtuoos van de multimediale theaterbewerking een uitzonderlijke status.”, meldt ‘Die Kleine Zeitung’. Niet iedereen is zo juichend. “Kings of war brengt de bloeddorst van de Engelse middeleeuwen terug tot de logica van een televisieserie.”, moppert ‘Der Standerd’. En Die Presse zucht: “Het wreekt zich dat de voorstelling zoveel wil. Te veel.”

Klein spelen

Ondanks die kritische kanttekenen kan Toneelgroep Amsterdam redelijk tevreden terugkijken op een nieuwe stap in zijn ambitie om zich als internationaal belangwekkend theatergezelschap op de kaart te zetten. Iets dat de afgelopen jaren steeds beter lijkt te lukken. Steeds meer voorstellingen toeren de hele wereld over.

Waarom zijn voorstellingen in het buitenland zo goed werken, weet Van Hove niet precies, maar Wouter van Ransbeek, die bij Toneelgroep Amsterdam onder andere verantwoordelijk is voor de internationalisering, wil wel een poging wagen. Hij vermoedt dat het de combinatie van traditie en vooruitstrevendheid in Van Hoves regie is, die aanspreekt. “Ivo gaat niet respectloos rigoureus om met de klassieke stukken, hij is respectvol radicaal. Radicale buitenlandse Shakespeare-voorstellingen sneuvelen bijvoorbeeld in Engeland vaak op de traditie. Ivo probeert met respect voor traditie nieuwe vormen te zoeken.” Schmidke denkt dat ook de unieke Nederlandse acteerstijl en de acteerkwaliteit een rol spelen. “Toneelgroep Amsterdam heeft het beste acteursensemble in de wereld. Dat willen de mensen hier zien. Ivo weet zijn acteurs zo klein te laten spelen dat ze een personage tonen, in plaats van spelen. Daardoor ontstaat er een ruimte die ik als toeschouwer zelf in kan vullen. Oostenrijkse acteurs spelen veel groter en expressiever.” Ook uit de recensies blijkt inderdaad bewondering voor de Nederlandse speelstijl en “de zonder uitzondering uitmuntende Nederlandse acteurs en actrices” (Die Kleine Zeitung).

Voor de wens die het gezelschap koestert om in het buitenland te spelen, zijn verschillende redenen, vertelt Van Ransbeek. De behoefte aan artistieke uitwisseling in een steeds kleiner wordende wereld en het uitdragen van de kwaliteit van de Nederlandse podiumkunsten zijn er daar twee van. Maar de internationale ambities hebben ook een financieel motief. “De Wiener Festwochen zijn coproducent en maken zo de voorstelling mede mogelijk. Toneelgroep Amsterdam heeft zijn naam te danken aan grootschalige producties als ‘Romeinse tragedies’ en ‘Kings of war’, maar die werden door de bezuinigingen lastiger te maken. We konden dit alleen doen, omdat er ook financiering van buiten kwam.”

Ufo

Toch zijn dit soort samenwerkingsverbanden slechts mogelijk als de kwaliteit van het werk door die buitenlandse partners wordt gezien. En dat is in toenemende mate het geval. Zo heeft Toneelgroep Amsterdam nauwe relaties met gerenommeerde podiumkunsteninstellingen als het Barbican in Londen en BAM in New York. “Het gaat ons er niet om om maar op zoveel mogelijk plekken in het buitenland te spelen,”, zegt Van Hove, “we willen juist duurzame relaties aangaan.” Die relaties fungeren als sneeuwbal: hoe meer de voorstellingen in het buitenland te zien zijn, hoe meer buitenlandse programmeurs de kans krijgen de voorstellingen te zien en te boeken. Het gezelschap probeert vervolgens de buitenlandse theaters zo goed mogelijk van voorstellingen te voorzien. Dat is mogelijk dankzij het grote ensemble en het grote aantal voorstellingen dat de groep op zijn repertoire heeft staan. Niet elk land heeft behoefte aan hetzelfde, legt Van Ransbeek uit. “Hadden we in Taipei de Ayn Rand-voorstelling ‘The Fountainhead’ gespeeld, dan was het voor het publiek geweest alsof er een ufo landde. Daarom speelden we er onze ‘Othello’, dat past voor zo’n eerste keer veel beter en daar zat 1400 man in de zaal.”

Die buitenlandse speelbeurten leveren ook contact op met buitenlandse theatermakers die, doordat ze iets van Toneelgroep Amsterdam zagen, met het gezelschap willen werken. Zo maakte de hippe Australische regisseur Simon Stone onlangs ‘Medea’ in Amsterdam en gaan de gerenommeerde toneelschrijvers Simon Stephens en Tony Kushner binnenkort voor het gezelschap schrijven.

Circus

“Buitenlandse ambitie kan niet zonder een geoliede organisatie en een groot acteursensemble”, zegt Van Ransbeek. “Daarom is de afgelopen jaren niet alleen geduldig aan het internationale netwerk gebouwd, maar ook aan de eigen organisatie. Acteurs, productie en techniek, iedereen moet zich aanpassen aan het spelen in het buitenland. De technici hebben leren omgaan met de gewoonten van buitenlandse collega’s, de productieafdeling met Braziliaanse contracten. Een buitenlandse première als ‘Kings of War’ hadden we vijf jaar geleden niet met zoveel rust voor elkaar kunnen krijgen.”

Ook acteurs Ramsey Nasr (Henry V in de voorstelling) en Eelco Smits (Henry VI) ervaren dat ze op een andere manier moeten werken. Smits: “Er komt voor een voorstelling als dit een enorm circus naar Wenen om hier het theater over te nemen.” Hoewel zij misschien in de schijnwerpers staan, vormen zij desondanks maar een klein onderdeeltje van het reizende circus. Nasr: “Dat betekent voor de acteurs discipline en een goede planning, anders kun je binnen deze organisatie niet functioneren. Je maakt deel uit van een groter team, er is geen ruimte voor egotripperij. Je hebt soms gewoon dingen te doen, zoals snel een kleine rol van iemand overnemen, omdat die niet mee kan naar het buitenland. Ik geef graag een deel van mijn vrijheid op om in mooie voorstellingen te kunnen spelen.” Smits: “Laatst heb ik nog een kleine rol overgenomen, juist omdat ik dan mee kon naar Australië en Buenos Aires.”

Toch is het soms ook fijn om weer naar huis te mogen. Zoals nu. Op de zonnige trappen van hun hotel staan de acteurs op maandagochtend met hun koffers op hun taxi te wachten die hen naar vliegveld zal brengen. Weens succes is mooi, maar er wacht ‘thuis’ ook nog ‘gewoon’ een Nederlandse première van ‘Kings of war’.

foto: Jan Versweyveld

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.