De rafelrandjes van 010 – Interview Sadettin Kirmiziyüz

De haven is Rotterdam en Rotterdam is de haven. Maar er gebeurt ook veel wat het daglicht niet kan verdragen. Over dat schaduw-Rotterdam maakt het Ro Theater ‘CODE 010’. “Criminelen maken gebruik van de crisis en de armoede”

Er leek niemand op zitten te wachten. Zelfs de acteurs van de Amerikaanse televisieserie ‘The Wire’ zelf vonden het langzame televisie en de kijkcijfers bleven achter. Pas toen de serie van voormalig misdaadjournalist David Simon op dvd verscheen, werd het een onverwachte hit. Ergens raakten de verhalen over de schaduwkanten van de Amerikaanse havenstad Baltimore toch een gevoelige snaar door de manier waarop zij het leven in de grote stad portretteerden. Elk seizoen werd een aantal personages gevolgd binnen een sector die een belangrijke rol speelt in de stad – het criminele circuit en de politie, de haven, het onderwijssysteem, de media – waardoor een portret ontstond van de grote stad en vooral van de rafelrandjes ervan.

Ook op theaterregisseur Sadettin Kirmiziyüz maakte de serie grote indruk. Toen het Rotterdamse Ro Theater hem vroeg om zich aan het gezelschap te verbinden, wist hij meteen wat hij als eerste wilde doen: Rotterdam onderzoeken, zoals David Simon dat eerder in The Wire met Baltimore had gedaan.

“Even voor de duidelijkheid”, zegt hij in de foyer van het Ro Theater waar hij met zijn acteurs aan het repeteren is, “we willen de serie niet naspelen. Het gaat mij om het onderzoek naar die sociaal-maatschappelijke thema’s. De grote stad is een interessante biotoop, een groot systeem. Vanuit dat systeem wil ik inzoomen op de mensen die daarbinnen werken, die er slachtoffer van zijn of er juist medeplichtig aan. Ik ben geïnteresseerd in de mensen achter de krantenkoppen.”

De komende jaren maakt hij daarom voorstellingen over de media, de politiek en het onderwijs. En net zoals ‘The Wire’ volgen de voorstellingen gewone mensen die zich binnen die sectoren staande proberen te houden.

De eerste voorstelling, ‘CODE 010’, kon natuurlijk over niets anders gaan dan over de grootste motor van Rotterdam: de haven. Schrijver Simon Weeda ging de haven in en interviewde daar verschillende mensen. Kirmiziyüz en zijn spelers zochten daar aanvullende informatie bij. Kirmiziyüz: “Rotterdam is de haven en de haven is Rotterdam. En die haven is gigantisch, veel groter dan ik dacht. Hij is 75 kilometer van de ene kant naar de ander en er worden per jaar 7 miljoen containers verscheept.”

Die enorme haven trekt ook allerlei criminele activiteit aan. “Smokkelen, de zwarte markt. Het leek ons wel leuk om daar wat mee te doen. Hoe meer we leerden, hoe gevaarlijker de criminaliteit bleek.” Elke maand wordt er wel een container met wapens ontdekt of een berg cocaïne. Van de steekproef van 50.000 containers per jaar die door de douane wordt geopend, is met de helft iets aan de hand.

Die donkere kant van de haven bleek een mooie ingang om ook iets over de sociale structuur van de stad te zeggen, vertelt Kirmiziyüz. Dat schaduw-Rotterdam kan alleen bestaan bij de gratie van allerlei andere sociale dilemma’s waar de stad mee te maken heeft. Die dilemma’s worden in de voorstelling belichaamd door drie personages: de kraanmachinist, de hoerenmadam en de politierechercheur.  Kirmiziyüz: “Er is met illegale handel veel geld te verdienen, dus is de verleiding is groot om als kraanmachinist je toegangspasje uit te lenen aan criminelen. Daardoorheen speelt het conflict van het havenbedrijf met de vakbonden en het feit dat er ondanks de tweede Maasvlakte steeds minder werk is. De machinist wordt door het systeem gedwongen om onverstandige dingen te doen.” Ook in het leven van de andere personages lopen onder- en bovenwereld door elkaar. “Die verwevenheid kenmerkt niet zozeer alleen Rotterdam, maar iedere grote havenstad. In een wereldhaven komt alles binnen, dus ook illegale handel. Die illegaliteit is alleen mogelijk door de sociale problemen in de stad. Criminelen maken gebruik van de crisis en de armoede: wil je geld verdienen? Leen je havenpas uit en stel geen vragen. Zo wordt het soms wel erg moeilijk om het goede te doen.”

Kirmiziyüz groeide op in Zutphen, woont in Amsterdam, maar gaat nu in Rotterdam op zoek naar Rotterdamse verhalen. Denkt hij dat hij als buitenstaander de complexe stad die Rotterdam is ooit helemaal zal begrijpen? “Ik zal nooit helemaal grip krijgen op de stad, maar hopelijk wel zoveel mogelijk. Dat lijkt me een ambitie om na te streven. Ik ben hier sinds oktober wekelijks en het valt me op hoe hier een energie uit de stoeptegels opstijgt waar ik nog niet helemaal de vinger op kan leggen.” Die energie komt voort uit de veelgeroemde ‘niet lullen, maar poetsen’-mentaliteit, denkt hij. Maar de stad ademt ook die specifieke dynamiek die een grote metropool met zich meebrengt. De dynamiek waaraan de inwoners zich moeten aanpassen en die hij graag in zijn voorstellingen wil onderzoeken. “Het is een stad, zoals ik me een stad voorstel. Als je in Amsterdam het station uitkomt, zie je toeristen. Als in Rotterdam het station uitkomt, zie je Rotterdam. Het is de enige echte grote stad die we in Nederland hebben.”

foto: Sanne Peper

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.