Recensie Koningin Lear – Toneelgroep Amsterdam

Er zijn van die voorstellingen die er op papier razend spannend uitzien. ‘Koningin Lear’ van Toneelgroep Amsterdam is er zo een. Meester-Shakespearebewerker Tom Lanoye bewerkte ‘King Lear’ tot een tragedie over een zakenvrouw en haar familie. Topactrice Frieda Pittoors speelt de rol van de snoeiharde tijgermoeder Elisabeth Lear. En dat dan in de regie van Eric de Vroedt die als geëngageerd regisseur wel raad zou moeten weten met een voorstelling over de harde wereld van het zakenleven waar menselijke emoties zijn uitgebannen. Voeg daar het uitmuntende acteursensemble van Toneelgroep Amsterdam aan toe en het kan niet meer mis gaan. In theorie.

Het lijkt echter wel of iedereen bij deze productie zijn onmiskenbare talent eventjes was vergeten mee te nemen. Neem nou de bewerking: vorig seizoen liet Lanoye met zijn meesterlijke bewerking van ‘Hamlet’ zien dat hij in staat is om zelfs aan Shakespeare’s meest gelaagde stuk nog verrassende nieuwe lagen toe te voegen. Bij ‘Koningin Lear’ komt Lanoye niet verder dan een grove verbouwing. Lear wordt een vrouw en in plaats van een koninkrijk wordt hier een zakenimperium over kibbelende zoons en schoondochters verdeeld die al snel niet meer in staat zijn om familie- en zakenbelangen van elkaar te onderscheiden. Dat is goed gevonden, maar verder is ‘Koningin Lear’ is een nogal stroeve, langdradige bewerking, waarin Lanoyes gebruikelijke thematische scherpte en poëtische brille achterwege blijven.

Nog teleurstellender is het ontbreken van de gedrevenheid en de eigen signatuur van regisseur De Vroedt. De Vroedt maakte naam met voorstellingen die thematisch soms overvol waren, maar altijd voortkwamen uit een vurig engagement die de voorstellingen noodzakelijk maakten. Daarin durfde hij zijn acteurs grotesk en karikaturaal te laten spelen: alles om de thematiek van de voorstelling maar over het voetlicht te krijgen. In de eerste scène van ‘Koningin Lear’ lijken de acteurs hun rollen nog een spannend, karikaturaal randje mee te gaan geven, maar binnen de kortste keren speelt het Toneelgroep Amsterdam-ensemble zijn rollen even keurig als het aangeveegde, monumentale decor.

Slechts op een paar momenten duikt de schurende eigenheid van De Vroedt even op. Daarbij wordt hij telkens vaardig geholpen door jong-TA-talent Vanja Rukavina die het niet erg vindt zijn kleine rol van bediende Oleg eens flink dik aan te zetten. De manier waarop hij na een meer dan fout discodansje op nog foutere joego-pop liefdevol zijn moeder belt, maakt Oleg spannender, gelaagder en interessanter dan alle andere personages bij elkaar.

foto: Jan Versweyveld

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.