Na de bezuinigingen – De Schouwburgen

Hoe staat de cultuursector er na de bezuinigingen voor? In april adviseert de Raad voor Cultuur over de hoofdlijnen van het cultuurbeleid na 2017. In Trouw een serie met vier knelpunten. Vandaag: de schouwburgen.

En toen zat Gorinchem zonder theater. De gemeente bezuinigde op de subsidie en De Nieuwe Doelen had onvoldoende geld om de boel draaiende te houden. Het probleem van Gorichem is niet uniek. Veel gemeenten bezuinigen op hun schouwburg, en die raken daardoor in problemen. Dat er volgens de laatste cijfers van de Vereniging van Schouwburg- en Concertdirecties (VSCD) weer wat meer publiek komt, helpt onvoldoende.

Ook Roel Vente, ooit musicalproducent en nu directeur van schouwburg Het Park in Hoorn, heeft ondanks meer bezoekers nog steeds moeite om zijn financiering rond te krijgen. Vente: ‘Hoewel we een derde meer kaartjes verkochten, is onze begroting niet financieel houdbaar op de lange termijn.’

Hoe kan dat? De belangrijkste reden is volgens Vente dat gemeenten denken dat schouwburgen wel commerciëler kunnen draaien door meer musical en cabaret te programmeren. Vroeger zorgden die ongesubsidieerde genres inderdaad voor gegarandeerde inkomsten. Die inkomsten stelden schouwburgen in staat om ook meer experimentele voorstellingen te programmeren en daar wat verlies op te lijden. Maar zo werkt het niet meer. Juist de musicalliefhebber laat het afweten.

Vente: ‘Je kunt het publiek van de schouwburg opdelen in amusementszoekers en cultuurliefhebbers. Cultuurliefhebbers komen trouw naar het wat moeilijker toneel, maar amusementszoekers zijn grilliger. Ze gaan tegenwoordig minder naar het theater en als ze gaan kiezen ze impulsief en voor een bekende naam. Als cabaretier Pieter Derks bij De Wereld Draait Door zit, explodeert hier de verkoop. Bij toneelvoorstellingen, waar de cultuurliefhebbers op af komen,  weet ik precies hoeveel kaarten ik ga verkopen.’

Zo wordt het lastig inschatten voor welke voorstelling er publiek is. Vente: ‘Ik kan nog steeds verrast zijn dat een bepaalde voorstelling goed loopt of teleurgesteld raken dat maar zo weinig mensen die ene mooie voorstelling zien.’

Directeur Wybrich Kaastra van schouwburg De Ogterop in Meppel heeft daarom gekozen voor het vaste, trouwe publiek en biedt vooral toneel aan. Kaastra: ‘We hebben een relatief kleine, maar prachtige zaal die zich veel meer leent voor intieme toneelvoorstellingen dan voor grote musicals. De theaters die dat aanbod wel tonen, liggen hier maar twintig kilometer vandaan.’ Amusementszoekers kunnen daarheen en zo kan Kaastra van De Ogterop een echte toneelschouwburg maken. ‘We proberen dans en toneel te laten zien dat nergens anders in Drenthe te zien is. Daar willen mensen best voor reizen. Door dat consequent te programmeren en door gezelschappen telkens terug te vragen zodat ze een vast publiek kunnen opbouwen, is het aantal bezoekers gegroeid.’ En zo kon ze een deel van de gemeentebezuiniging opvangen. Want ook Meppel bezuinigde.

Vente probeert eveneens vaste bezoekers te kweken. Bijvoorbeeld door het publiek tips te geven. ‘We bellen ze op met advies: we zagen dat u deze voorstelling had gekozen, dus misschien is die voorstelling ook wat voor u. Dat soort persoonlijke acties werken erg goed.’

Ondanks deze kleine successen moeten gemeenten als de belangrijkste financier van schouwburgen zich niet te rijk rekenen, vinden de schouwburgdirecteuren. Financiële ondersteuning zal altijd nodig zijn als je een theater wilt dat alle inwoners – cultuurliefhebbers en amusementszoekers – wat te bieden heeft. Gemeenten moeten zich bewust zijn van die verantwoordelijkheid, zeggen ze. Kaastra: ‘Een gemeente moet zich de vraag stellen: hoe zie ik de rol van mijn schouwburg? Mag het nog wat kosten? Als je alleen maar musicals wilt tonen, dan doe je iets niet goed, vind ik. Een divers toneelaanbod draagt bij aan de kwaliteit van leven in de stad.’ Vente: ‘Cultuur kost geld. Er ontstaat verschraling als je cultuur alleen maar als businessmodel ziet.’ Kaastra: ‘Als je als gemeente geld wilt verdienen aan je schouwburg, moet je een zalenboer aannemen. Geen theaterdirecteur.’

Comments

  1. Dag Robbert, dank voor je artikel waarin de dilemma’s waar theater-, concertzaal- en festivaldirecteuren, theatermakers en de gemeenten voor staan vandaag de dag. Deze tijd vraagt meer dan ooit om beweging van alle betrokken partijen. De Vereniging van Schouwburg-, en Concertgebouwdirecties maakt zich daar sterk voor. Mvrg, Hedwig Verhoeven – directeur VSCD

  2. Een schouwburg moet vooral ook een plek zijn waar mensen elkaar in levenden lijve ontmoeten, of het nu gaat om verstrooiing, catharsis of het optreden van je buurman met de lokale toneelvereniging. Een goedbezocht theater draagt bij aan de cohesie van een gemeenschap. En dat is een investering waard, zeker als “participatiemaatschappij” het toverwoord is.

  3. Een raak artikel waar ik nog een belangrijke component mis, de lokale gebruiker, de amateurs, scholen, koren. Waar men, zoals in Veldhoven, de bezuinigingszeis voor de tweede keer hanteert, gaan zij de prijs betalen. Minder subsidie is kostenverhoging voor de jeugd, de amateurs en het lokale talent. Zij vormen niet alleen een cultuuronderdeel van de stad, maar ook een belangrijk sociaal cement. Jagen we hen gedwongen de schouwburg uit, dan is de verschraling compleet. Commerciëler programmeren en/of niche-programmering zijn slechts een deel van een oplossing. De maatschappelijke schade ligt in de wijken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.