Zoeken naar nieuwe vormen – verslagje Dublin Theatre Festival

Leermomentje: noem het Ierse theater nooit Angelsaksisch georiënteerd. Dat is wel zo, zeker als het gaat om de naturalistische speelstijl en het grote gewicht van de toneelauteur. Maar de nauwe culturele relatie met de voormalig overheerser ligt nog een beetje gevoelig. Bovendien inspireerden Ieren als Shaw en Wilde het Britse theater net zo goed.

Via het Noorderzon Performing Arts Festival werd ik in oktober uitgenodigd het Dublin Theatre Festival te bezoeken, een van Noorderzons partner in het NXTSTP-netwerk. Samen met een Letse collega werd ik een weekend lang ondergedompeld in het Ierse theater om tot slot met Ierse collega’s in gesprek te gaan over de verhouding tussen het Europese en het Angelsaksische, pardon, Ierse theater.

Het Dublin Theatre Festival probeert sinds zijn oprichting in 1957 Iers en Europees theater naast elkaar te laten zien en hoopt zo kruisbestuiving teweeg te brengen. Dit jaar opende het festival bijvoorbeeld met Hamlet van de Duitse regisseur Thomas Ostermeier. De voorstelling spleet het Ierse publiek in gechoqueerde Shakespeare-adepten en (voornamelijk, maar niet exclusief) jongere theaterbezoekers die op de stoelen klommen.

Die uitlopende reacties lijken tekenend voor de ontwikkelingen in het Ierse theaterlandschap. Door de nauwe relatie met de Britse buren is de invloed van het teksttheater nog steeds sterk en is de toneelauteur meestal nog steeds de belangrijkste persoon in het theaterproces. Zoals de inmiddels 69-jarige Tom Murphy. Zijn stuk Bailegangaire sloeg in de jaren tachtig in als een bom en was dit jaar op het festival te zien als double bill met zijn nieuwe stuk Brigit. In eerstgenoemd stuk begint een demente vrouw tot grote frustratie van haar inwonende dochter steeds opnieuw hetzelfde raadselachtige volksverhaal te vertellen, dat uiteindelijk haar eigen turbulente levensverhaal blijkt te zijn. Het stuk staat bij vele Ieren in het geheugen gegrift, omdat het op vele niveaus aansluit bij het Ierse collectieve bewustzijn. Bailegangaire gaat over de traditionele vertelkunst, het gespannen Ierland van de jaren tachtig, de emancipatie van de Ierse vrouw en de verminderde greep van de katholieke kerk op de samenleving.

Een nieuwe generatie Ierse theatermakers is echter in een totaal ander Ierland opgegroeid en heeft heel andere verhalen te vertellen. Ze kiest daar nieuwe vormen voor, die haaks staan op het auteurstheater en veel meer lijken te zijn overgewaaid van het Europese vasteland. Zoals de ervaringstheatervoorstelling Vardo van Louise Lowe en Owen Boss. Verschillende acteurs sleuren de toeschouwer individueel door een minder goede wijk van Dublin, waar hij in een appartement, op straat en in een busstation diverse mensen ontmoet die aan de onderkant van de samenleving leven. Een Russische prostituee vraagt hem haar te helpen, haar pooier bedreigt hem en hij ontmoet een verdrietige Nigeriaanse schoonmaker die niet naar de begrafenis van zijn vader kan. Door het razende tempo van de ontmoetingen blijven de verhalen van de personages nogal clichématig en daarmee ook de schets van de buurt. Ook voelt het door het duidelijk fictieve karakter nooit echt gevaarlijk, hoewel dat wel de bedoeling lijkt. Toch doen de makers een interessante poging om de Dubliners hun stad op een andere manier te tonen. Een manier die een toneeltekst in een theaterzaal niet voor elkaar had kunnen krijgen.

Ook de tekst is niet langer veilig bij de jongere generatie Ierse theatermakers. Zo zet de groep Pan Pan Theatre haar tanden in Tsjechovs Een meeuw en deconstrueert die in de voorstelling The seagull and other birds zodanig dat hij amper nog herkenbaar is. Op een lege vloer spelen de in balletpakjes geklede acteurs snippers van de tekst en van andere toneelstukken, waarin de vraag om nieuwe theatervormen het leidende motief is. De deconstructie op zoek naar een nieuwe vorm is misschien wel een beetje een mager uitgangspunt voor een voorstelling. Maar de geestige manier waarop de groep met elkaar en vooral ook met het publiek speelt – zo begint de groep de voorstelling door alle theaterprijzen te laten rondgaan die ze eerder won – zaagt verfrissend aan de poten van het traditionele auteurstheater.

Als het Dublin Theatre Festival inderdaad de stand van zaken in het Ierse theater juist weergeeft, staat dit nog interessante artistieke ontwikkelingen te wachten. Wie weet zien we de komende jaren ook meer Ieren op het vasteland. Het onderzoek naar nieuwe verhoudingen tussen tekst en vorm werpt in elk geval vruchten af die daar interessant genoeg voor zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.