‘Het operateske is in het theater niet geloofwaardig’ – Interview Simon Stone

De jonge Australische regisseur Simon Stone (29) was met zijn Ibsen-bewerking The wild duck de verrassing van het Holland Festival van vorig jaar. Dit jaar is hij terug met Thyestes, een radicale adaptatie van de tragedie van Seneca. Bovendien gaat hij als gastregisseur bij Toneelgroep Amsterdam aan de slag.

Met een grote lach op zijn gezicht racet Simon Stone het theatercafé binnen. De jonge regisseur brengt een bliksembezoek aan Nederland voor de casting van de kinderen in Medea, zijn gastregie bij Toneelgroep Amsterdam. De kinderen zullen in zijn bewerking van de tragedie een prominente rol spelen, dus de casting was een belangrijk klus en liep uit. Bovendien was er een presentatie van de vormgeving: ‘That thing took ages.

Slaapwandelen

Als Stone eenmaal zit en over zijn werk begint te vertellen, is het opvallend hoe zijn gezicht verandert. Van een open lach naar een stugge en meer naar binnen gekeerde frons. Die zal na het gesprek weer tot een vriendelijke lach ontdooien. Stone neemt zijn vak en de kunstvorm bloedserieus: ‘Ik denk dat theater in deze tijd de belangrijkste kunstvorm zou kunnen zijn. Op welke andere plek komen mensen nog bij elkaar om gezamenlijk iets te beleven en ergens over na te denken?’

Juist omdat hij theater zo belangrijk vindt, ziet de regisseur het als zijn roeping om de kunstvorm weer relevant en aantrekkelijk te maken voor een groot publiek. Dat is nodig, al helemaal in het wat theater betreft nogal ingeslapen en conservatieve Australië. Het was zelfs de reden om zijn op stoom komende carrière als acteur af te breken. ‘Ik speelde in een aantal grote films en ik kon goed van mijn acteurschap leven. Maar het voelde zo leeg. Ik was bang me met dat werk niet verder persoonlijk te kunnen ontwikkelen. Tegelijkertijd was ik erg gefrustreerd door het theater dat ik zag. Het theater in Australië is een ritueel. Je gaat naar het theater omdat dat zo hoort, niet omdat je echt zin hebt. De stukken worden gespeeld omdat men vindt dat je ze hoort te spelen, zonder zich af te vragen waarom ze relevant zijn.’ Slaapwandelen, noemt Stone het conservatieve theaterbezoek dan ook.

Theaterwonderboy

Er is wel een alternatieve, Australische theaterscene en daar wordt boeiend theater gemaakt. Er zit alleen niemand in de zaal. Stone: ‘Zonder publiek bestaat theater niet. Theater maken voor een lege tribune, hoe goed ook, is onzin. Ik wist dat het mogelijk moest zijn om de kloof tussen het commerciële en het alternatieve theater te dichten en het theater net zo aantrekkelijk te maken als de populaire kroeg-scene van de stad. Melbourne is een hippe stad met mensen die geïnteresseerd zijn in iets nieuws. Dus begon ik mijn eigen groep, The Hayloft Project. Ik wilde populair theater maken, met aantrekkelijke verhalen die belangrijk zijn om te vertellen, gespeeld door heel goede acteurs, in een vorm die net wat uitdagender en meer internationaal is.’

Het bleek een succesvolle strategie die niet alleen een nieuw Australisch theaterpubliek wist aan te boren, maar die Stone – zij het niet geheel zonder controverse – in de schijnwerpers zette als Australië’s nieuwe theaterwonderboy. Het leverde hem een baan op als vaste regisseur bij het Belvoir Street Theatre in Sydney en internationale aandacht voor zijn voorstellingen. The wild duck, Stones eerste regie bij Belvoir en vorig jaar te zien op het Holland Festival, zette hem definitief op de kaart.

Laboratorium

Wat als eerste opvalt aan de voorstellingen van Stone is de bijzondere vorm. Bij de Ibsen-bewerking The wild duck zat het publiek aan drie kanten van een glazen kubus. In dat verder lege terrarium, dicht op het publiek, speelden de zes acteurs heel precies en filmisch de emotionele implosie van een bij elkaar gelogen wereld. Doordat het publiek zo dicht op de spelers zat, maar wel met glas van ze was gescheiden, ontstond een bijna voyeuristische inkijk in de levens van een aantal gewone Australiërs. Alsof je naar een sociologisch experiment keek.

Ook bij Thyestes zit het publiek weer dicht op de handeling. ‘Bijna in de comfortzone van de acteurs,’ zoals Stone het beschrijft. Opnieuw wordt gespeeld in een lege doos die de associatie oproept van een laboratorium. Steeds gaan de rolluiken van de ruimte even open om te zien hoe het staat met de onderzoeksubjecten: de Griekse broers Atreus en Thyestes. Ditmaal is menselijke wreedheid het onderzoeksonderwerp.

Stone vindt het belangrijk dat de toeschouwer door een spannende vorm meteen de theatervoorstelling wordt binnengetrokken. ‘In de eerste tien minuten moet de voorstelling niet gaan over de vraag waarom ik voor dit stuk gekozen heb. In die eerste minuten moet het gaan over waarom theater een relevante kunstvorm is. Het moet meteen duidelijk worden dat dit een ervaring gaat zijn die je nergens anders zou kunnen beleven dan in het theater.’

De lege theatrale ruimte vult Stone vervolgens met hyperrealistisch spelende acteurs. Doordat hij die levensechte mensen in een vrijwel lege ruimte plaatst, is het aan de toeschouwer om al het andere zelf in te vullen. ‘Ik hou van de spanning tussen de lege ruimte en het gedetailleerd en precieze acteren. Daardoor kun je als toeschouwer op de ruimte en de acteurs projecteren wat je uit je eigen leven herkent.’

Hij heeft een grote voorliefde voor theaterklassiekers (De kersentuin, Drie zusters, Freule Julie), maar zijn bewerkingen zijn radicaal, om ze voor een nieuw theaterpubliek herkenbaar te maken. ‘Een gemiddelde toeschouwer heeft helemaal geen zin om een boodschap van tweeduizend jaar geleden te ontcijferen. Daar heb je classici voor. De toeschouwer wil geraakt worden en een leuke avond uit hebben. Het is mijn baan om die kloof tussen toen en nu te dichten en de klassieke verhalen voor een hedendaags publiek geloofwaardig te maken.’

Voicemailbericht

In zijn bewerkingen ontdoet Stone de teksten dan ook van alles wat te ongeloofwaardig of tijdsgebonden is. Sterker nog, de originele teksten zijn vaak geschrapt, alleen de plotstructuur blijft overeind. De personages keuvelen alledaags, alsof het publiek de grote dramatische gebeurtenissen net heeft misgelopen. De alledaagse conversaties ontstaan uit improvisaties die Stone zijn acteurs laat doen op basis van scènes uit het originele stuk.

Stone: ‘Bij Thyestes zochten we naar gesprekken die de personages tussen de grote dramatische gebeurtenissen konden voeren zonder het daadwerkelijk over het verhaal te hebben. Je weet dat je je halfbroertje gaat vermoorden die bij je te eten is. Waar heb je het dan over? Atreus moet in het begin al een beetje raar overkomen, dus vroeg ik Chris Ryan, die Atreus speelt, om de gênantste seksuele anekdote te vertellen die hij ooit had meegemaakt.’

Inderdaad babbelen aan het begin van Thyestes drie sympathieke jongens onder een glaasje wijn over reizen, vrouwen en pijnlijke seksuele escapades. De enige verwijzing die het publiek krijgt naar de tragedie is een lichtkrant die beschrijft dat Thyestes en Atreus hun halfbroer tijdens een diner doden. Het feit dat je door de lichtkrant weet wat er gaat gebeuren als straks het luik dichtgaat, maar alleen de aanloop ziet, geeft de scène zijn kracht. Stone toont evenmin dat Thyestes Atreus’ vrouw afpakt (wat tot de definitieve, gewelddadige breuk met zijn broer leidt), maar wel Atreus die woedend, smekend en ontroostbaar telkens opnieuw haar laatste voicemailbericht afluistert. De scène maakt Atreus’ wrok menselijk en begrijpelijk en de uiteindelijke wraak daarom misschien wel schokkender. Omdat je weet uit welk herkenbaar gevoel ze voortkomt.

Stone: ‘Een trauma of geweld op het toneel uitspelen is niet interessant. De toneeltekst van Seneca is heel erg dramatisch, op het operateske af. Dat is in het theater niet geloofwaardig. Ik ben veel meer geïnteresseerd in hoe mensen in een dramatische situatie terechtkomen of hoe ze uit zo’n situatie komen dan in de traumatische gebeurtenis zelf. Richard III is niet interessant, omdat hij aan de lopende band moorden pleegt op het toneel. Richard is interessant, omdat hij op iemand lijkt die je kent. Of op jezelf.’

Dvd-collectie

Stones voorstellingen combineren door het Angelsaksische psychologisch-realisme en de Europese vertelvorm en esthetiek het beste van twee toneelwerelden. Dat is niet helemaal toevallig. Stone werd geboren in Basel en woonde als puber in Cambridge. Hij spreekt nog steeds vloeiend Duits. ‘Ik voel me Europeaan, maar ook weer niet helemaal, net zo min als ik me volledig Australiër voel. In Australië vinden ze wat ik maak Europees en in Europa vinden ze het weer Angelsaksisch.’

Het is die unieke combinatie die hem op dit moment vooral buiten Australië werk verschaft. Nadat Ivo van Hove The wild duck had gezien, nodigde hij de jonge regisseur uit om bij Toneelgroep Amsterdam Medea te komen maken. Ook in Duitsland kan hij aan de slag. Stone: ‘Toneelgroep Amsterdam is een mooie groep en haar werk heeft een sterke relatie met wat ik maak. Realistisch en messy, met een moderne esthetiek die ruimte biedt aan het spel van de acteurs.’

Hij reist veel, is weinig meer thuis in Australië, vertelt hij. ‘Ik vind dat niet erg. Als ik mijn dvd-collectie heb, een internetverbinding en een glas rode wijn, dan voel ik me overal wel thuis.’ De ernstige frons verandert weer even in een gulle lach.

Foto: Jeff Busby

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.