Recensie Op de bodem – Orkater

De gasten hebben allemaal diepe wallen onder hun ogen. Maar ook het personeel van het hotel dat het decor vormt van de de Orkater-voorstelling ‘Op de bodem’ ziet er niet heel uitgeslapen uit. In deze paradijselijke omgeving met palmbomen, zwembad en een levensgrote smiley van neon-licht op de achtergrond, lijkt iedereen vermoeid op zoek naar iets dat in hun saaie en eentonige leventje ontbreekt. Dat dreigt overigens uitstekend te lukken, want de hotellobby vult zich al snel met de meest uiteenlopende vormen van seks en geweld.

Daarmee is de rode draad van de voorstelling wel zo’n beetje samengevat, want ‘Op de bodem’ is vooral een onsamenhangend universum, waaruit alle logica verdwenen lijkt. Onsamenhangendheid hoeft niet erg te zijn en de voorstelling intrigeert in het begin wel degelijk. Tot het begint te dagen dat het gebrek aan logica niet slechts een artistieke keuze is.

Het probleem is dat de makers ons ook nog iets lijken te willen vertellen over de vermoeidheid van de mens. Maar de vorm van het absurdisme en de onsamenhangendheid staat verdieping in de weg. Je kunt absurdisme niet betekenisvol maken. Dat is nu juist het hele punt van absurdisme.

De artistieke warrigheid is het best terug te zien in de personages, die bestaan uit een karikaturale verzameling clichés, meninkjes, verzuchtingen en filosofietjes van de koude grond. Het ene moment vinden ze het een, het volgende moment het volstrekt het tegenovergestelde en hun handelingen hebben nooit enige consequentie. Ze worden nooit menselijk of tragisch, ze zijn vooral heel erg vervelend. Als een van de personages aan het slot melodramatisch om een beetje liefde vraagt, zal het je worst wezen of ze die nog gaat krijgen.

De scènetjes tussen de personages worden verbonden door een grote, ongerichte, kleurrijke bak aan absurdistische malligheid die soms erg geestig is (zoals de enorme serveerster die met een netje sinaasappels sleept en ‘Sinaassappelsap!’ door een megafoon brult) en soms bevreemdt (zoals een niet-aflatende stroom bloederig speelfilmgeweld).

Maar dan de muziek. De jongens van de hotelband zijn niet alleen verantwoordelijk voor de beste staaltjes absurdisme, ze rocken het dak van de schouwburg. Of ze nou techno, ballads, jazzstandards, of rock spelen of a-capella zingen, het is altijd retestrak en loepzuiver. Iets wat in de rest van de voorstelling node wordt gemist.

foto: Ben van Duin

Comments

  1. Weggegooid geld voor deze onsamenhangende rotzooi met derderangs ‘acteurs’. De enige die niet leek weggelopen van de vooropleiding kleinkunst kwam uit Vlaanderen, het land waar ze op een normale en overtuigende wijze met taal weten om te gaan. Een stuk zonder kloten hoezeer men ook anders pretendeerde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.