Niet mimen, niet uitbeelden, maar voelen – Interview Stan

Het Antwerpse toneelspelersgezelschap Stan bestaat 25 jaar. In die kwart eeuw was de groep een van de voortrekkers van een generatie theatermakers in Vlaanderen en Nederland die niet de creativiteit van de regisseur, maar die van de acteur vooropstelden. Hun jubileumvoorstelling ‘JDX – a public enemy’ is deze week te zien in Amsterdam.

Het is soms net een lang getrouwd echtpaar. Jolente De Keersmaeker begint een zin en  Damiaan De Schrijver neemt het na een paar woorden over, wat De Keersmaker bijna onzichtbaar zuchtend laat gebeuren. Maar net zo vaak scherpen de acteurs hun gedachten aan elkaar, kaatsen ze mogelijkheden heen en weer tot het juiste antwoord is gevonden. De Keersmaeker en De Schrijver kennen elkaar dan ook al 29 jaar. Ze zaten bij elkaar in de klas op de acteursopleiding van het Antwerps Conservatorium. En ze zijn al 25 jaar leden van hetzelfde gezelschap: Stan.

We spreken elkaar vlak bij het Conservatorium. De Schrijver was vroeg. Hij wilde nog even langs de oude gebouwen zwerven waar ze les hebben gehad en waar Stan is ontstaan.

De twee acteurs halen herinneringen op aan acteur Peter Gorissen, de eerste docent waarmee ze als prille toneelschoolstudenten te maken kregen. De Keersmaeker: “Van hem kregen we oefeningen gebaseerd op de methode van Stanislavski. Je moest voelen dat je over een ijsvlakte liep of koffie dronk. Niet mimen, niet uitbeelden. Voelen.” De Schrijver: “Kortom: niet liegen, maar zoeken naar authenticiteit.”

In hun laatste jaar begeleidde Matthias de Koning, lid van de Nederlandse groep Discordia, de acteurs bij hun afstudeervoorstelling. Waar Gorissen het zaadje van de authenticiteit plantte, maakte De Koning de jonge spelers bewust van het feit dat je als acteur niet altijd een zetstuk van een regisseur hoeft te zijn. De Keersmaeker: “We werden ons door Matthias bewust van onze eigen creativiteit.” De Schrijver: “En van het feit dat je als acteur ook zelf kunt bepalen waarom je een toneelstuk speelt in plaats van de regisseur.“

Gegrepen door het idee van de autonome acteur richtten De Schrijver en De Keersmaeker met hun klasgenoten Waas Gramser en Frank Vercruyssen na hun afstuderen Stan op. Een toneelspelersgezelschap werd het, waarin, in navolging van Discordia, de acteurs alles zelf doen: van het vertalen en het bewerken van de teksten tot het ontwerpen van het decor. In dat collectief staat de acteur centraal die constant zoekt naar de betekenis van wat hij staat te zeggen en die nooit zal verbergen dat wat hij staat te doen illusie is.

De Keersmaeker: “Het werken aan een voorstelling is bij ons anders dan in het reguliere theater. Wij gaan niet meteen de speelvloer op, maar zitten lang aan tafel om met de hele acteursgroep de vertaling en de bewerking van een toneelstuk te maken.” Door de gezamenlijke voorbereiding weet iedereen heel goed wat nodig is om de toneeltekst zo helder mogelijk op het publiek over te brengen. De Schrijver: “Ik ben als acteur namelijk helemaal niet interessant. Het is de toneeltekst, die mij interessant maakt.”

Niet alleen aan tafel, ook op de speelvloer is iedereen gelijkwaardig. Er zijn geen hoofdrollen. De Keersmaeker: “We hebben elkaar op het toneel echt nodig. Je kunt je niet verbergen achter je rol of ‘krachtpatsertoneel’ en je kunt niet soleren.”

Toch is het bij Stan altijd duidelijk dat theater vooral een constructie is, waarin de acteur doet alsof hij iemand anders is en een voorstelling niets anders is dan een groep acteurs die samen bepaalde afspraken hebben gemaakt om een stuk te kunnen spelen. Het resultaat is een transparante speelstijl waarin door het personage altijd de acteur schemert. De Schrijver: “Als acteur weet je allang hoe een stuk eindigt, maar je woorden zijn die van een onwetend personage. Die dubbelheid van het tegelijkertijd weten en niet-weten kun je laten zien. Je kunt tonen dat theater illusie is, terwijl je die illusie tegelijkertijd in stand probeert te houden. We zijn niet in een bos en toch kunnen we ons daar toch allemaal bevinden.”

De bijzondere speelstijl die Stan pionierde, maakte in de jaren negentig snel school door groepen als het Barre Land, De Koe en Dood Paard. Nog altijd is het – in ieder geval in het Nederlandse theater – heel normaal dat een acteur zich niet verbergt achter een personage en de illusie van de theatrale situatie benadrukt. Toch zijn in er het spelen wel veranderingen geslopen, merken de acteurs. Ze durven alle theorie die aan tafel besproken wordt makkelijker los te laten. Vroeger was ze tijdens het spelen altijd maar aan het denken, vertelt De Keersmaeker. “Dat transparante spelen lijkt makkelijk, maar is best moeilijk. Het gonsde vroeger tijdens het spelen in mijn hoofd van alle theoretische mogelijkheden die ik had als acteur. We hebben daar nu allemaal meer grip op gekregen en meer plezier in het spelen. We durven meer echt toneel te spelen, onszelf belachelijk te maken.”

Na vijfentwintig jaar werkt Stan nog altijd als collectief en de leden zien elkaar vaker dan hun eigen partners. Krijgen ze door dat continue overleggen nooit hoofdpijn van elkaar? De Keersmaeker: “Natuurlijk wel. Maar opvallend genoeg gaan conflicten altijd over dingen als de planning of de organisatie.” De Schrijver: “We zijn allemaal behoorlijk dominant.” De Keersmaeker: “Maar als we eenmaal om de tafel inhoudelijk over een voorstelling gaan praten, dan hebben we elkaar al weer heel snel gevonden.”

foto: Tim Wouters

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.