Ook een gebouw kan ook poëzie hebben

Het is zomer, dus wordt er weer volop buiten gespeeld. In juli en augustus presenteren diverse theaterfestivals theater op de meest bijzonder plekken: in loodsen, bossen, parken en scheepscontainers. Een van die festivals is Over het IJ, dat gehouden wordt op en om de gebouwen van de voormalige NDSM-Werf in Noord.

Ergens op de NDSM-werf staat een bonte verzameling houten huisjes. In die huisjes kan de bezoeker, door middel van foto’s, video- en geluidsfragementen, ervaren op welke bijzondere plekken je wel niet allemaal theater kan maken. Die plekken en de voorstellingen die er in de loop van de tijd op locatie gemaakt werden, zijn in kaart gebracht in de reizende tentoonstelling Ergens en Overal van het Theaterinstituut Nederland, waar de huisjes bijhoren. Nederland heeft namelijk een lange traditie als het gaat om locatietheater. Al in de jaren tachtig speelden groepen als Dogtroep en Hollandia op bijzondere plekken als kassen, sluizen en bouwterreinen.

Maar ook de jonge generatie laat zich niet onbetuigd als het gaat om spelen op bijzondere plekken. Een van de jonge theatergroepen die op het festival te gast is, is het Vlaamse FC Bergman. De groep maakte grote indruk met hun spectaculaire, beeldende en poëtische locatievoorstelling Wandelen op de Champs-Elysées met een schildpad om de wereld beter te kunnen bekijken, maar het is moeilijk thee drinken op een ijsschots als iedereen dronken is. In een grote loods proberen verschillende personages hun dromen te verwezenlijken. De een wil vliegen, een ander onsterfelijk worden door zijn kunst, maar uiteindelijk stranden al die pogingen.

Voor FC Bergman heeft theater maken buiten het theatergebouw een grote meerwaarde, zegt Bart Hollanders, een van de makers: ‘Buiten heb je geen veilige pluchen stoeltjes, het heeft iets ongeregelds. Je komt als publiek ergens waar je misschien nog nooit eerder bent geweest. Dat maakt nieuwsgierig. En een gebouw waarin je speelt kan van zichzelf ook poëzie hebben. Iets oproepen bij de toeschouwer dat klopt bij de voorstelling.’ Het soort theater dat FC Bergman maakt is in hun eigen land tamelijk bijzonder. Vlaanderen kent, anders dan Nederland geen locatietraditie. Hollanders: ‘Zo’n groot project als dat van ons is wel uitzonderlijk. Dat heb ik bij ons nog niet vaak gezien.’

Bram de Goeij, lid van het theatermakerscollectief Deuten&deGoeij dat met de voorstelling De Schapelaar op Over het IJ staat, is het met Hollanders eens dat het voor een voorstelling een meerwaarde heeft om op locatie te spelen. ‘We nemen het publiek mee naar een plek waar iets gebeurt. Als publiek maak je in onze voorstellingen letterlijk deel uit van de situatie.’ Zo nodigt in De Schapelaar een schapenkenner het publiek uit om samen met haar in een stadspark een schaap te observeren. Dat loopt enigszins uit de hand als zich een wolf aandient. De voorstelling werd oorspronkelijk gemaakt voor het Oerol-festival op Terschelling waar hij in een echt bos speelde. Op Over het IJ speelt het in een goed verborgen stukje natuur in de stad. Maakt dat voor de voorstelling nog uit? ‘We maken een voorstelling echt voor de plek waar we hem spelen. Als we de voorstelling verplaatsen, steken we er veel tijd in om de voorstelling kloppend te maken voor de nieuwe plek. Omdat we de aanwezige natuurlijke elementen, zoals water of een helling graag in de voorstelling willen gebruiken. Festival Over het IJ kwam met deze plek. Ik woon zelf in Noord, maar dit stukje groen is zo goed verborgen dat ik zelfs niet wist dat het bestond.’

Ook Wandelen op de Champs-Elyssees… werd voor een specifieke locatie gemaakt: de oude Handelsbeurs in Antwerpen. Hollanders: ‘Het is een imposant, monumentaal gebouw dat ze moesten sluiten, omdat restauratie te duur was. Het stond al jaren leeg en was aan het verloederen. Voor onze voorstelling was die locatie ideaal. Hij ligt midden in het centrum en heeft al heel veel poëzie en geschiedenis van zichzelf. Het heeft ons maanden gekost om die plek als speellocatie te regelen.’ Tijdens de tournee moest ook de voorstelling van FC Bergman elke keer aan de locatie worden aangepast. Hollanders: ‘Dat vraagt soms om creatieve oplossingen. In Antwerpen lag er allemaal hout op de vloer, dat een heel mooi, specifiek geluid maakte. Dat mochten we niet meenemen en het was ondoenlijk om zelf allemaal plankjes te gaan zagen. Dus hebben we op een van de andere locaties de speelvloer onder water gezet. Dat had een te gek effect. Het is een groot contrast met in het theater spelen. Daar kom je ’s middags aan en is alles in de puntjes geregeld, zodat je ’s avonds kunt spelen. Dit is veel meer rock ’n roll. Nu komen we ergens en hebben we slechts een paar dagen de tijd om die plek naar onze hand te zetten. We moeten dan tot diep in de nacht doorgaan om alles op tijd klaar te krijgen.’

Voor De Goeij is de beperking die een bepaalde locatie met zich meebrengt ook een van de voordelen van buiten spelen. ‘Heel veel kan ook gewoon niet. Je kunt bijvoorbeeld geen lange monoloog afsteken, want die is bij harde wind onverstaanbaar. Het is back to basics, terug naar waarom ik ook weer theater wilde maken: om het plezier van het verhalen vertellen.’

Festival Over het IJ, 1 tot en met 11 juli, NDSM-werf, Amsterdam Noord

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.