De trend van het groene theater

concertgebouw

Het Concertgebouw wordt het Duurzaam Concertgebouw maakte het onlangs bekend. De concertzaal wil zijn energieverbruik de komende jaren met 40% terugbrengen. Steeds meer theaters en concertzalen lijken zich bewust te worden van de noodzaak van verduurzaming van hun activiteiten. Al was het maar door de kostenbesparingen.

 Een bezoek aan het theater is niet per se een energiezuinige bezigheid. Er zijn grote hoeveelheden energie nodig om de uitvoerende artiesten te belichten. Zalen worden opgewarmd tot een aangename temperatuur voor het publiek om vervolgens weer gekoeld te worden als de voorstelling begint, omdat lampen en bezoekers samen veel warmte genereren.

Dat is allemaal zinloos energieverlies en aangezien veel gemeenten op hun culturele infrastructuur bezuinigen, kunnen theaters elke cent gebruiken. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat steeds meer theaters en concertgebouwen stappen nemen om hun energiegebruik terug te dringen. Dat is nog maar een recente ontwikkeling. Uit een verdrietig stemmend onderzoekje door het vakblad voor podiumtechniek uit 2009 bleek dat op dat moment 69% van de podia nog geen specifiek beleid voerde op het gebied van duurzaamheid. Langzaam kwam daar echter verandering in. Door de bezuinigingen, maar ook omdat de brancheorganisatie VSCD op haar congressen aandacht begon te vragen het onderwerp en theaters individueel of in groepsverband kansen begonnen te zien.

Renovatie

Zo tekenden de gezamenlijke Amsterdamse theaters, waaronder grote, bekende zalen als Carré, het Muziektheater, de Stopera en het Concertgebouw in maart een convenant met de gemeente om de CO2-uitstoot terug te dringen. Daarmee hopen de theaters bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen van de gemeente Amsterdam met wie de meeste theaters een subsidierelatie hebben, vertelt Gea Zantinge. Zantinge is naast zakelijk directeur van het Concertgebouw ook voorzitter van het overleg van Amsterdamse theaters en tekende namens de theaters het convenant. De stad wil in 2025 40% minder CO2 vergeleken met 1990. “Als theatersector willen we graag aansluiten bij die ambities. Daarom willen we de komende twee jaar als sector 3 procent minder CO2 gaan uitstoten dan we nu doen.” Amsterdam volgt met zijn convenant Rotterdam en Den Haag die eerder al afspraken maakten met hun theaters. Voorbeeld voor al die convenanten is het Londonse Green Theatre Project. De Londense theaters spraken in 2008 met de gemeente af om hun uitstoot in 2025 met 60% te reduceren.

De individuele ambities in Amsterdam liegen er niet om. Gaat het sectorbreed om 3% het Concertgebouw wil de komende 5 jaar zijn energieverbruik zelfs met 40% terugbrengen. Om dat voor elkaar te krijgen is een van de grote wensen van Zantinge om zonnecollectoren en –panelen op het dak te plaatsen. Dat is voor een culturele instelling een kostbare investering, maar vorige week werd bekend dat de BankGiro Loterij 2,5 miljoen bijdraagt aan de duurzame renovatie van het 125 jaar oude monument.

Dief

Maar ook zonder zo’n mega-investering kunnen theaters al veel doen aan energiebesparing en een duurzame bedrijfsvoering, blijkt tijdens een rondleiding bij de Leidse Stadspodia (een fusie van de Leidse Schouwburg en de Leidse Stadsgehoorzaal). De Stadspodia is een van de podia die de afgelopen jaren flinke groene stappen hebben gezet. Wandelend door de Stadsgehoorzaal laten zakelijk directeur Frans Funnekotter en hoofd techniek Jeroen Smits zien hoe met kleine aanpassingen ook al grote winst te behalen valt. Trots wijst Smits op de publieksverlichting van de concertzaal. Vorig jaar werden de tientallen gloeilampen vervangen door duurzaam licht, net als alle lampjes die de nooduitgangbordjes 24 uur per dag moeten verlichten. De nieuwe lampen verbruiken slechts een-twintigste van de energie van de oude lampen. Financiële besparing over tien jaar: ruim een ton. De urinoirs in de herentoiletten zijn inmiddels watervrij en door op een andere manier de gebouwen schoon te maken wordt 90% minder water en schoonmaakmiddel gebruikt. De koffie en thee zijn fairtrade. Veel maatregelen, zegt Smits, leveren de organisatie duizenden euro’s aan kostenbesparingen op. “De eerste, meest simpele stappen die je als theater kan nemen, zoals het vervangen van lampen of bewegingssensoren installeren voor de toiletverlichting, leveren je direct geld op. Dus je bent een dief van je portemonnee als je het niet doet.”

Goedkoper

En precies daar zit voor veel theaters de prikkel om zich meer te verdiepen in duurzaamheid. Ook de Leidse Stadspodia hebben de laatste jaren te kampen met teruglopende bezoekerscijfers en minder rooskleurige financiële cijfers. Investeren in duurzaamheid kan helpen de financiën op de lange termijn beter op orde te krijgen.

Gea Zantinge: “Culturele instellingen zijn op dit moment zeker bezig met kijken hoe de bedrijfsvoering goedkoper kan. Kostenreductie is naast minder uitstoot dus ook zeker van de motieven voor het Amsterdamse convenant.”

Maar, zegt Frans Funnekotter, het gaat niet om financiën alleen. “Als je als schouwburg een duurzame keuze hebt binnen je bedrijfsvoering, dan moet je die simpelweg nemen,” Voor hem is het vanzelfsprekend dat een maatschappelijke instelling als een theater maatschappelijk verantwoord onderneemt en daar hoort duurzaamheid bij, vindt hij. Bovendien geef je zo het goede voorbeeld aan je bezoekers. Ook bij het Concertgebouw hopen ze hun publiek met de duurzaamheidsstap te inspireren.

Die kans ziet ook Sible Schöne van Klimaatcampagne Hier! die het grote publiek bewust wil maken van oplossingen voor het klimaatprobleem. “Bewust met energie omgaan moet gewoon worden. Het is belangrijk dat het niet steeds dezelfde, voor de handliggende partijen zijn die het goede voorbeeld geven of alleen grote bedrijven. Daarom is het altijd goed als aansprekende en zichtbare partijen met veel bezoekers zoals theaters het goede voorbeeld geven.”

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.