Interview Brett Bailey – Exhibit B

foto: Okerland International
foto: Okerland International

Hij kijkt met indringende ogen terug, de stoere Antilliaanse jongen met het “Zwarte Piet is racisme”-shirt. Naast hem staat een Ghanese asielzoekster tentoongesteld die de toeschouwer al net zo indringend bekijkt. ‘Objet Trouvé’ staat er op het bordje met uitleg. Even verderop staan twee halfnaakte, inheemse Afrikanen opgesteld tussen hertenkoppen, landkaarten en wat struikjes, alsof ze deel uitmaken van een 19-eeuws historisch museum. Ook zij volgen de bezoeker met hun ogen. Daarnaast staat een zeer precieze reconstructie van een officiersslaapkamer in een kolonie. Het interieur bestaat naast een bed, wat foto’s en een geweer uit een aan het bed geketende zwarte vrouw. Zij kijkt de toeschouwer via een spiegel aan.

Het is dat voortdurende kijken dat de theatrale tentoonstelling ‘Exhibit B’ van de Zuid Afrikaanse theatermaker Brett Bailey (1967) zo’n ongemakkelijke ervaring maakt. Niet voor niets blijven de kenmerkende museumstoeltjes voor de ‘kunstwerken’ angstvallig leeg.  Net als eerder werk van Bailey – zijn theatervoorstellingen ‘MedEia’ en ‘Orfeus’ waren eerder in Nederland te zien – gaat ook ‘Exhibit B’ over de machtsrelaties tussen wit en zwart in een postkoloniale wereld. Het is een thema dat hem als kind van de apartheid blijft achtervolgen. Bailey: “Ik ben opgegroeid met de apartheid. Die eindigde enkele jaren voor ik als kunstenaar afstudeerde. Ik ben toen een tijd op het platteland gaan wonen, een plek waar ik als blanke Zuid Afrikaan nooit eerder had kunnen komen. Het einde van de apartheid opende zo een wereld voor mij. Maar gaandeweg raakte ik steeds meer geïnteresseerd in de wortels van het systeem dat apartheid is. Dat systeem zit ook heel diep in mij. Als je een zaadje in giftige grond plant, heeft dat altijd gevolgen voor de uiteindelijke plant.” De voorstellingen die hij over die thematiek maakte, zijn en waren erg succesvol en hij reist ermee de hele wereld rond.

Op een gegeven moment kreeg Bailey het boek ‘Africans on Stage’ in handen, een studie naar de menselijke dierentuinen uit de 19e-eeuw, waarin zwarte mensen door witte impresario’s vanuit de koloniën naar Europa werden gehaald om voor een nieuwsgierig blank publiek tentoon te worden gesteld. Er zat toch een soort ironie in, dacht Bailey, dat hij misschien wel hetzelfde deed. “Natuurlijk zijn mijn politieke intenties anders. Maar ook ik trok als witte impresario met zwarte acteurs de wereld over om ze aan een nieuwsgierig wit publiek te tonen. Die nieuwsgierigheid naar die Ander is er nog altijd. Kijk naar het succes van shows als ‘Afrika Afrika!’ of ‘Umoja!’ waar zwarte dansers in rieten rokjes en op blote voeten een scheef toeristisch plaatje van Afrika staan te tonen.”

Uiteindelijk leidde zijn fascinatie voor de menselijke dierentuinen tot een serie ‘Exhibits’ (A, B en C) waarin hij zijn eigen menselijke dierentuin creëert, in Nederland in samenwerking met een grote cast aan zwarte, Nederlandse acteurs. Met de uiteenlopende tableaus van tentoongestelde zwarte ‘objecten’ probeert Bailey de parallellen te vinden tussen de 19-eeuwse natuurhistorische wetenschap die de zwarte mens als inferieur probeerde te bewijzen en de menselijke dierentuinen, de koloniale geschiedenis en de manier waarop er tegenwoordig met immigranten en asielzoekers wordt omgegaan. Vandaar het kunstwerk met de uitgeprocedeerde asielzoekster in een vliegtuigstoel. Bailey: “Ik ben geïnteresseerd in hoe de Ander wordt en werd gerepresenteerd. In beide representaties zit een ontmenselijking. Als je iemand terugbrengt tot wetenschappelijk object of tot kille statistiek, is het een stuk makkelijker zijn land af te pakken of hem op een vliegtuig te zetten.”

Maar waarom moeten 21-eeuwse blanke Nederlanders zich nog schuldig voelen over die misrepresentatie, het kolonialisme of over de slavernij? Bailey: “Het probleem is – dat hoor ik ook van de Nederlandse acteurs – dat dat verleden niet wordt erkend. Het wordt onder het tapijt geveegd. Als er gepraat wordt over de Gouden Eeuw, of door een premier naar de VOC-mentaliteit wordt verwezen, dan gaat het nooit over de schaduwkanten van die tijd of van die mentaliteit. De zwarte acteurs hebben het idee dat het in Nederland prima is om bijvoorbeeld over homoseksualiteit te praten, maar als je over racisme of over het probleem van Zwarte Piet begint, dan wordt de discussie afgekapt. Daarom is het van belang om die thematiek open op tafel te leggen, zodat je er een gesprek over kunt voeren. Ik laat zien hoe het systeem werkt, waarin een verkeerde representatie kan blijven voortbestaan om een ideologie te bevestigen. Daarmee is het ook een wit verhaal.”

De tentoonstelling is voor de acteurs van ‘Exhibit B’ een vorm van ‘empowerment’, vertelt Bailey, omdat ze hun geschiedenis kunnen tonen. “Ik wil niet dat de acteurs of de personen in de tableaus slachtoffers zijn. Ik laat de ‘objecten’ terugkijken en op die manier communiceren. Dat was ook mijn opdracht aan de acteurs: ook al mag je niets zeggen, gebruik je ogen om je eigen verhaal te vertellen. Zo geven de acteurs de ‘objecten’ hun menselijkheid terug.”

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.