Zoeken naar een standpunt – interview Sadettin Kirmiziyüz / Ararat

foto: Carla Kogelman
foto: Carla Kogelman

Hij is geboren en getogen in Zutphen. En toch is de Tweede Wereldoorlog een geadopteerde oorlog voor theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. Anders is dat met wat eufemistisch ‘de Armeense kwestie’ heet: het verdrijven en doden van de Armeense minderheid door de Turken in 1915. In de voorstelling ‘Ararat’ die hij speciaal maakte voor Theater na de Dam onderzoekt Kirmiziyüz hoe hij zich als Turkse Nederlander tot dat controversiële onderwerp moet verhouden. “De Tweede Wereldoorlog wordt in Turkije niet herdacht”, vertelt Kirmiziyüz, “Turkije was tijdens de oorlog neutraal. Vanuit mijn achtergrond heb ik dat trauma van die oorlog dan ook niet meegekregen. Die nam ik over van mijn Nederlandse klasgenoten.” Bij het Nederlandse herdenken speelt schuld en boete een grote rol, viel hem op, terwijl bij de Turkse herdenking van de Eerste Wereldoorlog vooral de trots van het begin van de Turkse Republiek een belangrijke rol speelt.

Tijdens de voorbereidingen van een eerdere voorstelling over zijn familie kwam Kirmiziyüz er achter dat Trabzon, de stad waar zijn ouders vandaan komen, ooit Armeens gebied was en een nogal zwarte rol speelde tijdens de Armeense genocide. “Het kon bijna niet anders dat mijn familie daarvan wist, of misschien wel op de een of andere manier aan die tragedie heeft meegeholpen. Ik ben misschien zo doordrongen van het Christelijk-Westerse idee van schuld dat ik dat bloed aan mijn handen voelde. Ik moest iets met de schuldgevoel.” Zo ontstond het idee voor ‘Ararat’, een theatrale zoektocht naar wat hij eigenlijk van dat explosieve onderwerp moet vinden. De titel verwijst naar de berg die voor Armenen belangrijk is, maar ook naar een berg als moeilijk te beklimmen obstakel.

En moeilijk te bedwingen is de Armeense genocide als theateronderwerp zeker. Dagenlang sloot Kirmiziyüz zich in zijn eigen huis op om zoveel mogelijk te weten te komen over de gebeurtenissen in 1915.  In de eerste Balkanoorlog van 1912 raakte het Ottomaanse Rijk – dat zich uitstrekte van de Perzische Golf tot diep in de Balkan – een groot deel van zijn territorium kwijt. Tegelijkertijd begon niet alleen het Turks nationalisme wortel te schieten, maar ook de Armeense onafhankelijkheidsgevoelens. Bang om in de inmiddels uitgebroken Eerste Wereldoorlog nog meer gebied kwijt te raken aan onafhankelijke Armenen, gebruikte de Ottomaanse regering het feit dat sommige Armeniërs meevochten aan de kant van de vijandige Russen om de Armeniërs tot vijand te verklaren. Eerst werden op 24 maart 1915 de Armeense intellectuelen omgebracht. Daarna volgde de moord op Armeense mannen en de deportatie van Armeense vrouwen en kinderen naar de Syrische woestijn. Tijdens die dodenmarsen kwamen velen om door honger of mishandeling. De schattingen van het aantal slachtoffers van de genocide loopt uiteen van de 500.000 tot 1,5 miljoen.

Hoewel de meeste Westerse landen de gebeurtenissen als genocide erkennen, zien veel Turken dat toch anders. Kirmiziyüz: “Toen ik met het onderzoek voor de voorstelling begon dacht ik: het is simpel. De Turken hebben onder de dekmantel van het nationalisme de Armenen verdreven en gedood. Punt. Maar hoe meer ik er over las, hoe ingewikkelder het bleek. Elke weldenkende Turk erkent dat er toen iets verschrikkelijk fout is gegaan. Er zijn soldaten voor vervolgd, al zaten de bevelhebbers gewoon weer in de regering van de Eerste Turkse Republiek. Maar Turken vinden ook dat de geschiedenis hen tot die gebeurtenissen dwong. Dat zij geen mensen in ovens hebben geschoven, zoals de Duitsers. En dat je nooit iets hoort over de duizenden Turkse en Islamitische doden die in diezelfde periode vielen op de Balkan en in de Kaukasus. Ook mijn familie zegt nog steeds: ‘Waarom horen we nooit wat over de Turkse doden van de Armeense vrijheidsstrijders?’”

Hoe meer Kirmiziyüz over de kwestie las en hoe meer documentaires hij zag en archieven indook, hoe verwarrender hij het vond. “In mijn hoofd voerden de Nederlander die zich schuldig voelt over wat er gebeurd is en het als genocide bestempelt, en de Turk die naar excuses zoekt, strijd in mijn hoofd.”

In ‘Ararat’ vertelt Kirmiziyüz de toeschouwer over die persoonlijke strijd en zijn zoektocht naar een eigen met feiten onderbouwde mening over het onderwerp. “En dat is ingewikkeld, want iedereen vindt er wat van. En iedereen zegt: zou je dat nu wel doen, het is zo’n lastig onderwerp. Maar als je dat steeds zegt, ga je elke discussie uit de weg. Ik wil niemand beledigen, ik wil er gewoon over kunnen praten, zonder dat ik in een bepaald kamp wordt geplaatst. Maar dat zal automatisch toch gebeuren, alleen al omdat ik ervoor kies een theatervoorstelling over dit onderwerp te maken.  Toch vind ik dat je er open en rationeel over moet kunnen praten, met begrip voor de pijn van beide partijen. Daar is deze voorstelling een poging toe.”

Comments

  1. Trabzon is nooit integraad deel geweest van het Armeense land, het was ooit wel een vazalstaat van Armenie. Trabzon was een Pontisch-Griekse stad, met een redelijk grote Armeense bevolking die ten oosten van de stadsmuren woonde. Het oudste gebouw in de stad is het armeense kerkje voor Maria (uit de 10e eeuw geloof ik).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.